Maastricht op de vroege vrijdagochtend, te vroeg nog voor het chique winkelpubliek dat zo typerend is voor de 'stad van het goede leven', zoals zij in de brochures steevast genoemd wordt. De winkels zijn grotendeels nog gesloten, leveranciers blokkeren met hun vrachtwagens de winkelstraten, ramen worden gelapt. Maar de weekmarkt op de Grote Markt is wel al in volle gang. Die trekt een geheel andere cliëntèle. In petit restaurant 't Koffiemeuleke hebben twee grote dikke vrouwen, moeder en dochter, hun volle tassen op de ranke bankjes gezet, daartussen een baby. Hij spert zijn ogen wijd open en slaakt angstaanjagende kreetjes als oma haar schuurpapieren stem tot hem richt.
De koffie verkeerd is heerlijk, buiten belooft het een mooie, koude dag te worden. Via de Muntstraat is het een paar passen naar de VVV op de Kleine Staat, gevestigd in een van de fraaiste historische panden van Maastricht, het 'Dinghuis': een in gotische stijl opgetrokken gerechtsgebouw uit de vroege zestiende eeuw. Bij de VVV blijkt de volledige stad in kilo's kleurig foldermateriaal te zijn verwerkt: culinair, historisch, archeologisch, biologisch, literair, architectonisch, religieus. Er zijn puzzel- en speurtochten voor kinderen, kloostertochten, vestingwandelingen, kroegentochten, groenwandelingen, te veel om op te noemen. Om een indruk te krijgen van oud en nieuw, historisch en modern, kies ik voor een wandeling door de oude binnenstad die via de 13de-eeuwse vestingwallen naar het Vrijthof voert, om daarna via de St. Servaasbrug aan de oostkant van de Maas te kijken naar de vorderingen op het nieuwe, prestigieuze Céramique-terrein. Jo Coenen en zijn architectenbureau maakten het masterplan voor dit voormalige terrein van de Sphinx-keramiek fabrieken, waar zich onder meer het nieuwe Bonnefantenmuseum van Aldo Rossi bevindt.
Maar eerst gaat het vanuit de VVV linksaf de Kleine Staat in tot aan de Maastrichter Smedenstraat. Die slaan we links in, om meteen weer rechts de Havenstraat in te draaien. Hier begint het beroemde Stokstraatkwartier, de oude stadswijk die van 1957 tot 1973 werd gerestaureerd, met 17de- en 18de-eeuwse gevels, opgetrokken in de “typisch Maaslandse Renaissance stijl”, zoals de VVV-wandeling het omschrijft. Deze rijke bouwstijl, die in de hele stad is terug te vinden, geeft de voormalige vestingstad een stevig, helder, en royaal aanzien: weinig hout, veel steen, tot en met de omlijstingen van deuren en ramen aan toe. Via het eerste straatje rechts, de Havenstraat, komen we bij het binnenplein Op de Thermen. Hier geven kleurige contouren in het plaveisel aan waar de Gallo-Romeinse thermen en hoektorens werden opgegraven. Via het Morenstraatje aan de oostzijde bereiken we de Stokstraat, waar de ene peperdure mode- of interieurzaak de andere afwisselt. Maar de voorname etalagepoppen staren nu nog een lege straat in, bij coiffeur Antoine zitten slechts twee oudere dames, de kapsters maken lijzige bewegingen door hun haar. Via de Plankstraat (rechtsaf) komen we op het Onze Lieve Vrouweplein, bij de oudste kerk van Maastricht, de 12de-eeuwse O.L. Vrouwe Basiliek, met de belendende kapel van Maria Sterre der Zee. Hier is het warm en opmerkelijk druk, Maria krijgt een kaars. Linksaf via de zuidgevel van de kerk komen we (rechtsaf) op de trappen van de Onze Lieve Vrouwe Wal, die een prachtige blik op de Maas en de raketachtige, zilveren toren van het Bonnefantenmuseum aan de overkant biedt. De lage, felle zon trekt lange schaduwen van de bomen op het gras beneden, een mini-lassie poept tussen twee kanonnen.
