Hoeveel veldslagen zouden er niet verloren zijn doordat krijgsheren in plaats van zich bezig te houden met de op handen zijnde oorlog, al hun krijgsverrichtingen bleken te hebben afgestemd op de vorige, verloren oorlog in een heroïsche poging die alsnog te kunnen winnen en zo de schande uit het verleden teniet te kunnen doen? En hoeveel vredesakkoorden konden en kunnen nog steeds niet gesloten worden omdat partijen niet in staat zijn het verleden te vergeten?
Alleen om die reden ben ik geneigd een kaarsje te branden voor al die Kamerleden die als het om de geschiedenis van hun eigen land gaat, van toeten noch blazen bleken te weten. Zulke politici, zou je kunnen denken, zullen ook wel niet gehinderd worden door de ballast van het verleden en zullen elkaar dus ook niet tot gek wordens toe met de geschiedenis om de oren slaan, zoals de Serviërs, de Kroaten en de Bosnische moslims.
Voor zulke Kamerleden lijkt het nieuwe jaar 1997 pas echt een onbeschreven blad te kunnen zijn met louter gebeurtenissen die zij, onwetenden, frank en vrij tegemoet zullen treden. Heerlijk vooruitzicht: eindelijk een politiek jaar tegemoet te kunnen zien waarin we onze politici bevrijd mogen weten van de ketenen van het verleden en waarin we dus ook niet lastig gevallen zullen worden met nog te vereffenen rekeningen, hinderlijke vooroordelen en de gebruikelijke Pavlov-reacties.
Is dat zo? Was het maar waar. Te vrezen valt dat al deze minkukels die er geen benul van blijken te hebben dat de voormalige communistische partij ooit groter geweest is dan de VVD (Sari van Heemskerck Pillis-Duvekot - VVD), of wanneer in Nederland het actief vrouwenkiesrecht werd ingevoerd (Marijn de Koning - D66, die geen enkele vraag goed had), dan wel in de vrome veronderstelling verkeren dat Willem de Zwijger ergens bij Dokkum is vermoord (Marjet van Zuijlen - PvdA), of die zich deerlijk verkeken op het rampjaar 1672 (Peter Rehwinkel - PvdA), of in verste verte niet konden aangeven hoeveel Nederlandse vrijwilligers tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Waffen-SS hebben gediend (Martin Beinema - CDA). Te vrezen valt dat al deze onwetenden 1997 met net zoveel, of mischien zelfs meer vooroordelen tegemoet zullen treden.
Je kunt natuurlijk mét deze Kamerleden tegenwerpen: ach, wat doen die feitjes, die wetenswaardigheden, ertoe? Wij Kamerleden worden geacht ons met de hoofdlijnen bezig te houden, met de toekomst. Jazeker. Maar hoe zeker kunnen we er van zijn dat het met de hoofdlijnen wel goed zit als het aan kennis over de meest basale feiten ontbreekt? Het scheelt nogal een slok op een borrel of je in de veronderstelling verkeert dat niet twintigduizend, maar zo ongeveer half Nederland zich in de oorlog bij Waffen-SS heeft gemeld. En wie Willem van Oranje bij Dokkum laat sterven geeft er overduidelijk blijk van, van de grondslagen van de republiek en de typisch Nederlandse staatsvorming niet op de hoogte te zijn.
Is dat erg? Je zou ook kunnen vragen: is het erg dat volksvertegenwoordigers niet weten hoe onze hedendaagse samenleving in elkaar zit? Want je kunt nog zo'n onbeschreven blad zijn, maar om te weten hoe het heden in elkaar zit, waar onze staatkundige instellingen vandaan komen, hoe en waarom onze democratie functioneert zoals zij functioneert, zullen we het verleden moeten kennen. Hierop voortbordurend: wie zich met de toekomst bezig wil houden (en dat willen Kamerleden) zal toch op zijn minst het heden moeten kennen: zonder verleden geen kennis van het heden en zonder heden geen toekomst.
Nederlandse parlementariërs: hou ze in de gaten. En voor het overige: het vak geschiedenis op onze scholen is duidelijk aan herwaardering toe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.