Goedkope stroom wordt nog goedkoper, misschien (1)
Het was groot nieuws, de stroomstoring die vorig jaar een deel van Midden-Nederland platlegde. Dat de storing de gemoederen zo beroerde, was eigenlijk wel mooi voor de elektriciteitsbedrijven. Alle tamtam gaf aan dat Nederland er absoluut niet aan gewend is dat er wel eens geen stroom uit het stopcontact kan komen. Er zijn maar weinig landen die dat kunnen zeggen.
Het was geen groot nieuws, maar het bedrijfsleven vond het knap vervelend. Enkele jaren geleden raakte Nederland zijn positie als goedkoopste Westeuropese stroomland kwijt. Jarenlang waren de stroomprijzen hier het laagst. Ook nu hebben bedrijven als DSM, Akzo, Hoogovens en Shell weinig reden tot klagen, want stroom is nog altijd goedkoop. Maar de goedkoopste? Nee, dat niet meer.
Een elektriciteitssector die zekerheid biedt èn goedkoop werkt: waarom moet die in vredesnaam op de schop? En waarom zo drastisch? Het antwoord is simpel: Europa liberaliseert de stroommarkt en Nederland moet - en wil - meedoen. Bovendien heerst, vooral in het bedrijfsleven, bij het ministerie van economische zaken en in delen van de sector zelf, de vaste overtuiging dat marktwerking de sector beter en efficiënter maakt, dat technische vernieuwingen sneller worden doorgevoerd en dat stroom goedkoper wordt. Dat laatste geldt zeker voor bedrijven en misschien wel voor iedereen. Ooit.
Marktwerking dus. Het woord, dat bij minister Wijers past als stroom bij een stopcontact, doet denken aan minder overheidsinvloed, minder regels, meer vrijheid. Maar de praktijk is anders. Wie overheidsmonopolies afbouwt en nutsbedrijven de private sector injaagt, haalt zich nogal wat op de hals. Kijk naar PTT Telecom dat in lastige gevechten met concurrenten is beland over de prijzen van het doorgeven van telefoontjes en daarover ingewikkelde correspondentie voert met Opta, het nieuwe bestuursorgaan dat erop toeziet dat de marktwerking in de telecomsector naar behoren functioneert. Kijk naar de Nederlandse Spoorwegen die concurrentie krijgen, maar die zoveel mogelijk winstgevende lijnen willen houden en daar liefst lang over willen beschikken, zodat van echte concurrentie toch geen sprake is. Kijk naar de sores rond Verenigd Streekvervoer Nederland en de problemen rond het openbaar aanbesteden van openbaar-vervoerlijnen. En kijk naar de 'nieuwe' stroomsector: het wordt er op termijn misschien beter en goedkoper op, maar niet eenvoudiger. Bovendien krijgt de sector er ook nog een paar monopolisten bij, wat niet erg strookt met begrippen als marktwerking en concurrentie.
Veel problemen rond de grote stroomkolos (2)
De huidige vier stroomproducenten (Epon, EZH, EPZ en Una) moeten, met hun koepelorganisatie Sep, tot één bedrijf fuseren. Het doel is niet om meer marktwerking te krijgen, maar om een krachtige producent te kweken - zeg maar een bijna-monopolist -, die in de toekomst sterk staat tegenover grotere giganten in Europa. Een tweede doel is het drukken van de stroomprijzen. De vaderlandse stroomkolos, het Grootschalig Productiebedrijf (GPB), die een omzet zal hebben van zeven miljard gulden, kan goedkoper grondstoffen inkopen dan de vier kleine, ook al shoppen de vier nu soms al samen. Bovendien kan het GPB toe met minder personeel: de fusie kost 1 500 van 5 300 werknemers hun baan. Voor voorstanders van de krachtenbundeling is dat één van de bewijzen dat de stroomsector momenteel erg ruim in de jas zit.
Het GPB had er op 1 april moeten zijn, maar is er nog niet. Dat dat zo lang duurt, komt omdat er nauwelijks een onderwerp te verzinnen is waarover de betrokken partijen (directies, aandeelhouders, energiebedrijven, provincies, gemeenten) elkaar niet in de haren zijn gevlogen. Kern van die discussies is in wezen steeds dezelfde: wie krijgt (of houdt) zeggenschap over het GPB en wie verdient er wat aan.
