De ingreep van het Turkse leger ten spijt is het fundamentalisme allerminst dood. Het leeft, zeker in Konya, het centrum van de harde islampolitiek. Bij de verkiezingen volgend jaar zal de Partij van de Deugd, opvolger van de verboden Welvaartspartij, er zegevieren. De derwiesjen beginnen met een speciale techniek om hun eigen as te draaien. Dat doen ze uren lang, met op de achtergrond de religieuze muziek van het blaasinstrument ney. De rechterarm steken ze in de lucht, de linker wijst naar de grond: 'Wij nemen van Allah en geven door aan het volk'.
Konya is de stad van de derwiesjen, die zich zevenhonderd jaar geleden hier vestigden. De Midden-Anatolische stad is altijd in de sfeer van de godsdienst gebleven. Vroeger was Konya het centrum van de islamfilosofie, nu wordt er keiharde islampolitíek gevoerd. Een welvarende stad, waar tachtig procent van de bevolking op de fundamentalisten stemt. Konya is daarmee een doorn in het oog van de machthebbers in Ankara.
De rookwolken werken zich naar de blauwe hemel. De tijd is aangebroken dat de boeren hun velden in brand steken. Voordat ze de grond gaan omploegen, steken ze het gras en het onkruid in brand. Ze geloven dat ze hierdoor een betere oogst krijgen.
Mikail is er dit jaar niet toe gekomen om net als iedereen zijn veld in brand te steken. Twee dagen geleden is hij vermoord. Zeki, een kalende veertiger met steenharde handen en wenkbrauwen die boven zijn neus aaneen zijn gegroeid, vertelt: “Mikail was getrouwd en had drie kinderen. Maar vorig jaar heeft hij zijn achttienjarige nicht ontvoerd en tot zijn vrouw gemaakt. Het meisje heeft hij vorige maand opeens uit zijn huis gegooid. De broer van dat meisje was inmiddels teruggekomen uit militaire dienst. Toen die jongen om de hand van een meisje in het dorp ging vragen, kreeg hij van de vader van het meisje te horen, dat hij zijn dochter niet kan uithuwelijken aan mensen zonder deugd. Die jongen werd toen razend en ging rechtstreeks naar Mikail toe en vuurde drie keer op hem. Zo heeft hij zijn zus gewroken en heeft daarmee zijn eer gered.”
Konya is een stad als alle andere in Turkije. Een man zonder eer is er geen cent waard. Voor de eer worden er moorden gepleegd. In theehuizen wordt op elk uur van de dag door besnorde mannen gretig thee geconsumeerd. Vijf keer per dag klinkt de stem van de imam, die de mensen in het Arabisch oproept om te komen bidden. Vrouwen roddelen hartstochtelijk onder het werk. En uitgebluste koeien draven door de straten.
Een stad als alle andere. Konya onderscheidt zich echter bij algemene verkiezingen. De fundamentalisten rekenen op tachtig procent van de stemmen en en krijgen die steevast. De roep om de Koranwetgeving klinkt hier het hardst. In deze stad zijn de meeste gesluierde vrouwen te zien. Er wordt gefluisterd dat Konya de nieuwe hoofdstad van Turkije wordt als de radikaal islamieten, de islamisten, aan de macht komen.
'De demonstratie in Konya' is een begrip in de Turkse geschiedenis. In 1980 gingen duizenden inwoners van Konya de straat op om te demonstreren voor de invoering van de koran-grondwet in Turkije. Ze hadden lange baarden, droegen groene petjes en schreeuwden hun kelen schor dat ze geregeerd wilden worden door de wetten die het heilige boek voorschrijft.
Niet lang daarna pleegden de militairen een staatsgreep. De eerste beelden die de door soldaten bezette televisiezender liet zien om de coup te vergoelijken waren die van de demonstratie in Konya; in het moderne land van Ataturk, de stichter van de Turkse republiek, durfden duizenden zonder enige schroom de straat op te gaan om te demonstreren voor de invoering van de sjaria-wetgeving. Was er een andere weg dan die van een coup?
