T/m maart, galerie Langenberg, Korte Prinsengracht 44, Amsterdam, wo t/m vr 12-17 uur, zo 13-18 uur.
Bij Remé beweeg je je steevast tussen amorfe lustvolle dieren, transcendentale wezens, weelderige begroeiingen en mysterieuze arcadische architectuur. Het is een wereld die je gaandeweg steeds vertrouwder wordt, maar toch weet de Duitser steeds opnieuw onbekende krochten van zijn wonderbaarlijke universum bloot te leggen. Vervelen doe je je niet snel in een expositie van Jörg Remé.
Remé heeft niet de minste schilders als zijn grote voorbeeld: Piero della Francesca, Paul Gauguin, Giorgio de Chirico, Max Beckmann. Samen vertegenwoordigen de vier grootmeesters de uiteenlopende componenten waaruit een Remé-werk is opgebouwd: de zuivere compositorische ordening van beeldelementen van Piero della Francesca, de mystiek van het exotische van Gauguin, het metafysische van De Chirico en het persoonlijke expressionisme van Beckmann. Het heeft Remé allemaal gevoed.
Er is echter meer dan de traditionele westerse kunstgeschiedenis alleen. Jörg Remé reist graag en leert op die reizen veel van de niet-westerse culturen. India bijvoorbeeld, een land waar hij vaak is geweest en dat duidelijk zijn verbeeldingskracht heeft verrijkt.
Bij het zien van de schilderijen doemt ook de herinnering op aan de Italiaanse transavangardisten, die aan het begin van de jaren tachtig met hun poëtische figuratie de schilderkunst weer op de abstracten wilden terugveroveren. Met name het werk van Salvo en Sandro Chia ligt stilistisch dicht bij Remé. De Duitsers was echter eerder. Al aan het eind van de jaren zestig zette hij zijn eerste schreden op het pad van het dromerige realisme. Zeker in die tijd getuigde het van lef om scènes te schilderen, die refereerden aan de renaissance en de mythologische en religieuze historieschilderkunst. Het zich niet schikken naar de toen zo populaire harde abstractie of de reclame-achtige pop art was feitelijk een daad van verzet.
Onverschrokken is Jörg Remé blijven ronddwalen in zijn eigen schilderkunstige Hof van Eden. De wezens zijn er fijnzinnig en teder. Ze versmelten met de natuur of elkaar, dromen hun gevoelens van zich af of bespiegelen introvert hun eigen bestaan. Ze zijn in ieder geval nooit kil of neutraal.
Remé moet eigenlijk maar voor één ding oppassen. Het werk moet niet salonfühig worden. Door wat ruwe kantjes te laten zitten houdt hij de kijker wakker. Voor Remé's werk is een picturale spanning essentieel. Je moet het idee hebben dat zich achter de gloeiende verfstreken en de barokke weelderige figuratie een geheim verscholen zit. Als Remé je uitdaagt om dat verhaal te ontrafelen, bezitten zijn bontgekleurde schilderijen een betoverende kracht. Als hij echter teveel polijst, gaat het mis. Dan is het beeld niet meer dan een loos esthetisch plaatje.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.