*

 
dossier

Archief

Zelfvertrouwen is weer helemaal terug bij de PvdA

HANS GOSLINGA; MARCEL TEN HOVEN − 17/02/97, 00:00

DEN HAAG - Het was geen toeval dat premier Kok in zijn slotrede op het PvdA-congres ouderen met een krap pensioen al dit jaar een belastingverlaging in het vooruitzicht stelde. De eerste verklaring is dat er financiële ruimte is, de tweede dat de zorg voor de oudedag tot 'de agenda van de toekomst' behoort, waarmee de PvdA volgend jaar bij de kiezers wil aankloppen.

Zoals vrijwel het hele congres, stond de rede van Kok al sterk in het teken van de verkiezingen van 1998. De PvdA staat voor de opgave opnieuw de grootste te worden. Dat is nodig om Kok in staat te stellen een tweede kabinet onder zijn naam te vormen. Het optimisme daarover in het Haagse Congresgebouw was groot. “Kok-II komt er”, riep de nieuwe partijvoorzitter, Karin Adelmund, eraan toevoegend dat voor de PvdA nog niet vaststaat of Kok-II ook Paars-II zal zijn. De partij gedraagt zich in dat opzicht als de christen-democraten in hun beste dagen.

Achter het optimisme gaat een opmerkelijk herstel van het zelfvertrouwen schuil. Over het vorige congres, precies een jaar terug in Zwolle, hing nog zwaar de schaduw van de WAO-crisis. Het volgde direct op het senaatsdebat over de privatisering van de ziektewet, dat in de PvdA de hele nachtmerrie van de voorafgaande jaren weer bovenhaalde. Van die schaduw was nu vrijwel niets meer te merken.

Vrijwel meteen na het Zwolse congres ging een werkgroep onder aanvoering van het Kamerlid Adelmund aan de slag om een nieuwe visie op de sociale zekerheid te ontwikkelen. De PvdA moest àf van het beeld steeds maar in het defensief te zijn. Er moest een offensief verhaal op tafel komen. Die aanpak is geslaagd, zij het dat Adelmund bij de afdelingen nogal wat weerstanden moest overwinnen. Het congres ging zaterdag bijna zonder slag of stoot akkoord met een benadering, die sterk inspeelt op de individualisering en de behoefte aan flexibiliteit.

Deze inhoudelijke vernieuwing, ook op het terrein van de AOW, de pensioenen en de Europese politiek, verklaart voor een belangrijk deel het herwonnen zelfvertrouwen. Maar daaraan draagt uiteraard ook het succes van het kabinet-Kok sterk bij. Voor het eerst sinds het paarse avontuur van start ging, begonnen de sociaal-democraten het kabinetsbeleid naar zich toe te trekken. Zo berust het volgens Adelmund op verkeerde beeldvorming dat dit beleid neo-liberaal zou zijn. “Dit kabinet is veel sociaal-democratischer dan het lijkt.”

Ze verbond dat succes nadrukkelijk met Kok: “De groei van de werkgelegenheid is de hoogste in Europa, de inkomensverschillen blijven binnen proporties. Er is geen land dat dit kan nadoen, timmersmanszoon” Kok zelf deed geen moeite dat succes te relativeren. Hij etaleerde juist de resultaten van de pijnlijke saneringen. Zijn conclusie was 'dat het fundament van onze nieuwe verzorgingsstaat nu stevig is'.

Van de normaal zo behoedzame Kok was ook weinig te bespeuren, toen hij constateerde dat de economische vooruitzichten zonder meer positief zijn. “Het is de eerste keer sinds ik minister ben dat ik dat zonder omwegen uitspreek”, zei hij. Het was dan ook een uitgelezen moment om vast te stellen dat de PvdA 'aan het begin staat van een nieuwe fase'. Na eindeloos bezuinigen kunnen er eindelijk nieuwe keuzen worden gemaakt.

Hoge prioriteit in Koks agenda voor de toekomst krijgen zekerheid en zorg voor ouderen. Dat ligt voor de hand, nadat bij de laatste verkiezingen de ouderenpartijen zeven zetels bij PvdA en CDA wegkaapten. Een andere prioriteit ligt bij het onderwijs. Zonder aarzeling sprak Kok zich nu uit voor het verkleinen van de klassen in het basisonderwijs.

De PvdA-top liet er geen twijfel over bestaan dat zij de VVD als grootste tegenstander in het verkiezingsjaar beschouwt. Dat bleek het sterkst toen Kok, Wallage en Rottenberg VVD-leider Bolkestein, zonder hem bij naam te noemen, laakten om diens reserves jegens verdere Europese eenwording. Tegenover de nationale blik van Bolkestein plaatsten zij het ideaal van solidariteit over de grenzen heen.

De VVD-leider sprak zich de afgelopen week uit tegen uitbreiding van de Navo met Oost-Europese landen. Hij legde de toetreding van Nederland tot de Europese en Monetaire Unie (Emu) bovendien onder het beslag dat alle andere toetredende landen voldoen aan de strenge financiële toelatingscriteria.

Kok verbond het een met het ander door een relatie te leggen tussen meer samenwerking, economische integratie en veiligheid. Onder applaus zei hij: “Oorlogsgeweld en oorlogsdreiging moeten voor eens en altijd worden uitgebannen. Dat is mijn droom.” De aanval op de Euroscepsis was niet alleen gericht op de VVD, maar ook op intellectuelen in de PvdA zelf. Rottenberg nam daar heftig stelling tegen. Hij zag in de onmacht van Europa om het drama van Srebrenica te voorkomen een teken aan de wand dat 'passieloze realpolitikers' zegevieren over de 'Utopie Europa'. “De strijd tegen de loswoelende heftige anti-Europagolf moet met een groot empatisch talent worden aangebonden.”

De PvdA kan 'Europa' in de campagne als sociaal-democratisch thema uitbuiten, door de eenwording en de veiligheidspolitiek in het licht van de internationale solidariteit te plaatsen. Kok onderkende dat aspect: “Burgers zijn er niet mee geholpen als landen met de ruggen naar elkaar toe gaan staan. Ik wil graag de handen ineen slaan met landen in Midden- en Oost-Europa die het communisme en de armoede van het staatssocialisme zes, zeven jaar geleden van zich af hebben geworpen.”

mailIcon print |