Aan de hand van zijn grootvader kwam Kees den Dunnen voor het eerst bij drukkerij De Eendracht. Inmiddels werkt hij zelf alweer bijna veertig jaar bij het bedrijf. Ron van Zadelhoff is met zijn tien jaar 'nog maar een groentje'. Maar ook hij voelt zich een lid van de 'familie De Eendracht'. Volgende maand bestaat de drukkerij precies honderd jaar. De opmerkelijke constructie waarbij werknemers en opdrachtgevers ieder de helft van de aandelen in handen hebben, werkt al een eeuw.
De Eendracht is in februari 1897 opgezet door idealist en weldoener M. de Groot. De Groot was in Schiedam een man van aanzien. Als makelaar in sterke drank had hij een flink kapitaal opgebouwd. Dat stak hij bijvoorbeeld in een badhuis, zodat industriearbeiders zich daar konden wassen. Hij nam het initiatief tot Woningmaatschappij 'Samenwerking' en zette een bibliotheek op poten. Ook startte hij een 'algemene coöperatieve verbruikersvereniging', waar mensen goedkoper boodschappen konden doen.
De Groot trok zich eind vorige eeuw ook het lot aan van meesterdrukker G. Snel. De kleine drukkerij waarvoor Snel werkte, werd overgenomen. Snel kon alleen zijn baan behouden, als hij zijn voorzitterschap van het Algemeen Nederlands werkliedenverbond zou neerleggen. Dat was voor hem onaanvaardbaar. Met geld van De Groot en kennis van Snel werd De Eendracht opgezet. De Groot stond niet huiverig tegenover emancipatie van arbeiders. Wel wilde hij een evenwichtige besluitvorming voor zijn nieuwe bedrijf. De aandelen kwamen daarom niet volledig in handen van het personeel. De helft kwam terecht bij de opdrachtgevers.
“De Groot was in zijn tijd, denk ik, ook een buitenbeentje”, zegt boekhouder Ron van Zadelhoff (28). “Waarom zou hij zich zoveel moeilijkheden op de hals halen? Hij was rijk, en dan begin je met een knecht zóiets.” Nog steeds wordt er volgens hem wat vreemd tegen de vorm van het bedrijf aangekeken. “Mensen begrijpen het vaak niet. Ze verklaren je voor gek, als je vertelt dat je soms 's avonds nog even langsgaat om te kijken hoe het loopt. Of uit jezelf overwerkt. Maar je bent hier allemaal een beetje eigen ondernemer. Iedereen hier neemt wel een stukje van het karwei waar hij mee bezig is mee naar huis. Je werkt er samen aan.”
Kees den Dunnen: “Daarom is het ziekteverzuim ook zo laag. Je vertrouwt elkaar. Als je ziek bent, ben je ziek. Dat werd nooit gecontroleerd. Iedereen weet dat je verschijnt zodra je weer beter bent.”
Volgens hen is vooral de vertrouwde sfeer bij De Eendracht zo bijzonder. Niet alleen onder huidige werknemers, maar ook met gepensioneerden en hun families. “Je maakt echt met elkaar het product”, zegt Van Zadelhoff, “als De Eendracht-familie.”
Den Dunnen: “Op oude foto's zie je ook steeds dezelfde gezichten terugkomen. Mensen die hier nu werken zijn zoon, neef of kleinkind van Eendracht-werknemers. Je hoort hele verhalen over vroeger. Over letterzetter Johan Ploos van Amstel bijvoorbeeld. Die was van adel, maar van de verarmde tak, zeg maar. Dat was een echte heer. Hij kwam met hoge hoed op het werk. Over personeelsfeestjes ook. Dan ging het hele bedrijf bijvoorbeeld een dagje naar een glasfabriek. Of maakte een boottochtje, met een kopje koffie na.” Van Zadelhoff: “Nu gaan we met touringcars naar een verrassingsadres.”
Boekhouder Van Zadelhoff realiseerde zich aanvankelijk niet dat het bijzonder is dat werknemers aandelen in het bedrijf krijgen. “Toen ik werd aangenomen, kreeg ik een brief met de werktijden en wat ik zou verdienen enzo. Voor mij was dit nieuw. Maar mijn vader en moeder zeiden meteen dat ik het met twee handen moest aangrijpen.”
De grootvader van Kees den Dunnen sloot zich heel bewust aan bij het half-coöperatieve bedrijf. Schiedam was in die tijd dé stad van de jeneverstokerijen. “Mijn grootvader zag al die mensen dronken over straat gaan. Wie niet dronken was van de borrel zelf, was het wel van de lucht. Mijn grootvader was geheelonthouder, omdat hij zag wat voor ellende er van die drank kwam.” Grootvader Den Dunnen trok langs de huizen om de coöperatieve winkels aan te prijzen. Op 25 april 1902 kwam hij bij drukkerij De Eendracht.
