*

 
dossier

Archief

Irene Vorrink 1918 - 1996

Door: redactie − 23/08/96, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Ze was voor de PvdA een productieve minister van volksgezondheid en milieuhygiëne in het kabinet-Den Uyl (1973-'77). Maar de woensdag overleden Irene Vorrink zal vooral de geschiedenis ingaan vanwege de Bloemenhove- en de Dennendal-affaire en niet te vergeten als 'de dochter van' (Koos Vorrink) en 'de moeder van' (Koos Zwart). Ze is 78 jaar geworden.

Als minister kreeg zij in 1973 meteen te maken met de ontruiming van de psychiatrische inrichting Dennendal, waar de verhitte discussies over het omstreden behandelbeleid van directeur Carel Muller escaleerden in een bezetting. Uiteindelijk zag het kabinet zich genoodzaakt daar met harde hand een einde aan te maken. Dat overkwam haar geen tweede keer met de latere bezetting van de abortus-kliniek Bloemenhove. Politiek stormde het vooral over het al dan niet vrijgeven van abortus. Vorrink wilde dat onderwerp bij haar aantreden in haar portefeuille, omdat ze vond dat het maar eens afgelopen moest zijn met mannen die beslisten over vrouwen-aangelegenheden: “Die mannen worden niet zwanger”. Haar liberale opvatting over abortus stond lijnrecht tegenover die van de katholieke minister van justitie, Van Agt.

Toen hij in 1976 de Bloemenhove-kliniek in Heemstede door de politie wilde laten ontruimen, bereikte zijn conflict met Vorrink een hoogtepunt. “Ik heb toen een gesprek gehad met Joop (den Uyl) en Dries (van Agt), en gezegd: hoor 's, ik had er kunnen staan. Ik kan er gewoon niet aan meedoen, het spijt me. En toen is het niet doorgegaan”, vertelde ze aan het eind van haar ministerschap in een interview. Ze deinsde er zelfs niet voor terug om tijdens het kabinetsberaad de bezetters telefonisch voortdurend van de stand van zaken op de hoogte te houden.

Irene Vorrink werd in 1918 geboren als dochter van Koos Vorrink, een van de grondleggers van de sociaal-democratische jeugdbeweging, de AJC. Later werd hij partijvoorzitter, eerst van de SDAP en na de tweede wereldoorlog van de Partij van de Arbeid. Irene - tijdens de oorlog afgestudeerd als juriste - werkte jarenlang als zijn secretaresse op het partijbureau.

Ze was toen al getrouwd met Joop Zwart, en moeder van zoon Koos. Hij werd in de jaren '70 beroemd en berucht met zijn 'beursberichten' in het VARA-radioprogramma In de rooie haan: de wekelijkse prijsschommelingen van hasj en wiet. Ook zijn moeder was een groot voorstander van legalisering van soft drugs.

In 1969 belandde Vorrink op de golven van Nieuw Links in de Eerste Kamer. Ze was minister in de schaduwkabinetten van Den Uyl, eerst van justitie en daarna van sociale zaken. Na haar 'echte' ministersschap, waarin zij zich ontpopte als een emotionele exponent van het jaren-zestigdenken, dook Irene Vorrink in de Amsterdamse gemeentepolitiek. In 1978 werd ze de eerste vrouwelijke wethouder van de hoofdstad, met gezondheid, kunst, milieu en emancipatie onder haar beheer.

Ze haalde de woede van de Amsterdamse bevolking en de rechtse pers op haar hals met een plan om junkies in huizen in zes wijken op te vangen. Nog voor ze wethouder werd, was er kanker bij haar geconstateerd en het wethouderschap bleek fysiek een te grote opgave. In 1979 stapte ze uit de politiek.

mailIcon print |