Een kantoor in de Van Nelle-fabriek, een pier met een staalkaart van 100 jaar sociale woningbouw in Nederland, een echte Rotterdamse musical voor het nieuwe Luxor theater op de Kop van Zuid, een educatieve metrolijn door de onderbuik van de stad van Erasmus: in grand café Dudok kan Bert van Meggelen nu nog vrijuit 'ins Blaue hinein' filosoferen over hoe Rotterdam er in het jaar 2001 als culturele hoofdstad van Europa uit zou moeten zien.
Officieel is Van Meggelen - directeur van drie Academies van Bouwkunst in Rotterdam, Arnhem en Groningen - namelijk pas vanaf 1 oktober 'Intendant Culturele Hoofdstad'. Stichtingen, commissies, beleidsplannen en budgetverdeelsleutels voor de 51 miljoen gulden die het jaar mag kosten zijn nog in geen velden of wegen te bekennen, en dus kan hij, met de volgende dubbele espresso op tafel, de zoveelste proefballon loslaten.
Ondanks de ideeënzee die hij nu al weet te produceren, was Van Meggelen verrast over zijn benoeming: de ervaring leert dat een intendant culturele hoofdstad vaak uit de hoek van de podiumkunsten komt. Maar dat uitgerekend Rotterdam een stedenbouwkundige benaderde is ook weer niet zo heel erg vreemd: architectuur is misschien wel het meest in het oog springende culturele visitekaartje van de stad waar ook het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) gevestigd is.
Van Meggelens achtergrond verloochent zich dan ook niet in de bevlogen, maar tegelijkertijd rustige manier waarop hij over de stad praat: zijn proefballonnen dragen steevast Italo Calvino's 'Onzichtbare steden' als motto met zich mee: dat een stad vele steden in zich herbergt geldt volgens Van Meggelen bij uitstek voor Rotterdam. “Door de wereldhaven bevindt Rotterdam zich in de hele wereld, en tegelijkertijd bevindt de hele wereld zich in Rotterdam. We leven hier in deze stad met maar liefst 149 nationaliteiten, van Kaap Verdianen tot Chinezen - en één IJslander, heb ik me wel eens laten vertellen. Al die culturen, al die nationaliteiten zorgen voor vele verschillende ruimten en bewegingen in een en dezelfde stad. Nee, ik heb nog geen pasklaar 'concept' voor de culturele hoofdstad, maar ik vind Calvino's metafoor een mooi uitgangspunt.”
In de raamvertelling 'Onzichtbare steden' laat Italo Calvino Marco Polo aan de machtige keizer Kublai Khan de steden beschrijven die hij als gezant bezocht heeft. Hij haalt, in korte hoofdstukken, steeds één aspect aan dat uniek zou zijn voor deze ene stad, maar in feite zijn het eigenschappen die op elke stad van toepassing zouden kunnen zijn. Ook de culturele hoofdstad moet een raamvertelling worden, vindt Van Meggelen. “Maar de vraag is dan wat voor raam je eromheen timmert. Rotterdam is niet alleen een internationale stad, maar ook een stad van vele culturen: jong en oud, 'on' en 'off', gevestigd en aanstormend. Rotterdam is daarnaast ook een 'polycentrische' stad: een reeks aaneengeschakelde dorpen met ieder een specifiek karakter. Al die lagen zou ik graag willen benadrukken.”
Het klinkt prachtig, maar mooie metaforen alleen maken een culturele hoofdstad niet tot een geslaagd evenement. Rotterdam moet wat zijn culturele imago betreft al tegen heel wat hardnekkige vooroordelen aanvechten. En wat vindt Van Meggelen (Vlaardingen 1946) eigenlijk van het instituut 'culturele hoofdstad', dat ook steeds meer kritiek te verduren krijgt? “Als het zou betekenen dat je hier een grote pot geld leegschudt om een paar mooie buitenlandse opera's te laten zien, ben ik het met die kritiek eens. Maar ik zie het als een investering in de culturele infrastructuur van de stad, als iets waar je rijker uit moet zien te komen dan dat je er instapt. Stel je slaagt erin een soort culturele agenda tot het jaar 2005 uit zo'n jaar te halen, samenwerkingsverbanden tussen culturele instituten in Rotterdam die verder reiken dan dat ene jaar, dan zou ik heel tevreden zijn.”
