*

 
dossier

Archief

Frank van Meerendonk Prozac-kenner tegen wil en dank

ALDERT SCHIPPER − 09/01/97, 00:00

Voor de Utrechtse rechtbankpresident is gisteren een kort geding gevoerd dat Frank van Meerendonk uit Oisterwijk had aangespannen tegen het farmaceutische bedrijf Eli Lilly, de fabrikant van het anti-depressiemiddel Prozac. Inzet was een brief van Lilly aan de hoofdredacties van Nederlandse kranten, waarin de suggestie werd gewekt dat Van Meerendonk een relatie heeft met de Scientology kerk.

Zo vertelt Frank van Meerendonk (42) over zijn eerste kennismaking met Prozac. Het was niet aangenaam: “Na een paar dagen voelde ik rare pijnscheuten, mijn spieren begonnen raar te doen en het leek alsof ik onder stroom kwam te staan. Er waren lichte epileptische aanvallen die als een flits door mijn lijf gingen. De huisarts raadde me aan door te gaan met Prozac. Na een dag of drie leek het of ik knallen in mijn lichaam voelde. Ik raakte er steeds ellendiger aan toe, en na zes dagen gaf ook de huisarts toe dat ik moest stoppen.”

Prozac is een serotonine-heropnameremmer, die voorgeschreven wordt bij depressie en de eetstoornis bulimia nervosa. Prozac zou, net als verschillende andere op soortgelijke wijze werkende middelen de afbraak van de signaalstof serotonine in de hersenen tegengaan. Inmiddels hebben 12 miljoen mensen het middel gebruikt. Bij velen werkt het prima. Het heeft bijwerkingen, die meestal gering zijn. Een enkele keer komen ernstiger bijwerkingen voor. Van Meerendonk meent dat hij tot de kleine groep patiënten hoort die slachtoffer is van een zware bijwerking.

“Ik begon een tocht langs allerlei dokters, want na het stoppen bleven de verschijnselen nog een hele tijd aanhouden. Ik was lichamelijk en geestelijk volkomen van de kaart. Het werd zelfs zo erg, dat ik drie weken werd opgenomen in de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Maar ik was zo geschrokken, dat ik geen pil meer durfde te slikken. Ik smeekte de psychiaters de medische literatuur op mogelijke bijwerkingen van Prozac na te slaan, maar daar voelde men niet voor. Het middel gold als volkomen veilig. Toen ik werd ontslagen, was ik alleen nog maar nieuwsgieriger geworden naar de achtergronden van Prozac. Mijn apotheker informeerde bij Eli Lilly en werd met een kluitje in het riet gestuurd. Alles werd glashard ontkend.”

“Pas toen ik bij een homeopathisch arts kwam, kreeg ik erkenning. Hij onderzocht mij en zei: 'Ik zie dezelfde verschijnselen als bij een druggebruiker'. Ik besloot zelf op zoek te gaan naar medische literatuur. Ik was leraar Engels en kende mensen in Engeland en Amerika. Ik vroeg hun op zoek te gaan en zo begonnen de artikelen over schadelijke bijwerkingen van Prozac binnen te druppelen. Daar las ik een verklaring in van wat er met mij was gebeurd.”

Anderen zouden daarmee vrede hebben - Van Meerendonk niet. Het ergerde hem enorm, dat rond Prozac een hype ontstond en dat Eli Lilly in de bijsluiter bij het middel andere dingen vermeldde dan het Amerikaanse moederbedrijf in Amerika deed. Daarin stonden wel degelijk enkele verschijnselen gemeld die Van Meerendonk zo van zijn stuk hadden gebracht.

“Ik benaderde mensen die in ingezonden stukken in dagbladen schreven over nadelen van Prozac. Hun verhalen over het middel en het gemak waarmee bijwerkingen van tafel werden geveegd, maakten me des duivels. Maar ja, het waren meestal mensen die weinig Engelse medische literatuur lazen. Dat kon ik wél. Zo werd ik de vertolker van hun leed.”

Na enige tijd werd hij benaderd door iemand van het Comité voor de rechten van de mens. Hij meende dat het zoiets was als Amnesty. In werkelijkheid is het comité opgericht door de Scientology kerk, die oorlog voert tegen alle psychofarmaca. “Ik had nog nooit van de Scientology kerk gehoord, maar toen ik die achtergrond vernam, zei ik bij mijzelf 'ho'. Daarna kreeg ik die dame nog een paar maal aan de telefoon, maar mijn weigering samen te werken werd door haar gerespecteerd. Ik wilde absoluut onafhankelijk zijn.”

