*

 
dossier

Archief

Geen uitkering zonder dienstverlening

PETER MEIJER − 10/08/94, 00:00

De auteur is (gereformeerd) predikant voor Kerk en Bedrijfsleven.

Daarom tekent het NCW “krachtig protest aan tegen de kritiek van onder meer de Vereniging Nederlandse Gemeenten”, omdat die de groepsindeling van werklozen in wel, moeilijk en niet bemiddelbaren voorstelt “als het dumpen, afschrijven en overhevelen van werklozen naar de gemeentelijk sociale dienst”. Die indeling wordt immer periodiek herzien?

Het zal wel, maar ik kan dat niet zo goed rijmen. Er moeten meer mensen werken maar voor een grote groep mensen is dat - periodiek desnoods - weer niet belangrijk? Als ik dat toch een beetje probeer te begrijpen kan ik me indenken dat werkgevers stellen: stop geen energie in lieden met twee linkerhanden, die elke week wel wat mankeren en waar je weet ik wat in moet investeren voor er wat uitkomt. Zorg liever dat via de arbeidsbemiddeling goede, gezonde en vakbekwame mensen voor ons beschikbaar zijn op het moment dat we ze nodig hebben.

Als werkgever zou ik daar misschien ook van dromen: morgen heb ik een regeltechnicus nodig, ik bel het arbeidsbureau en 's middags draven er drie keurig gekamde en gewassen lieden op, de een nog regeltechnischer dan de ander, die allemaal morgen kunnen beginnen en ik hoef alleen maar uit te zoeken. Prachtig zou dat zijn, voor zo'n werkgever tenminste. Niet voor de arbeidsparticipatie, want van de drie participeert er morgen dus maar één. Die andere twee krijgen een uitkering en daarmee heeft die werkgever ook te maken in verband met het afdragen van premies en belasting waarvan onder andere die uitkeringen betaald kunnen worden. Omdat dat de arbeidskosten opdrijft is dat weer vervelend voor de concurrentiepositie en zo. Werkgeversconsequentie (omdat er méér mensen in het arbeidsproces moeten participeren): niet één regeltechnicus aannemen, maar alle drie! Helaas kan onze werkgever dat niet doen want vanwege automatisering, computerisering, efficiencyverbetering, concurrentiekrachtverhoging waren er net twee regeltechnici afgevloeid.

Wat dan? Aanpakken van de uitkeringshoogte? Dat is een verhaal dat je steeds vaker hoort. “De afstand tussen lonen en uitkeringen is te klein en dus wordt het mensen te makkelijk gemaakt om lekker niks te doen op kosten van hardwerkende werkgevers en werknemers”. Verlaag dus die uitkeringen en mensen staan wel in rijen van drie bij de werkgeversdeur, inclusief bijvoorbeeld die twee overgebleven regeltechnici. Maar er was er echt maar één nodig, die andere twee waren weggecomputeriseerd. En als die andere twee dan zeggen: maar meneer de werkgever, we kunnen van die uitkering niet rondkomen, we willen ook wel ander werk doen, schoonmaken desnoods, maar geef ons alstublieft werk.

Helaas: de schoonmaak is uitbesteed aan de Cemsto of zo, de koffie wordt geregeld door een cateringbedrijf, de typekamer moet ook al inkrimpen, van boekhouden hebben regeltechnici geen verstand. Jammer, geen plaats om te participeren, ondanks de lagere uitkering.

Job-machine

Die conclusie trok ook drs. Oude Engberink, verbonden aan de sociale dienst in Rotterdam, in zijn Divosa-rapport over de grenzen van de armoe. In een Nederlandse vorm van de Amerikaanse job-machine ziet hij niks: dan creëer je baantjes bij het leven en dus daalt de werkloosheid maar de armoe stijgt, omdat voor dit soort baantjes nauwelijks wordt betaald. Dus voorziet hij op die manier steeds meer mensen die schulden maken of gaan frauderen. Zijn conclusie: handen af van de uitkeringshoogte en ophouden met werkelijkheidsvreemde dromen over betere arbeidsparticipatie.

Nu is drs. Pieter Meijer geen werkgever, politicus of hoofd van een sociale dienst. Ik kom ze in mijn werk wel tegen maar evengoed mensen met een uitkering. Daarom weet ik dat heel wat werkgevers best anders zouden willen, maar het niet kunnen. En ik erken dat politici geen alternatief hebben dan voortdurend werken met de marges van het haalbare en die zijn niet breed. Maar ik ben het gloeiend oneens met de schijnbaar onontwijkbare conclusie dat, aangezien technologie en economie mensen nu eenmaal overtollig maken, er geen alternatief zou zijn dan mensen dan ook maar overtollig te laten zijn met een uitkerinkje.