Veel culturele hoofdsteden hebben in het verleden een flink deel van hun budget besteed om het aanzien van de stad te verbeteren. Over Rotterdam heeft onder meer Kunsthal-directeur Wim van Krimpen al gezegd dat de stad deze kans ook zou moeten grijpen voor stedenbouwkundige verbeteringen. Van Meggelen: “Van Krimpen heeft gelijk als hij zegt dat de infrastructuur van de binnenstad verbeterd zou moeten worden. Maar niet van die 51 miljoen. De 'hardware' van Rotterdam is goed genoeg, misschien komt er een paviljoen, maar meer ook niet. Porto (ook culturele hoofdstad in 2001, red.) gaat veel geld stoppen in restauraties. Thessaloniki heeft ook veel geïnvesteerd in gebouwen. Er zouden zeven pieren komen, maar die waren niet af in het jaar dat Thessaloniki culturele hoofdstad was en ik betwijfel of ze er ooit nog komen. Ik vind niet dat wij ons zoiets op de hals moeten halen.”
Maar ja, de Van Nelle Fabriek dan? Zou het culturele jaar niet moeten worden aangegrepen om nu eindelijk een bestemming te vinden voor een van de belangrijkste industriële monumenten van Nederland? Van Meggelen: “Jawel, we zouden er best een kantoor willen hebben, maar ook dan zeg ik: met ander geld. Het is een prachtig gebouw, maar de ligging is moeilijk. Er zijn grote ingrepen nodig om het enigszins bereikbaar te maken. Daarnaast is het zo reusachtig groot, ik denk dat het nieuwe Media-instituut van Karlsruhe er twee keer in kan.”
Van Meggelen hecht er ondanks zijn achtergrond kennelijk niet zo aan uit 'zijn' culturele hoofdstad een prestigieus bouwwerk te slepen. Zijn ideeën zijn vooralsnog van minder tastbare aard. Zo vindt hij het bijvoorbeeld jammer dat er van de aanwezigheid van 30 000 studenten in Rotterdam vrijwel niets te merken is, zeker niet in het culturele leven van de stad. “En we zijn toch per slot van rekening de stad van Erasmus. Het heeft met de ligging van de universiteit te maken, en je kunt die gebouwen niet naar het centrum verplaatsen, maar je zou wel evenementen kunnen organiseren rond de metrolijn die die kant op gaat, richting Alexanderpolder, als een soort 'educatieve as' door stad.”
Aan het eind van het gesprek blijkt Van Meggelen toch nog een bouwkundige pan op het vuur te hebben staan. In 2001 bestaat de woningwet namelijk 100 jaar. Van Meggelen: “Het lijkt mij heel mooi om, terwijl je om je heen ziet dat de sociale woningbouw steeds verder wordt afgebouwd, een soort staalkaart neer te zetten met, ik zeg maar wat, tachtig verschillende soorten huizen die typerend zijn voor de sociale woningbouw van de afgelopen eeuw, op ware grootte. Daar hebben we in Rotterdam vast nog wel een lege pier voor over. Maar nogmaals; dat bouwen zou het ministerie van Vrom dan moeten betalen, wij zouden als culturele hoofdstad bijvoorbeeld debatten en symposia kunnen organiseren.”
Dat hij nog maar twee jaar en een paar maanden heeft om alles te organiseren vindt Bert van Meggelen niet erg. “Men wil hier toch liever snel de mouwen opstropen in plaats van lange intellectuele discussies te voeren. Het enthousiasme is groot, er ligt nu al een enorm dikke map met ingezonden voorstellen van Rotterdammers klaar, dat vind ik heel stimulerend.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.