*

 
dossier

Archief

Priesters in Limburg eisen onderzoek naar 'sekte'

PETER DE GREEF − 29/08/96, 00:00

AMSTERDAM - Bisschop Wiertz van Roermond moet een onderzoek instellen naar de internationaal religieuze gemeenschap Het Werk. Enkele Limburgse priesters, onder wie deken P. van der Horst uit Helden en deken L. Kirkels uit Meerssen dringen daar op aan.

De Limburgerse priesters komen met hun verzoek, nadat het dagblad De Limburger vorige week enkele getuigenissen van ex-leden van Het Werk publiceerde. Volgens de oud-leden is Het Werk een totalitaire beweging die veel gelijkenissen vertoont met een sekte. Onlangs riep de vicaris van het Belgische bisdom Gent, W. de Smet, Rome op tot een kerkelijk onderzoek naar Het Werk. Ook hij noemt Het Werk “een beweging met sektarische trekken”.

De kiem voor de religieuze gemeenschap, die binnen de r.-k. kerk opereert, werd in 1938 gezaaid in het West-Vlaamse Geluwe. Daar kreeg Julia Verhaeghe (nu 86) - naar eigen zeggen - in een visioen van God de opdracht de kerk van de ondergang te redden. Om haar taak te kunnen vervullen, richtte Verhaeghe rond 1945 samen met een priester de zustergemeenschap Paulusheem op, die later werd omgedoopt tot Opus Christi Regis (Werk van Christus Koning).

De gemeenschap bestaat voornamelijk uit vrouwelijke leken die leven volgens de evangelische raden, met Maria als levensmodel. Het sterkst is de beweging vertegenwoordigd in Oostenrijk, vanwaaruit het door onder anderen Verhaeghe wordt geleid. Er zijn ook kloosters in België, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Hongarije, Slovenië en de Verenigde Staten. In Nederland heeft Het Werk een klooster voor zusters in Merkelbeek, bij Heerlen, dat zich toelegt op gezinspastoraat. Sinds drie jaar bezit men een eigen seminarie in Rome.

Ondanks het feit dat er hoofdzakelijk vrouwen lid zijn ziet Het Werk zich als een spirituele familie waartoe ook bisschoppen, priesters, jongeren en zelfs kinderen behoren. De gemeenschap kiest voor een radicaal evangelisch leven door “een eerbiedig erkennen van God, door aanbidding, door een diepgaande en oprechte bekering en door een ware liefde voor de Heilige Kerk en voor elkaar”.

Volgens pastoor R. Achten uit Elsloo is deze familiale, 'mariale' levenshouding echter een façade waarachter een wereld van list en bedrog schuilgaat. Achten, die de religieuze beweging al zo'n twintig jaar in het oog houdt, ziet vooral de laatste jaren de situatie verslechteren. Uit getuigenissen van oud-leden die hij heeft verzameld, maakt Achten op dat Het Werk “een totalitaire beweging” is. Hij vindt het “volstrekt onbegrijpelijk” dat het bisdom Roermond ondanks ettelijke aanmaningen nog altijd geen onderzoek is begonnen.

Volgens Achten recruteert de beweging haar nieuwe leden zelf. Dat gebeurt op uiterst subtiele wijze, onder meer tijdens feesten. “De nieuwkomers worden vaak uitgenodigd voor een reis naar Oostenrijk. Daar worden ze dan geheel ingepalmd.” Volgens hem is het ook vaak daar dat nieuwe leden een contract, 'heilig verbond', met de gemeenschap sluiten. Hierin leggen ze de gelofte van zuiverheid/ maagdelijkheid, armoede en gehoorzaamheid af. Vanaf dat moment beheerst Het Werk hun leven.

Achten: “Geen stap kan gedaan worden zonder toestemming van de leiding. Contact met vrienden en ouders is taboe. Wekelijks dien je een verslag te schrijven van wat er in je omgaat. Je moet daarin vermelden wat medeleden zeggen, vooral over Het Werk.” Bevelen dienen strikt te worden opgevolgd, post wordt gelezen, gecorrigeerd of achtergehouden. Ook moeten leden afstand doen van alle eigendommen.

Levenslang getekend

Veel leden zijn volgens Achten voor hun leven getekend doordat ze “intellectueel en spiritueel volledig worden uitgeleefd”. Hij noemt het voorbeeld van een priester en oud-lid die toen hij uit Het Werk werd gezet, een zware hartaanval kreeg.

Deken Th. van Galen uit Heerlen, lid van de generale priesterraad van Het Werk, noemt de aantuigingen “aanelkaar geschreven onzin”. Hoewel hij zeer verbaasd zegt te zijn over de oproep van collega-priesters vreest hij een eventueel onderzoek niet.

Overigens wijst hij er op dat in 1977 de toenmalige bisschop van Doornik, mgr. Himmer, de klachten van een uitgetreden zuster ongegrond heeft verklaard. “Vanuit Rome is in 1994 door kardinaal Re van het pauselijk staatssecretariaat in een schrijven aan de bisschoppen van België opgeroepen Het Werk juist te steunen.”

mailIcon print |