*

 
dossier

Archief

Ex-monnik zingt lof van Monroe, de 'priesteres van Venus'

TONJA KIVITS − 16/01/99, 00:00

De Amerikaan Thomas Moore is in ons land een gevierd auteur. Zijn boek 'Zorg voor de ziel. Zielsverwanten' prijkte zelfs op de boeken top-tien. Moore was twaalf jaar monnik. Nu is hij getrouwd en heeft hij kinderen. Als therapeut reist hij de wereld rond en geeft hij lezingen, onder andere over het thema 'seksualiteit'. Toch verliet hij het klooster niet omdat hij zo'n behoefte had aan seks. Zijn celibatair leven was, zo legt hij uit in zijn pasverschenen boek 'De ziel van seks' juist gevuld met seksualiteit.

Jezus was bijvoorbeeld ook zo'n celibataire minnaar, aldus Moore. Hij verenigde in zich 'Eros' en 'Philia' (lust en intimiteit). Hij zat aan tafel met zondaars, vastte niet maar at en dronk en genoot volop. Hij waste de Farizeeën de oren door een prostituee als toonbeeld van liefde en berouw voor te stellen. Zijn celibaat was niet ingegeven door angst, noch was het onderdrukkend, het stelde hem integendeel in staat tot een alles omvattend liefhebben.

Moore bezingt de seksualiteit in alle toonaarden. Dat is dapper van hem, vooral in een tijd waarin seksschandalen, perversiteiten, verkrachtingen en lustmoorden aan de orde van de dag zijn. Hij verkondigt zelfs dat we nog meer aan seks moeten doen, maar het moet dan wel seks met inhoud zijn, of in zijn jargon 'seks met een ziel'.

Wat dat precies is, vertelt ons de Amerikaanse filmster Marilyn Monroe. Zij was hét sekssymbool in de jaren vijftig en zestig. Volgens Moore is Monroe de 'authentieke belichaming van Aphrodite', 'de priesteres van Venus', de nimf die uitstijgt boven het banale menselijke. Monroe had aanleg voor seks, zoals een ander aanleg heeft voor wiskunde. Zij leefde voor het beeld dat ze belichaamde. Zo beschreef de ballerina Margo Fonteyn de manier waarop ze zich bewoog eens als 'de beweging van een nagenoeg kalme zee'.

Seks is in Moore's opvatting de façade van de ziel. Of anders gezegd, in het lichaam maakt de ziel zich kenbaar. Als we seks bedrijven, ervaren we het lichaam als een weg naar de meest indringende mysteriën van de ziel. Dat lichaam baart ons helaas nogal eens zorgen. Heel wat mannen verspillen hun levensvreugde, omdat ze zich vertwijfeld afvragen of hun penis wel de goede lengte heeft.

Deze bezorgheid is in werkelijkheid een zoektocht naar de fallus, die de potentie van het leven uitdrukt, houdt Moore ons voor. In het oude Griekenland wuifden de vrouwen tijdens religieuze processen met grote houten fallussen, om de creativiteit en het genot die in het leven besloten liggen te bezingen.

In pornoblaadjes worden ook enorme penissen afgebeeld. De pornografie verschilt, aldus Moore, in dat opzicht niet veel van de religie. Beide willen ze doordringen tot de diepste betekenis van het leven. Maar in de pornografie wordt de fallus dan niet gezien als levenskracht maar als een persoonlijke macht die vrouwen onderdrukt.

Moore waagt zich niet aan sociologische analyses of het bekritiseren van seksegerichte opvoedingsmethoden. Hij bestendigt daarentegen de traditionele opvattingen. De vagina is voor hem de veilige haven voor de gevaren en beslommeringen van het leven, kortom de moederschoot en de schoot der aarde. Het vrouwelijk genitaal is het rijk van de ziel par excellence, laat hij ons weten. Het is omvattend, scheppend, verwarmend, koesterend, veilig en geborgen.

Seks ligt aan de wortel van onze identiteit. Ze bevredigt onze behoefte om te ontsnappen aan de eenzaamheid. Ze is de religie van het huwelijk, de enige plek waar de ultieme liefdesdaad kan plaatsvinden. De slaapkamer is waarlijk heilige grond, schrijft Moore pathetisch. Een mening die ook wordt onderschreven door de Vlaamse psycholoog Ferdinand Cuvelier in 'Verbondenheid. Het ontstaan van menselijke relaties'. De sublieme liefde is de ervaring van de intense deugd in het plezier dat de ander aan het leven beleeft. Wij genieten van het genot van de ander, aldus Cuvelier, waarbij hij zich aansluit bij de filosoof Martin Buber (1878-1965).

Cuvelier legt in 'Verbondenheid' uit hoe relaties zijn ontstaan in de geschiedenis van de mensheid en hoe wij ze nu nog aangaan. Dat doet hij nogal omslachtig en hij husselt allerlei denkbeelden en disciplines door elkaar. De lezer krijgt zo een heus hoorcollege te verstouwen. Via een uiteenzetting over fysische aantrekking en afstoting, en een linguïstische verhandeling in de trant van de Franse structuralisten over het benoemen van de werkelijkheid om ons heen, voert Cuvelier ons aan de hand van een stukje psycho-analyse - oedipuscomplex en zo - naar de antropologen Claude Lévi-Strauss en George Bateson. Cuvelier is zo geleerd en belezen en schrijft zo afschuwelijk Nederlands dat degene die zijn betoog nog kan volgen of een knappe bol of gewoon een doorzetter is.

Dan maar liever aangenaam verpozen bij Thomas Moore, die ons meevoert in het rijke leven van de mythologie, literatuur, film en musea. 'De ziel van seks' is zo mooi geschreven en zo rijk aan inhoud dat alleen dat al heel wat rode uurtjes oplevert. Daarvoor zijn we wel bereid om zijn naïeve kijk op de goedheid van de mens en diens goede bedoelingen in de seksualiteit voor lief te nemen.

mailIcon print |