*

 
dossier

Archief

Duitsland aan wieg èn graf

Door: redactie − 23/01/96, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - Dank zij de Duitse oorlogsinspanningen kon Anthony Fokker begin deze eeuw een vliegende start maken met zijn bedrijf. Na de Tweede Wereldoorlog begon een zich herhalend patroon: het bedrijf kon de stijgende ontwikkelingskosten van nieuwe vliegtuigen steeds moeilijker opbrengen.

En de overheid sprong telkens opnieuw financieel bij. Het enige vliegtuig waarbij de overheid zijn investering goed beloond zag, was de succesvolle Fokker Friendship uit 1958.

Ten tijde van de overname door de Duitse vliegtuigbouwer Dasa, in 1993, had de Nederlandse overheid in totaal reeds 1,8 miljard gulden in Fokker geïnvesteerd. Gisteren bleek dat ook de overname door een sterke buitenlandse partner Fokker niet van de ondergang kon redden.

Geschiedenis 1912: Anthony Fokker (21) richt in Berlijn Fokker Aviatic op.

1914-1918: Fokker levert 7600 toestellen aan het Duitse leger. Volgens zeggen van Anthony Fokker werken er aan het eind van de Eerste wereldoorlog 6000 werknmers in zijn fabrieken.

1919: Als reactie op de ontmanteling van het Duitse militair-industrieel complex door de Geallieerden, verhuist Fokker zijn fabriek naar Nederland. In Amsterdam richt hij de Nederlandsche Vliegtuigenfabriek Fokker op.

1923: Fokker start in New York de Atlantic Aircraft Company. Tot eind jaren twintig leidt de fabriek een bloeiend bestaan.

1930: De onderneming levert reeds aan 54 luchtvaartmaatschappijen. Hierna gaat het snel bergafwaarts.

1939: Anthony Fokker overlijdt.

1940-1945: De Duitsers confisqueren het bedrijf.

1953: Fokker ontvangt 27 miljoen gulden van de overheid voor de ontwikkeling van de F 27, de Fokker Friendship.

1969-1980: Fokker gaat samenwerken met de Duitse Vereinigte Flugtechnische Werke (VFW). De Duitse overheid wil echter dat VFW samengaat met de tweede Duitse vliegtuigbouwer MBB. Fokker wil zelf ook geen derde wiel aan het wagen zijn en gaat alleen verder. Later voegt de Duitse onderneming Dornier zich bij VFW en MBB. Die combinatie heet vanaf 1989 Dasa.

1981: Minister Van Aardenne van economische zaken verstrekt Fokker 800 miljoen gulden voor de produktie van de MDF 100. Het toestel komt er uiteindelijk niet en Fokker gebruikt het geld voor de F 50 en F 100. Door de gelijktijdige ontwikkeling van twee modellen brengt topman Frans Swarttouw Fokker in ernstige financiële problemen.

1988: Na veel kritiek en vanwege hartproblemen stapt Swarttouw op als topman, hij blijft commissaris.

1991: Erik-Jan Nederkoorn wordt voorzitter van Fokker's raad van bestuur.

1992: Fokker kondigt in september het ontslag aan van 1100 van de in totaal bijna 13 000 werknemers.

1993: Het bedrijf maakt in februari bekend dat er opnieuw 2118 werknemers moeten verdwijnen.

1993: Na moeizame onderhandelingen tussen minister Andriessen van economische zaken en Dasa-topman Jürgen Schrempp, is de overname door de Daimler-Benz dochter in het voorjaar een feit.

1994: De interim-topman Van Duinen, die Nederkoorn is opgevolgd, kondigt in februari het ontslag aan van 1900 werknemers. Daarmee daalt het aantal personeelsleden naar ongeveer 8000.

1994: In maart worden de jaarcijfers over 1993 gepubliceerd. Er prijkt een verlies van 460 miljoen gulden. In april volgt de vijftig-jarige Ben van Schaik Van Duinen op. Daarvoor was Van Schaik twintig jaar werkzaam bij Mercedes-Benz.

1994: Dasa en de Nederlandse overheid geven Fokker in juni een kapitaalinjectie van twee miljard gulden.

1995: In februari krimpt het aantal banen wederom, dit keer met 1760. Minister Wijers van economische zaken ontvangt in september het business-plan van Fokker. Hierin zegt het bedrijf drie miljard gulden nodig te hebben. In december verlengt Dasa haar garantstelling voor de Fokker-kredieten.

1996: De raad van commissarissen van Daimler-Benz besluit op 22 januari haar kredietverlening aan Fokker stop te zetten. Dit luidt het einde van de onderneming in.

mailIcon print |