Sinds het bestaan van de mensheid is er sprake van een haat-liefdeverhouding met de dood. Er waren perioden dat de dood een zeer centrale plaats innam in de belevingswereld van de mensen, er waren ook tijden dat men er duidelijk geen raad mee wist en het onderwerp wegduwde. Sinds enige jaren staan mensen weer open voor alles wat met het afscheid van ons aardse bestaan te maken heeft.
Teleac haakt daarop in met een twaalfdelige serie over Nederlandse begraafplaatsen, die morgen begint (steeds op zondagavond om 20.15 uur op Ned. 2). De serie heeft de algemene titel 'Begraven en begraafplaatsen, monumenten van ons bestaan'. Onder die noemer zal het onderwerp, zo kondigt Teleac aan, zowel cultuurhistorisch, kunstzinnig als religieus worden belicht.
Landschapsarchitect ir. Ada Wille presenteert de serie. Zij is met name op zoek gegaan naar de rituelen bij het begraven. Die leven nog sterk in gesloten gemeenschappen. Op Terschelling wordt het heengaan van dorpsbewoners nog persoonlijk aangezegd. Buurtgenoten dragen de overledene grafwaarts en volgen daarbij een looproute met de zon mee. De doden worden er met de voeten naar het oosten begraven. De vele begraafplaatsen die ons land telt hebben alle hun eigen verhaal en hun eigen geschiedenis.
In de eerste uitzending gaat het over begraven in het landschap. Aflevering twee behandelt het begraven in kerken, dat tot ver in de vorige eeuw gebruikelijk was. Die vorm van begraven was voor de kerken een belangrijke bron van inkomsten, al waren er door de eeuwen heen felle tegenstanders. Tot hen behoorde keizer Karel de Grote. Hij verbood het in 809 in zijn rijk. Het Concilie van Mainz besloot in 813 dat het gebod van de keizer nageleefd moest worden, maar ontkrachtte dit besluit weer grotendeels door een groot aantal uitzonderingen op de regel toe te staan. Daarvan profiteerde keizer Karel een jaar later zelf toen hij in een Romeinse sarcofaag zijn laatste rustplaats vond.
De dood stond in vroeger tijden centraal in het leven. De lichamen van terechtgestelden hingen bij de stadsmuren totdat zij van de galg of het rad vielen. Hoewel doden meestal per kist naar de kerken werden vervoerd, werden zij vaak niet in een kist begraven. Een laken of een stromat was gebruikelijk om daarin de dode in het graf neer te laten. Pas in de vijftiende eeuw werd het begraven in kisten in de steden algemeen. De kerken profiteerden daarvan door voor zulke begrafenissen hogere tarieven te hanteren. Een kist vraagt immers meer ruimte. Om die ruimte optimaal te benutten bepaalde de stad Amsterdam in 1618 dat alleen kisten met een platte deksel mochten worden gebruikt. Het bleef desondanks dringen om een plekje. Overledenen werden vaak in vijf lagen begraven. De gevolgen van die overmatige belangstelling voor de kerken waren voor levende kerkgangers verre van aangenaam. Omdat men grafkuilen voor het gemak maar open liet, in afwachting van nieuwe bijzettingen, was de stank vaak zo ondraaglijk dat mensen flauwvielen. Vandaar het ontstaan van kerkhoven. Maar ook daarin wilden velen zich van anderen onderscheiden. Je laat je toch maar niet temidden van iedereen begraven! Sjieke begraafplaatsen op de bolwerken waren er een antwoord op. In de derde aflevering komt men er veel over aan de weet.
Onderwerpen die verder worden belicht zijn: de romantische dood, joodse begraafplaatsen, religie en dood, de massale dood en particuliere begraafplaatsen. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk dat iemand in zijn eigen achtertuin te ruste wordt gelegd. Eén aflevering wordt gewijd aan graven van beroemdheden, zoals het pompeuze graf van Carré in Amsterdam en dat van de Dreesmannen in Nijmegen. De dood en de zee, de wijze waarop maatschappelijke status doorwerkt tot in het graf en nieuwe ontwikkelingen in het uitvaartwezen: het komt allemaal aan de orde.
De cursus wordt begeleid door een boek met dezelfde titel als de televisieserie (prijs ¿ 49,75). Daaruit een romantisch grafschrift: 'Hier ligt een vroeggeknakte bloem,/ Des dorplings lust, der maagden roem,/ Op 't mulle grafbed neder./ Geen lelie had ooit schoner zwier,/ Niet slanker is de populier,/ Niet rijziger de ceder,/ Geen frisser blos had ooit de roos;/ Gene blanker gloed de tijdeloos;/' t Viooltje nooit de zachtheid/ Die uit haar blauwe ogen scheen./ Gij, die dees grafsteen nadert, ween!/'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.