Kees den Dunnen zelf voelt zich niet meer zo idealistisch. “Ik drink wél graag een biertje mee”, lacht hij. “Het is anders dan vroeger. Wij gaan nu allemaal heerlijk op vakantie.” Hij begon op 25 april 1960 op vijftienjarige leeftijd bij De Eendracht als letterzetter. Lid van de vakbond is hij wel. Niet dat dat nodig is, bij de Eendracht, maar voor drukkers is het lidmaatschap verplicht.
Alleen in de jaren zeventig betekende de vakbond wat voor hem. De bonden kondigden aan dat er grote veranderingen op komst waren voor grafici. Den Dunnen: “Dat kon je niet geloven. Er werd heel lacherig over gedaan. Maar uiteindelijk heeft de loodzetter toch bij wijze van spreken het loodje gelegd. We moesten omschakelen naar allerlei andere systemen.”
Bij veel drukkerijen zijn toen mensen op straat gezet. Zo niet bij De Eendracht. “Voor sommige, vooral oudere, mensen gingen de veranderingen wat te snel. Ze hadden problemen om dat te verwerken, werden nerveus, overspannen. Die kregen dan bijvoorbeeld een baan bij de binderij, voor hun laatste jaren. Eén man mocht het echte handwerk blijven doen: de geboortekaartjes en visitekaartjes.”
Den Dunnen zelf was “hartstikke opgelucht” dat hij door alle veranderingen niet op straat kwam te staan. Dat is volgens hem ook typisch De Eendracht. Omdat iedereen aandelen in het bedrijf heeft, wordt gezamenlijk gezocht naar oplossingen. “Buitenstaanders vinden het ook wel typisch, dit systeem, wel mooi. Wij kennen nog niet van die Amerikaanse toestanden, waarbij je er zomaar uitvliegt wanneer het even niet gaat.” Vier jaar geleden moest De Eendracht zich weer grootschalig aanpassen aan de nieuwe techniek. Den Dunnen is nu 'scanner', al vond hij de cursussen die hij daarvoor moest volgen niet eenvoudig.
Van hun medezeggenschap maken de werknemers bij de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering nauwelijks gebruik. Dat is niet nodig, vinden ze. Ze vertrouwen op de visie van de directeur en hebben zelf voortdurend invloed op praktische zaken. Als er bijvoorbeeld nieuwe apparatuur moet worden gekocht, raadpleegt het driekoppige managementteam altijd degenen die ermee moeten werken. “Dan gaan we een dagje naar een vakbeurs om goed te bekijken wat we willen”, zegt Den Dunnen. “We zijn ook een keer met het hele bedrijf in de bus naar de beroemde vakbeurs in Düsseldorf geweest. Dat is dan meteen een uitje”, vertelt Van Zadelhoff.
Soms is het wel een griezelig gevoel om als werknemer-aandeelhouder het management voornamelijk aan de directeur over te laten. Begin jaren tachtig bijvoorbeeld maakte De Eendracht een moeilijke periode door. “We hadden pas flink geïnvesteerd, en toen ging het slechter met Nederland. Daar zit je dan met je dure spullen. We hadden wel een paar weken lang niets te doen. Dat tikt aan.” Om de tijd te doden hebben de werknemers het pand toen wat opgeschilderd en oude rommel aangeharkt. Den Dunnen: “Er was een moordende concurrentie. Sommige bedrijven konden op de helft van de gangbare prijs gaan zitten. Toen heb ik weleens gedacht: daar gaan we dan.”
In die periode besloot de toenmalige directeur een opdracht aan te nemen van een klant die zelf moeilijkheden had. Een risico, want het drukwerk zou misschien nooit worden betaald. “Als die man zijn spullen niet zou kwijtraken, stonden wij misschien ook wel op straat.” De klant krabbelde er weer bovenop. “Dat is nog steeds een heel goede klant van ons. Wij hebben hem niet in de steek gelaten. Daarom blijft hij.”
Den Dunnen en Van Zadelhoff hebben er alle vertrouwen in dat het bedrijf met de aparte structuur ook in de toekomst overleeft. Ondanks de felle concurrentie, weet De Eendracht zichzelf volledig te financieren. Van Zadelhoff: “Alles wat hier hangt of staat, de muren, de machines, alles is van De Eendracht. Van ons, en niet van de bank.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.