We zijn nu achttien jaar verder. Sinds die roemruchte demonstratie heeft Turkije anderhalfe staatsgreep achter de rug. De eerste was meteen na de demonstratie, de andere _ halve _ werd vorig jaar gepleegd, het turbulente jaar waarin islamisten voor het eerst aan de macht kwamen, waarna de militairen een 'post-moderne' staatsgreep pleegden. De generaals konden een regering van islamisten niet langer dan een jaar verduren. Ze zetten de regering af en zetten er een minderheidsregering voor in de plaats.
Selami Aydin heeft een winkel in het centrum van Konya. Hij verkoopt bedden. Hij was erbij in 1980: “Die demonstratie werd door het leger als een smoes gebruikt om de macht te grijpen. In werkelijkheid hadden de militairen meer problemen met communisten.”
Volgens Aydin is er in die achttien jaar niet zoveel veranderd in Konya. “Turkije is wel veranderd”, stelt hij. “Turkije begint meer op Konya te lijken.”
“Veel steden hebben gekozen voor burgemeesters van de islamistische Welvaartspartij. De twee grootste steden Istanbul en Ankara worden door islamisten geregeerd. Ik denk dat bij de volgende verkiezingen de Welvaartspartij (die werd verboden en sindsdien als Partij van de Deugd door het leven gaat) haar opmars zal voortzetten. Mensen beginnen door te krijgen dat de islam de enige weg is. Welke wetgeving kan beter zijn dan die van Allah?” Dat de rest van Turkije Konya als voorbeeld neemt, schijnt een aangenaam idee te zijn voor de bewoners van deze stad. Er is zelfs een leus ontwikkeld, die op de ramen van bussen, aan de muren van huiskamers en op de kisten van schoensmeerders prijkt: 'Een Turkije als Konya'.
De islamisten winnen aan kracht de laatste jaren. Maar het leger is nog altijd de machtigste instelling van Turkije. De militairen hebben met hun staatsgreep in 1980 de linkse bewegingen, die onder de jeugd massale steun genoten, verpletterd. Het communisme is nu geen gevaar meer. Het fundamentalisme wel. Dus zijn anderhalfjaar geleden de Welvaartspartij, de onafhankelijke koranscholen en duizenden imamscholen _ de grootste kweekvijver voor islamistisch kader _ opgeheven. De belangrijkste leiders van de Welvaartspartij zijn uit de politiek verbannen. Multinationals die nauwe contacten onderhielden met de islamisten zijn onder streng toezicht gesteld.
Op het busstation van Konya veegt een oude vrouw met de rug van haar hand de tranen van haar gerimpelde wangen. Ze smeekt de jonge vent met het kale hoofd dat hij goed op zichzelf zal passen. “Moedertje, je had me beloofd dat je niet zou huilen. Hou je toch in. Er zal heus niets met me gebeuren”, zegt de jongen en streelt zijn moeders hand. Halit gaat in militaire dienst. Hij moet zich morgen in de grensstad Edirne melden. Als hij vandaag vertrekt, komt hij ruim op tijd aan. Hij moet anderhalf jaar in het leger dienen. Het leger, dat Konya en zijn fundamentalisten onder druk houdt, om de op het westen gerichte republiek voor een islamistische revolutie te behoeden.
Halit, een elektricien, heeft zijn haren en baard laten afknippen. In het Turkse leger moeten alle soldaten zonder haar en baard zijn. Uiterlijk vertoon is echter niet belangrijk, Halit is in hart en nieren een fundamentalist. Een islamist, in wiens ogen Erbakan, die jarenlang de Welvaartspartij leidde een schijter was: “Erbakan heeft in het jaar dat hij geregeerde ontzettend lopen slijmen met het leger. We hebben allemaal gezien dat het niets heeft opgeleverd. Hij moest vertrekken. Ik denk dat hij zijn tijd heeft gehad. We hebben iemand nodig die jong is, frisse ideeën heeft en vooral niet bang is.”
