*

 
dossier

Archief

Valversnelling

BAS DEN HOND − 21/06/95, 00:00

50, Rue de l'Eglise, Parijs (metro Félix-Fort). Za. en zo. (in juli en augustus dagelijks) van 14.00 - 19.00 uur.

Want vroeger was dat anders. Beter. De kermis van een eeuw geleden was een uitstalkast van wetenschappelijke wonderen. Op de Pont Neuf en andere plaatsen van permanent vertier in Parijs werden elektriciteit, telescopen en exotische dieren gepresenteerd zodra ze maar bekend werden. Raichvarg neemt me mee naar het Musée des arts forains. Treed binnen in die oude fabriekshal achter de rue de l'Eglise, en een andere eeuw grijpt je bij de mouw.

Klim in de eerste toepassing van het fietspedaal: een door de berijders zelf aangedreven draaimolen (lesje: de fietsen staan al flink scheef, rekenend op vijftien kilometer per uur). Laat je verbazen in het Grand Panopticum de l'Univers: een vrouw ligt met een benauwd gezicht in bed. Je mag de lakens optillen om, dankzij de keizersnede die ze ondergaat, haar binnenkant te leren kennen. In een apart kamertje (alleen heren, tegen extra sous) zijn eveneens in was de gevolgen van geslachtsziekten te begruwelen.

'Natuurkunde', 'geneeskunde', zette Raichsvarg, docent geschiedenis aan twee Parijse universiteiten en auteur van Science et Spectacle (Z'éditions, 1993) boven de tekstborden die hij maakte bij deze museumstukken. En 'sociologie' bij de beesten op de draaimolen: de oudste molens hebben immers varkens en koeien vanwege de nostalgie van tweede-generatie verstedelijkten. “Kermisklanten waren ondernemers èn idealisten”, zegt Raichvarg. “Er waren showmensen bij, maar ook wetenschappers die het om volksopvoeding ging, en om geld voor nieuwe instrumenten.”

En dan sleept hij me alweer mee, naar de enige uitvinding die in de andere richting ging, van kermis naar maatschappij: de roltrap.

mailIcon print |