We gaan onder de Helpoort door en slaan rechtsaf, steken het riviertje de Jeker over en gaan na het bruggetje naar rechts. Langs het Faliezusterklooster komen we uit op de St. Pieterstraat, steken de straat over en slaan linksaf het Lange Grachtje in, waar de grillige dikke oude stadsmuur zich voortslingert tegenover piepkleine witte huisjes. Vervolgens rechtsaf door het Hilariusstraatje, links door de Tafelstraat, die uitmondt op de Grote Looiersstraat. Hier worden de huizen weer groot en statig, maar we slaan rechtsaf, de straat Achter de Molens in, steken over, gaan rechtdoor naar het Kleine Grachtje, een voortzetting van de eerste omwalling. Via de Verwerhoek draaien we linksaf de Lenculenstraat in, dan rechtsaf de Bouillonstraat in, tot we bij het St. Servaasklooster komen, herkenbaar aan het grasveld met het smeedijzeren hek op de hoek dat het voormalige wachthuisje van het oude gouvernementsgebouw omringt. Het St. Servaasklooster mondt uit op het Hendric van Veldekeplein, waar Neerlands eerste dichter midden in het plantsoen zit. Hier bevinden we ons aan de achterzijde van de oude St. Janskerk (12de eeuw) met zijn zeventig meter hoge toren en de nog oudere St. Servaasbasiliek (10de eeuw).
En dan, via het straatje tussen de kerken, bereiken we het Vrijthof, dat zich in de blinkende zon als een bijna onbedwingbare lege vlakte voor onze voeten uitspreidt. Zou een bol plein - ja, het Vrijthof is behoorlijk bol - moeilijker zijn voor pleinvrezigen?
Na de lunch verlaten we het plein aan de noordzijde via de Helmstraat en slaan bij het Dominicanerplein rechtsaf en meteen weer links, zodat we terug zijn bij de Grote Staat, die uitkomt bij de VVV. We gaan meteen naar rechts de Kleine Staat in, en links de Maastrichter Brugstraat in, die uitkomt op de St. Servaasbrug. Aan het eind van de brug gaan we direct rechts naar beneden, via de Stenen Wal en de Maaspuntweg richting Céramique, waar een nieuwe stadswijk voor wonen, werken en winkelen verrijst. Er waait ineens een stevige wind, vele bouwkranen steken in de lucht, er hier wordt driftig gewerkt. Aan gene zijde van de Maas, ver weg van het historisch centrum, heerst een atmosfeer van voorwaarts. Eerste doel is het prachtige Bonnefanten, dat niet mag worden overgeslagen, al was het alleen maar vanwege een blik op het mooiste trappenhuis van Europa. Helaas is het museum de afgelopen tijd steeds verder weggedrongen door de gebouwen die eromheen zijn verrezen, zoals het belendende kantoor van Libertel. De tijd van de spiegelpaleizen uit glas en staal lijkt definitief voorbij, rode baksteen en hout voeren nu de boventoon. Een hele verbetering, al wordt op Céramique ook weer eens duidelijk hoe trendgevoelig architectuur kan zijn. Want ineens staat het hele terrein vol met rode baksteen en hout. Maar wie goed kijkt, ziet wel degelijk het verschil tussen een echte Rossi en de mindere goden.
Genoeg getreurd nu, we wandelen verder en steken vanuit het museum de Avenue Céramique over. Interessant is het binnenterrein van het door de Spaanse architecten Martorell, Bohigas en Mckay ontworpen woonblok. Aan het eind van de omsloten parktuin verrijst plots een klein, halfrond woonblok, waar alle andere appartementen op uitkijken. Of dat nou prettig wonen is, met de blik van een heel woonblok op je gericht? Via de Heugemerweg en de Remalunet (links) keren we weer terug op de Avenue Céramique en passeren de imposante, hoge stadsbibliotheek in aanbouw van Jo Coenen voor we het informatiecentrum bereiken. Daar is een grote maquette te bezichtigen en zijn folders met uitleg over de projecten en architecten verkrijgbaar.
Aan het eind van de Avenue is de koek op: deze wandelaar wil terug naar het station. Om de grote Wilhelminasingel te omzeilen buigen we nog even links de Hoogbrugstraat in, en rechts de Grachtstraat. Dan is het alleen nog maar een kwestie van rechtsaf en via de Brugstraat en de Stationsstraat komen we rechtstreeks bij het station uit. De volgende keer andersom beginnen bij Céramique, kijken waar de kranen staan en of de bibliotheek al af is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.