“Iedereen weet dat Erbakan na de staatsgreep van 1971 meteen zijn biezen heeft gepakt en naar Zwitserland is gevlucht. Nee, ik zie meer in Tayyip Erdogan, een echte leider', zegt Halit. Tayyip Erdogan is de huidige burgemeester van Istanbul. Ook boven zijn hoofd hangt het gevaar van een verbanning uit de politiek. Tijdens een toespraak in een Oost-Turkije, waar de Hezbollah een grote aanhang heeft, zei hij onlangs dat minaretten de geweren en de moskeeën de kazernes van de fundamentalisten zullen zijn. De burgemeester wordt nu door het Staatsveiligheidsgerecht berecht.
Vorig jaar is met de Welvaartspartij ook haar conservatieve coalitiepartner de Partij van het Juiste Pad van Tansu Ciller afgezet. Ciller voelt zich ook slachtoffer. Enkele weken geleden heeft zij geopperd om de twee partijen onder haar leiding samen de verkiezingen in te laten gaan. “Een alliantie voor echte democratie”, werd het initiatief genoemd.
Halit moet lachen om dat idee. “Ik zou nooit op Ciller stemmen. Ze is een vrouw. Als Allah had gewild dat een vrouw de mensen zou leiden, had hij tenminste een vrouwelijke profeet gestuurd. Dat heeft hij niet gedaan. Allah wil dus niet dat vrouwen zich als leiders aandienen.”
De buschauffeur roept dat iedereen moet instappen. Halit omhelst zijn moeder, vraagt zijn broer goed op haar te passen. Een paar minuten later zwaait hij nog een laatste keer naar zijn naasten en rijdt Konya uit.
Volgend jaar houdt Turkije algemene verkiezingen. Verkiezingen van vitaal belang; dan zal namelijk blijken hoe het Turkse volk reageert op de verrichtingen van de militairen. De ervaring leert dat na een periode van onderdrukking, de onderdrukten telkens sterker terugkomen. In 1971 was er een coup. Bij de eerstvolgende verkiezingen wist Erbakan zijn aanhang te verdubbelen, van 5.5 naar 11 procent. Na de coup van 1980 hadden de generaals slechts drie partijen toestemming gegeven om in 1983 aan de verkiezingen deel te nemen. Hun verwachting was dat de partij van een oud-generaal, die de coupplegers openlijk steunden, de verkiezingen zou winnen. De twee andere partijen waren er slechts voor de formaliteit. Maar een van die twee, Turgut Ozal, kreeg bij die verkiezingen tachtig procent van de stemmen.
Wat gaat er volgend jaar gebeuren? Is de Turkse kiezer blij met de ingreep van de militairen, of gaan de islamisten profiteren van hun underdog-positie? Over de uitslag in Konya hoeft de Partij van de Deugd zich geen zorgen te maken. Iedereen weet dat de islamisten gaan winnen. Dat wil echter niet zeggen dat de islamisten in Konya laconiek worden. Nu de verkiezingen dichterbij komen, zijn de inspanningen verhoogd. Ook in Konya.
Klerenverkoper Mustafa vertelt: “Vorige week zat ik voor mijn winkel uit te rusten in de schaduw. Toen zag ik een paar mannen in mooie pakken praten met mensen op straat. Ze kwamen ook naar mij toe. Een van de mannen bleek een parlementariër te zijn, die bij de volgende verkiezingen weer kandidaat is. Toen ging er een licht bij me op.” Mustafa's ogen glinsteren. Hij had geluk; dankzij een korte kennismakingsgesprek met een parlementariër heeft hij zijn schoonvader vierduizend gulden bespaard: “De parlementariër van de Welvaartspartij kwam ons vragen of wij problemen hadden. Ik zei tegen hem: mijn schoonvader is een boer die altijd met een machtiging van zijn vader geld heeft geleend bij de staatsbank. Vorig jaar is hier een overstroming geweest. Alle boeren hebben van de staatsbank een uitstel van betaling gekregen. Van mijn schoonvader willen ze wel direct het geld, omdat hij bij de aanvraag van uitstel zijn eigen naam heeft opgegeven in plaats van die van zijn vader. De parlementariër gaf toen zijn visitekaartje aan mij en zei dat ik hem moest bellen als hij terug zou zijn in het parlement.”
