ROTTERDAM - Aan het eind van het duet glijdt Henna Lee als een kunstrijdster achteruit de hoek in. Haar partner, Klaas Backx, volgt haar en draait uiteindelijk zijdelings weg. Hij komt net niet tegen de trap aan die vanaf de deur tot de vloer van de studio afdaalt.
'Dit is wat krap', zegt choreograaf en artistiek leider van het Scapino Ballet, Ed Wubbe. Hij zit voor de grote spiegel van de repetitieruimte. “Misschien moeten jullie nog meer naar achteren gaan. Daar is nog wat ruimte,” wijst hij. Als de twee dansers het duet op de klanken van het nummer 'Afraid' van de Duitse zangeres en cultheldin Nico nog een keer overdoen, komen zij wel goed uit. Wubbe knikt goedkeurend. 'Zie je? Nu red je het wel.'
Ruim een week voor de première van het door Wubbe geschreven 'Nico' worden de laatste details in de studio van het Scapino in Rotterdam doorgenomen. Vooral de overgangen tussen de achttien scènes (het opkomen, het afgaan, de eerste bewegingen op de maten van de door John Cale gecomponeerde muziek) krijgen aandacht. Voor de rest, vertelt Wubbe, zit het allemaal goed in elkaar. “Je voelt dat de spanning langzamerhand begint te komen.”
Hoe sterk de spanning de laatste dagen voor de (wereld)première ook mag oplopen, voor de vreemdeling is er weinig van te merken. Eerder valt de ontspannenheid op waarmee de laatste repetities worden gehouden. Rolbewegingen worden gerepeteerd, er wordt veel gelachen en het lijkt erop dat de dansers plezier in het stuk hebben. Het dansplezier en de lieflijke herfstsfeer maken het bijna onmogelijk om het zwarte en dromerige klimaat te voelen waarin het leven van de oud-zangeres van de legendarische Velvet Underground zich tussen 1943 en 1988 bewoog. Maar dat komt straks ongetwijfeld terug in het theater, wanneer er geen strijklicht meer door de ramen naar binnen valt en alles donker is en zwart.
Nico. Hoe komt iemand erbij een ballet te wijden aan een zangeres, die volgens Jan Cremer niet meer dan een mooi stuk was dat niet kon zingen en met wie het vervolgens helaas tragisch afliep? Hoe zoekt iemand de beweging in een zwaar aan de heroïne verslaafde vrouw, die de laatste jaren van haar leven slechts als een schim van zichzelf op een enkele ongecontroleerde beweging na vooral onbeweeglijk achter een harmonium zat te wezen om zo haar doodsliederen te laten horen?
Wubbe (40) draait het om. Voor de repetities vertelt hij hoe hij een jaar of tien geleden door de kostuumontwerpster van het Scapino, Pamela Homoet, op haar spoor werd gezet. Hoe hij door de zang en de figuur Nico, of Christa Püffgen zoals ze eigenlijk heette, geraakt werd en hij, nadat hij al haar platen had aangeschaft, langzaam maar zeker het idee kreeg een ballet aan haar te wijden. Wubbe: “Nico heeft een hele interessante route afgelegd. Ze werd geboren in Boedapest, beleefde de wederopbouw in Duitsland. Woonde in Keulen en Berlijn, wist op 15-jarige leeftijd al de aandacht van Fellini te trekken, speelde een rolletje in 'La Dolce Vita', trok als fotomodel naar Parijs, stond op de covers van Vogue, had een verhouding met Alain Delon. Kreeg een kind, Ari, dat ze later aan de heroïne bracht. Had verhoudingen met Brian Jones en Bob Dylan en kwam via Andy Warhol in de wereld van The Factory in New York terecht, waar ze de jongens van The Velvet Underground ontmoette... Ja, ook een dramatisch leven natuurlijk... die vreemde band met die zoon van haar, haar verslaving... Er zit ook een groot thema in. Dat van het verval.”
Sfeer
“Ik wilde een stuk maken waarin live-muziek een grote rol zou spelen. De sfeer van haar muziek en de sfeer van haar leven, die wilde ik bij elkaar brengen. Het probleem was echter hoe breng ik die twee samen? Dat is moeilijk. Je kunt haar eigen muziek als uitgangspunt nemen, maar de vraag is of je dat een voorstelling lang volhoudt. Waar ik in het begin ook aan gedacht heb is om een Nederlandse zangeres de songs van Nico te laten zingen. Maar dat plan heb ik snel laten varen. Het gevaar is dat mensen de stemmen gaan vergelijken en dat je het idee van een musical krijgt en dat was nu juist niet wat ik wilde. Niet lang daarna heb ik John Cale gevraagd de muziek te schrijven. Hij heeft in de tijd van de Velvet Underground en ook later zo intensief met Nico samengewerkt, dat ik dacht: als iemand de goede toon zal weten te treffen, dan is hij het wel. En tot mijn grote geluk zei hij meteen ja toen ik hem vorig jaar vroeg.
Hoe de muziek klinkt? Buiten een zestal originele, door Cale geschreven Nico-songs zoals 'Afraid', 'Abschied' en het a capella gezongen 'Nibelungen' heeft Cale de rest nieuw gecomponeerd. Wat ik ook mooi vind, is dat hij zijn klassieke achtergrond sterk heeft weten uit te buiten. Verwacht dus geen popmuziek. Het enige dat echt herkenbaar is, is de altviool, het instrument dat hij ook al in nummers als 'All tomorrows parties' en 'Venus in furs' gebruikte. Voor de rest klinkt het allemaal heel klassiek, bijna romantisch soms.''
Wijzend op een schema van de achttien scènes met namen als Modelling, Out of China, het al genoemde Afraid, Ari sleepy too, Iceberg I en II en het slotakkoord, de huiveringwekkende solo Nibelungen: “Wat ik ook niet wilde, was haar levensverhaal van A tot Z uitbeelden. Er is wel discussie over geweest, maar uiteindelijk heb ik er voor gekozen om Nico niet door één danseres te laten 'maken'. Alle negen danseressen belichamen in de diverse onderdelen een aspect van haar of een andere vrouw in haar leven, zoals haar moeder of de actrice Edie Segdwick. En voor de (negen) mannen geldt hetzelfde. Zij beelden in steeds andere vorm alle mannen in haar leven uit. Je moet dus niet letten op het uiterlijk. Niet denken: 'Hé, daar heb je Jim Morrison' of 'Kijk, die daar met die blonde pruik is Andy Warhol' en 'daar staat Lou Reed met zijn brilletje'... Het klinkt wat vreemd misschien, maar ik heb er naar gestreefd om er geen logica in te brengen; alle scènes samen moeten het Nico-gevoel oproepen. Dat is het mooiste wat ik zou kunnen bereiken. Dat mensen denken: Nico is hier aanwezig. We gaan naar Nico toe.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.