De afgelopen weken dook een nieuw pijnpunt op. Naast een aantal provincies en gemeenten hebben vijf energiebedrijven aandelen in het GPB. Die vijf willen dat het GPB hen goedkoper stroom levert. Voor het GPB is dat nadelig. Het bedrijf heeft al niet veel eigen vermogen en mag dat opkrikken door een soepele houding van de fiscus - het GPB betaalt de eerste jaren nauwelijks vennootschapsbelasting -, en door de aandeelhouders voorlopig weinig dividend uit te betalen. En het GPB kan het eigen vermogen opkrikken door te verdienen op de stroomproductie.
Met hun eisen ondermijnen de vijf energiebedrijven de positie van het GPB. Dat lijkt vreemd, want waarom een bedrijf uitkleden waar je zelf aandelen in hebt? Maar de energiebedrijven leveren ook zelf stroom en zijn behalve aandeelhouders ook concurrenten van het GPB. Bovendien zijn ze beducht voor de macht van de bijna-monopolist en zijn ze gebaat bij zo laag mogelijke inkoopprijzen. Hoe lager de inkoopprijs, des te goedkoper kunnen zij stroom leveren, des te meer klanten zullen zij trekken. Ook de energiebedrijven vallen immers onder de tucht van de vrije markt, zoals dat tegenwoordig heet. De strijd over de stroomprijzen is hard; de hoofden van de betrokkenen worden steeds roder, maar van een veto van de vijf tegen het GPB is nog geen sprake.
Het energiebedrijf verliest zijn net (3)
Het huidige energiebedrijf (er zijn er nog ruim dertig) koopt stroom van producenten, distribueert die stroom, verkoopt het aan zijn klanten en stuurt de energierekeningen. Het energiebedrijf zorgt ook voor het lokale of regionale elektriciteitsnet en voor het gasnet. Is er iets mis met het net dan rukken de wagens van het energiebedrijf uit. Verder geeft het energiebedrijf informatie bijvoorbeeld over energiebesparing. Dat 'oude' energiebedrijf houdt op te bestaan. Vanwege de gewenste marktwerking.
Het energiebedrijf moet splitsen, vinden de Tweede Kamer en minister Wijers. Als de stroommarkt vrij is - grote bedrijven kunnen in principe nu al stroom inkopen waar zij willen - dan is het niet goed als er één (energiebedrijf) is dat precies weet waar zijn klanten behoefte aan hebben en wanneer er capaciteit is om die stroom te leveren. Het energiebedrijf dat over zoveel strategische informatie beschikt, zal zijn concurrenten altijd voor zijn, zodat van eerlijke concurrentie tussen de PNEM's, Nuons en ENW's nooit sprake kan zijn, vinden Kamer en minister.
Strategisch
Vandaar dat het energiebedrijf in tweëen moet: er komt één bedrijf dat over de strategische informatie beschikt en dat verantwoordelijk is voor het beheer van het netwerk. Het energiebedrijf dat overblijft, distribueert stroom en informeert zijn klanten over energiebesparing en dergelijke.
De ruim dertig netwerkbedrijven (door fusies zal het aantal de komende jaren wel verminderen, zo wordt verwacht) zijn in wezen allemaal regionale monopolietjes. Het is nu eenmaal niet lonend om steeds nieuwe stroomnetten aan te leggen, zoals NS-concurrent Lovers niet begint met het aanleggen van rails.
Monopolies brengen twee gevaren met zich mee: ze kunnen hoge prijzen berekenen voor hun diensten en ze kunnen lui worden omdat ze geen hijgende concurrenten in hun nek voelen. Om die nadelen te ondervangen, komt er een speciaal bestuursorgaan dat de netwerkbedrijven in de gaten houdt.
De netwerkbedrijven hebben maar weinig speelruimte. Er komen vaste tarieven voor het beheer van het netwerk. Basis voor die tarieven is het bedrijf dat het efficiëntst werkt. Een bedrijf dat minder efficiënt werkt, krijgt opdracht zijn prijzen toch aan te passen. Met marktwerking heeft dat niet veel te maken, maar dat kan ook moeilijk als het om monopolisten gaat. Als een bedrijf nog efficiënter gaat werken, mag het die winst in zijn zak steken. Zo wordt de luiheid uit de lijven geklopt, hoopt het ministerie van economische zaken.
Niet eenvoudig
Het vaststellen van die tarieven is overigens niet eenvoudig. Omdat de bodemgesteldheid en de bevolkingsdichtheid sterk uiteen kunnen lopen, verschillen de kostenposten van de bedrijven. Bij het bepalen van de tarieven moet daar rekening mee worden gehouden. Het zou immers niet eerlijk zijn als een netwerkbedrijf zijn tarieven moet aanpassen en in de rode cijfers komt vanwege de lastige bodemgesteldheid in het gebied waar het opereert.