Trots laat Mustafa het faxbericht zien, dat hij de parlementariër heeft gestuurd:
'Meneer de minister, u was vorige week bij mij in de winkel. Ik heb u toen verteld over het probleem van mijn schoonvader . . .'
De parlementariër heeft Mustafa dezelfde dag nog teruggebeld en gezegd dat ze naar het landbouwbureau moesten gaan en daar met de directeur moesten praten. En natuurlijk niet vergeten om te melden door wie ze werden gestuurd. “Het is rond. We hebben uitstel van betaling. Met de hoge inflatie in Turkije betekent dat dat we bijna geen schuld meer hebben.”
Mustafa straalt. Waarom hij een gewone parlementariër in zijn brief meneer de minister noemde? “Alle parlementariërs vinden het prachtig om door het volk 'meneer de minister' genoemd te worden. Ik heb altijd op de islamisten gestemd. Bij de volgende verkiezingen doe ik het zeker weer. Ook al zetten ze een mes op mijn keel, mijn stem gaat naar de Partij van de Deugd.”
Het is zomer. In Konya het seizoen van de gele kentekens. De gastarbeiders uit Frankrijk, maar vooral uit Nederland komen voor een paar weken met hun nieuwe auto's en hun schetterende autoradio's de straten van Konya opvrolijken. Konya ligt in een van de meest vruchtbare gebieden in Turkije. Maar de vruchtbare gronden konden de groeiende bevolking niet voeden. Veel mensen vertrokken naar Europa. En in het bijzonder naar Nederland. Die mensen hebben in den vreemde niet stilgezeten. Ze hebben hard gewerkt en geld gespaard. Ze hebben in Konya huizen laten bouwen. En ze hebben aandelen gekocht in Kombassan Holding.
Kombassan Holding is een industriële gigant in Turkije die met gelden van gastarbeiders uit Europa is opgericht. Duizenden gastarbeiders hebben van deze onderneming een van de machtigste bedrijven van Turkije gemaakt. Een bedrijf dat nauwe betrekkingen had met de Welvaartspartij en die partij zeer waarschijnlijk ook financierde.
De halve staatsgreep van vorig jaar liet Kombassan Holding niet ongemoeid. De financiële politie legde beslag op alle papieren van het bedrijf. Er werd bekend gemaakt dat dit bedrijf voortaan kon fluiten naar gelden van stimuleringsfondsen van de overheid. De verwachting was dat het gedaan was met Kombassan Holding. Het bedrijf werkt echter door in Konya. Kombassan zendt reclamespotjes op de televisie uit waaruit de vaderlandsliefde van het bedrijf duidelijk wordt. Het leger kan in een eventuele oorlog rekenen op de autobanden van Kombassan. Gratis.
De Utrechtenaar Cemal schrok toen er maatregelen werden genomen tegen Kombassan. “Ik vertrok meteen uit Nederland om mijn tienduizend gulden van de Kombassanbank op te nemen. Maar toen ik eenmaal in Konya was, zag ik dat ik voor niets was gekomen. Ze hebben me hier zelfs overgehaald om nog eens vijfduizend gulden op mijn rekening te storten”, vertelt Cemal. Weet hij dat zijn geld zeer waarschijnlijk voor politieke doeleinden wordt gebruikt? “Dat vind ik juist goed”, zegt Cemal. “Bij de komende verkiezingen zal ik naar Turkije vliegen om op de Partij van de Deugd te stemmen. Elke stem telt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.