*

 
dossier

Archief

jeugdtheater

ANITA TWAALFHOVEN − 13/01/97, 00:00

'Het Berenhuis', vanaf acht jaar, is te zien: 18/1 in Brussel, 19/1 in Tongeren, 26/1 in Aalst, 29/1 in Neerpelt, 1/2 in Drachten, 2/2 in Haarlem, 9/2 in Purmerend, 12/2 in Dordrecht, 16/2 in Amsterdam.

Marie Anna's vader is weg en haar moeder is ziek. Nu is er niemand meer die voor de kinderen zorgt. Maar ze besluiten om het aan niemand te vertellen en zichzelf te redden, want anders, zo denken zij: “Dan moet mama naar een ziekenhuis voor gekken, wij moeten in pleeggezinnen en dan zien we elkaar nooit meer terug.” Marie Anna - vlot en zeer goed gespeeld door Yardeen Roos - zorgt voor de baby, vecht met haar broer en zusjes, gaat naar school en doet haar uiterste best om voor de buitenwereld te verbergen dat er eigenlijk niemand is die voor haar zorgt. Achter in de klas op school staat een berenhuis en daar vindt zij troost in een vrolijke en warme fantasiewereld.

Suggestief

Het gelijknamige boek van Marilyn Sachs is voor het Speeltheater bewerkt en geregisseerd door Margrith Vrenegoor. Het gegeven zou gemakkelijk kunnen leiden tot een realistisch sociaal drama over een gebroken gezin in de stijl van 'Jan Rap en zijn maat'. Maar de gekozen enscenering met poppen, acteurs en muzikanten geeft 'Het Berenhuis' een wat mysterieuze, suggestieve sfeer.

Het kale houten speelvlak bestaat uit een aantal losse geometrische figuren. Links en rechts daarvan staan stoelen opgesteld waarop acteurs en poppen zitten. Op het eerste gezicht zijn de levensgrote poppen nauwelijks van de acteurs te onderscheiden en ook in het samenspel vervaagt het verschil tussen mens en pop.

Zo springt tijdens een ruzie Marie Anna's zusje - een pop - op haar nek, terwijl Marie Anna in haar armen de baby-pop draagt. Marie Anna's gezicht is zodanig geschminkt dat zij eenzelfde soort uiterlijk heeft als de zusjespop en ook qua aankleding lijken ze op elkaar. In de vechtende kluwe is dan nauwelijks nog te ontdekken wie pop is en wie mens. De spelers zijn niet alleen zeer vaardig in het manipuleren van de poppen, maar ook origineel in hun bewegingen en reacties op elkaar. Hierdoor krijgt de voorstelling vaart en een lichte toon.

De ontwikkelingen in Marie Anna's leven krijgen een steeds dramatischer verloop en analoog aan haar behoefte aan troost nemen de beren in formaat toe. Aanvankelijk verschijnen er nog drie kleine frummels aan de rand van het speelvlak, die Marie Anna druk kletsend van alle kanten bespringen. Aan het slot van de voorstelling is de papa beer zo groot geworden dat zij bij hem op schoot kan klimmen. Marie Anna reageert zich ook flink op de familie beer af en dat geeft aanleiding tot bijzonder komische taferelen. Zo roepen de drie beertjes verwijzend naar het verhaal over Goudhaartje: “Wie heeft er van mijn bordje gegeten, wie heeft er op mijn stoeltje gezeten en wie heeft er in mijn bedje geslapen?” Marie Anna schreewt de trillende diertjes dan toe: “Als je de boel niet afsluit, moet je niet raar opkijken als je insluipers krijgt!” En tegen een verkleinde versie van zichzelf - een beleefd popje met lange haren - roept ze boos: “Zuig jij nog op je duim, stinkerd?”

Marie-Anna kan haar thuissituatie steeds moeilijker verbergen. De baby wordt ernstig ziek en de strenge schooljuf - een geweldige rol van Onny Huisink - komt op huisbezoek. Uit angst voor de mogelijke gevolgen vlucht Marie Anna dan in de armen van de inmiddels levensgrote papa beer. Daarmee lijkt zij te kiezen voor een definitieve vlucht uit de realiteit en krijgt de voorstelling een open einde.

mailIcon print |