Hoe bitter dat is weet ik van uitkeringsgerechtigden. Zo worden mensen tot kostenpost op de staatsbegroting, waarbij het gezeur over de hoogte van die kostenpost chronisch is. Dat kan tijden ongestraft doorgaan tot de befaamde kruik breekt. De plotselinge opkomst van de ouderenpartijen is daar een - nog tamelijk lief - voorbeeld van.

Mensen onbemiddelbaar of overtollig verklaren is naar twee kanten fout. Aan de ene kant ondergraaft het de bereidheid van mensen om de sociale zekerheid te betalen. Ondanks alle verhalen over onbemiddelbaar en overtollig, zien mensen dat zijzelf moeten werken en daarmee een uitkering betalen voor anderen, even recht van lijf en leden en even oud, van wie niets wordt gevraagd. Dat valt niet altijd lekker. Het is fijn als je een baan hebt, maar werken is niet alleen maar vreugde. En als er zoveel werk in onze samenleving ongedaan blijft, terwijl anderen niets doen, wringt dat.

Maar het wringt ook aan de andere kant, bij die mensen voor wie geen plaats is in onze samenleving. Ook daar zijn een hoop verhalen te vertellen over het nut van vrijwilligerswerk of zorgarbeid. Desondanks hun ervaring: je staat aan de kant van de samenleving. En op de duur dreigen zulke mensen ook geen boodschap meer te hebben aan de maatschappij. Dat leidt tot opstand, ellende en radicalisering, ooit de voedingsbodem voor Hitler c.s.

Het kan anders. Niet op de manier van een jobmachine, met veel armoedebaantjes en uitkeringen omlaag. Als noch werkgevers, noch RBA's noch sociale diensten Het Probleem van Nederland kunnen oplossen wordt arbeidsparticipatie een politiek probleem. Want politiek is de kunst ervoor te zorgen dat het de staat goed gaat. Niet dat de samenleving op alle punten maakbaar is. Die les is wel geleerd. Maar de politiek kan ook niet blijven toekijken als de staat op de glijbaan zit naar verval. En dat gebeurt als steeds meer burgers van de staat overbodig zijn.

Tegenprestatie

Is het nou zo ontzettend moeilijk om voor het bedrag dat we toch uitgeven aan uitkeringen een tegenprestatie te vragen in dat werk dat er wél is maar in onze samenleving niet wordt gedaan? Wie dat dan organiseert is niet zo belangrijk. Dat mag het RBA zijn, de gemeente, de vakbonden, een uitzendbureau. Maar het moet vastliggen dat wie beschikbaar is voor de arbeidsmarkt, maar daarin langer dan een bepaalde termijn geen plaats kan krijgen, recht heeft op een uitkering gekoppeld aan maatschappelijke dienstverlening.

En wie dat niet wil? Geen uitkering? Ja, dat is dan de consequentie. Wie dan het pad van fraude en misdaad opgaan om aan geld te komen en bij de rechter belanden: geen boete of cel maar bij voorkeur werkkamp. Vreselijk? Ja, eigenlijk is dat heel vreselijk. Het levert bovendien ook nog geen bezuiniging op, en dat is in het huidige politieke klimaat bijna een doodzonde. Maar het levert misschien wel een verbetering van de maatschappelijke samenhang op. Dat is een winst die wel eens harder nodig zou kunnen zijn dan verlaging van het financieringstekort. Want het overbodig verklaren van mensen is, denk ik, volstrekt strijdig met het recht van mensen om mens te zijn met de daarbijhorende plek in de samenleving. Daar wil ik zelf op aangesproken kunnen worden en daar wil ik een ander ook op kunnen aanspreken. Zo heeft God mensen geschapen, aanspreekbaar op wat zij met de schepping doen. En als dat mensbeeld en een samenleving die mede daarop is gebaseerd in de knel komen zullen we de moed moeten opbrengen zonodig nieuwe wegen te zoeken om dat tegen te gaan.

Dominees - en daar hoor ik dus wél bij - moeten hier ophouden en niet denken dat zij wel weten hoe dat nu allemaal moet. Ze mogen wel politici, vakbondsmensen, werkgevers en medeburgers vanuit het evangelie aanspreken op hun geweten en verstand met de vraag: Is afschrijven van mensen door mensen, allen naar Gods beeld geschapen, lijken op God?

mailIcon print |