“Ik belde in een radio-programma waarbij luisteraars werd gevraagd te reageren op tv-uitzendingen. Ik reageerde op een idiote uitzending over Prozac van de Avro. Vervolgens werd ik gevraagd zelf te komen in Brandpunt. Blijkbaar had de redacteur contact gehad met Eli Lilly. In elk geval zei hij, dat ik werd gesouffleerd door de Scientology kerk. 'Ik heb niemand nodig om mij te souffleren', reageerde ik. Die uitzending leverde veertig reacties op, de ene nog vreselijker dan de andere. Ik huilde tranen met tuiten over al die hulpeloze mensen die ik aan de telefoon kreeg.”

In 1994 besloot Van Meerendonk op elke onjuiste publicatie over Prozac te reageren. Hij had nog wat spaargeld en als WAO'er veel vrije tijd. “In de vakbladen stonden advertenties onder de kop 'Prozac voor de kleur van het leven'. Ik ging naar de Raad voor de geneesmiddelenaanprijzing. Die kop mocht Lilly van haar wel gebruiken, maar een deel van de kleine lettertjes moest het bedrijf rectificeren. Er stond onder meer dat zich bij een gering deel van de gebruikers bijwerkingen voordoen. Ik constateerde dat dit in tegenspraak was met de Amerikaanse bijsluiter, waarin staat dat bijwerkingen algemeen zijn, dikwijls voorkomen en dat 15 procent van de patiënten er last van heeft. Bovendien moest Lilly in het vervolg bepaalde ernstige bijwerkingen vermelden. Ik stond daar alleen tegenover vier advocaten van Lilly en ik kreeg deels gelijk. Het was een echte overwinning. Men kon niet meer zeggen dat ik een leek was, die onzin in de wereld slingerde. Ik voelde me eindelijk serieus genomen.”

Van Meerendonk ontmoette er de p.r.-directeur van Eli Lilly, Paul Verpaelen. “Ik kreeg een goede relatie met hem. Hij wilde ook niet dat er zo overdreven gunstig over Prozac werd geschreven. Dat waren we in elk geval eens met elkaar. Ik zou hem inseinen, wanneer het weer zo ver was.”

In 1995 hoorde Van Meerendonk via zijn contacten in de VS, dat daar een non-profit organisatie 'Prozac Survivors Support Group' was opgericht. “Ik interesseerde me wel voor een onafhankelijke club van mensen, die allemaal aan den lijve de nadelen van Prozac hadden ondervonden. En onafhankelijk wás deze groep. Voordat een regionale directeur kon worden aangesteld, werd hem eerst gevraagd of hij contact had met Scientology of het Comité voor de rechten van de mens. Wie zulke contacten had, werd afgewezen.”

“Ik kreeg goed gedocumenteerd materiaal uit de VS, waarmee ik veel mensen in Nederland steun kon geven. Mijn uitgangspunt is, dat ik niet tegen het gebruik van psychofarmaca ben. Ik weet heel goed, dat sommigen er heel goed op gaan, ook op Prozac. Maar ik vind dat het zorgvuldig moet worden voorgeschreven en dat men verdacht moet zijn op bijwerkingen. Als iemand mij belt, zal ik nooit zeggen dat hij met zijn therapie moet stoppen. Ik raad bellers altijd aan met hun dokter te overleggen, want ik weet heel goed dat het schadelijk kan zijn te stoppen.”

In oktober verscheen een man voor de rechtbank in Zwolle, verdacht van het doden van zijn moeder. Hij meende dat hij tot zijn daad was gekomen door het slikken van Prozac. Na contact met Lilly bracht de advocaat het 'Prozac-verweer' echter niet ter tafel in de rechtzitting. Kort daarop bood een andere advocaat, mr. J. Knottenbelt, aan dat verweer te voeren.

Kort voor de rechtzitting, waar Van Meerendonk als getuige-deskundige zou optreden, kregen alle kranten in Nederland een brief van Lilly, waarin stond dat de Prozac survivors support group een pseudoniem was van de Scientology kerk. “Het leek wel erg op een smaadcampagne, zo vlak voor de zaak in Zwolle. Tegen deze onware beschuldiging heb ik dit kort geding gevoerd.”

mailIcon print |