Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Voor het gerechtshof in Den Haag is gisteren vijftien jaar gevangenisstraf en een boete van vijf miljoen gulden geëist tegen de Rotterdamse drugsbaron Kobus L.
Volgens advocaat-generaal mr. C. Flint-van Noord is de 51-jarige L. verantwoordelijk voor de invoer van 357 kilo cocaïne vanuit Suriname, in 1991. Ook zou hij leiding hebben gegeven aan andere cocaïne-transporten naar Nederland alsmede de import van grote partijen softdrugs.
Zijn rechterhand L.S. hoorde twaalf jaar cel en een boete van 500 000 gulden tegen zich eisen. Tegen nog eens acht andere verdachten werden gevangenisstraffen gevorderd, die variëren van vier jaar tot 287 dagen. De tegen L. en S. geëiste boetes zijn, ook wanneer het vonnis comform de eis is, betrekkelijk. In de wet is vastgelegd dat ongeacht de hoogte van de boete, deze kan worden omgezet in een gevangenisstraf van maximaal één jaar. Aan de veroordeelde zélf is het te bepalen of hij voor deze extra straf kiest danwel de boete betaalt.
In haar requisitoir ging mr. Flint-Van Noord uitvoerig in op de handelwijze van L., die eerder van de rechtbank in Rotterdam een gevangenisstraf van twaalf jaar alsmede een boete van éen miljoen gulden kreeg opgelegd. Volgens de advocaat-generaal gaf hij sinds begin jaren '80 leiding aan een scala van criminele activiteiten. Naast de wereldwijde handel in drugs zou hij de hand hebben gehad in het witwassen van uit misdaad verkregen gelden, omkoping en intimidatie. Voorts zou hij verantwoordelijk zijn voor een 'niet nader te noemen aantal liquidaties in het criminele milieu'.
Onhandig
Hoewel een grootschalig onderzoek derhalve op zijn plaats was, verheelde de advocaat-generaal niet dat justitie soms minder handig opereerde. Zo werd pas in het najaar van 1996 bekend dat onder leiding van CID-officier van justitie mr. R. de Groot een infiltratie had plaatsgevonden. “Niet slim”, aldus mr. Flint-Van Noord. “Maar nooit is het de bedoeling geweest om rechters of verdediging te misleiden. De inzet van politiële infiltranten was louter bedoeld om bewijzen te verzamelen. Dat mislukte, want het resultaat van de infiltratie was nul komma nul.”
De advocaat-generaal verdedigde ook de 'deal' die justitie met kroongetuige Helio S. maakte. Hoewel zij niet uitsloot dat het hof deze deal afkeurt, kan dit volgens haar de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet aantasten. “We weten dat de regering een 'regeling' met kroongetuigen afwijst, maar dit laat onverlet dat er nog steeds ruimte is voor afspraken met criminelen. Bovendien is in de processtukken van meet af aan melding gemaakt over de afspraken met S.”
S. bleek in september '93 bereid de politie te informeren over de activiteiten van zijn voormalige 'werkgever' Kobus L.. In ruil daarvoor zou hij zelf niet voor strafvervolging in aanmerking komen. Politie en justitie kozen voor de deal, aangezien het toen al jaren durende onderzoek naar de drugsbaron uiterst moeizaam verliep. Op 6 december '93 echter werd S., met wie de politie ook dan nog zaken deed, voor zijn woning door onbekenden vermoord. “Zo bleef de procedure on-afgerond”, aldus mr. Flint-Van Noord.
Justitie trof voorts een deal met een tweede kroongetuige, F. de B.. Hij kreeg de toezegging dat hij, waar hij een boekje opendeed over L., niet 'actief' vervolgd zou worden. Mr. Flint-van Noord zei dat ook deze afspraak niet tot het buitenspel zetten van openbaar ministerie mag leiden. “Er is verantwoord gehandeld, waar het belang van de opsporing in deze zaak zwaarder woog dan de nadelen van een deal.”
Het proces wordt vrijdag voortgezet met de pleidooien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.