Overigens blijven de energiebedrijven wel aandeelhouder van de netwerkbedrijven. De raden van commissarissen echter zullen voor het merendeel van buiten de sector moeten komen, zo heeft 'Den Haag' verordonneert. Vervelend, vinden de energiebedrijven dat laatste.
De kuilengravers moeten zich zorgen maken (4) 'Aannemers krijgen nu weinig kans'
Wat blijft er na zo'n splitsing nog over van het huidige, vertrouwde energiebedrijf? Niet zo veel, want de netwerk-tak is de grootste van de energiebedrijven. In die tak hebben de bedrijven ook het gros van hun kapitaal zitten. Vandaar dat een aantal energiebedrijven de splitsing totaal niet ziet zitten.
Deze bedrijven wijzen erop dat ze de afgelopen jaren veel werk hebben gemaakt van de integratie van hun stroom-poot en hun gas-poot. Als het stroomnet naar het netwerkbedrijf verhuisd, gaan die integratie-voordelen verloren, klagen zij. En waarom moet de stroom-poot zich in twee bedrijven splitsen en de gas-poot niet? Waarom mag bij gas de distributie en de strategische informatie wel in één hand blijven? Soms omdat de overheid zoveel financieel belang heeft bij aardgas?
De energiebedrijven vragen zich verder af wat het voordeel van zo'n splitsing nou is. Grofweg wordt de nota voor elektra voor vijftig procent bepaald door de kostprijs van stroom, voor dertig procent door de transportkosten en voor twintig procent door de kosten voor levering aan klanten en aan het service- en adviesapparaat van de energiebedrijven.
De energiebedrijven betrekken het gros van de stroom allemaal van het GPB en de prijzen voor een aantal lange-termijncontracten staan al vast. Daar is dus weinig concurrentie-voordeel te behalen.
Over de transportkosten gaan de energiebedrijven niet meer: daar gaan de netwerkbedrijven over. Resteert die twintig procent voor service, advies en het schrijven van nota's. Moeten we daar dan op concurreren?, vragen de critici zich af.
Ja, dat moet, vinden het ministerie van economische zaken alsook de Tweede Kamer die vorige week dinsdag de nieuwe Elektriciteitswet goedkeurde. De concurrentie moet eerlijk zijn en dan is een administratieve scheiding tussen netwerk-en energiebedrijf, zoals de klagende energiebedrijven bepleiten, niet voldoende. Er moet een juridische scheiding zijn.
Dat zo'n oplossing - twee bedrijven in plaats van één - wat duurder is, wordt wel erkend. Dat zo'n oplossing ingewikkeld kan zijn, wordt ook wel toegegeven: als de energievoorziening van een nieuwe wijk geregeld moet worden, is het handig als de neuzen van de beslissers dezelfde kant op staan en er geen belangentegenstellingen zijn tussen het netwerk- en het energiebedrijf. Maar voor de Kamer en de minister zijn die bezwaren overkomelijk. De splitsing moet: vanwege de marktwerking.
Volgens Economische Zaken hoeft de splitsing bovendien helemaal niet zo dramatisch te zijn. Nu al vormen de netwerk-afdelingen min of meer een apart onderdeel van de energiebedrijven. Ze hoeven ook niet te verhuizen, de netwerkbedrijven krijgen alleen een andere naam. Bovendien kunnen de energiebedrijven hun monteurs, gravers en spitters gewoon in dienst houden. Als er een storing is, kan het netwerkbedrijf het energiebedrijf inhuren om de nodige reparaties te verrichten.
Dat betekent, werpen de critici tegen, dat de energiebedrijven moeten concurreren met de aannemers. En die hoeven hun personeel minder te betalen dan de energiebedrijven, die beschikken over een ruimhartiger cao. Maar bij Economische Zaken draaien de ambtenaren die redenering om: nu krijgen de aannemers weinig kans omdat de energiebedrijven hun eigen zaakjes regelen.
Eén ding is zeker. Bij de fusie van de stroomproducenten vallen er forse klappen onder het personeel, al is er een sociaal plan. Als er bij de energiebedrijven banen sneuvelen, zullen de kuilengravers, de spitters, de kabelleggers en de mannen-in-de-auto's-van-het-energiebedrijf dat als eerste merken.
Bedrijven gebaat bij alle veranderingen (5)
Hoe ingewikkeld de reorganisatie ook is, voor de meeste burgers en bedrijven zijn maar twee dingen belangrijk: de zekerheid dat er stroom uit het stopcontact komt en de hoogte van de rekening. Wat gaat daar mee gebeuren?
Voor de grootste bedrijven zit het wel snor. Zij mogen zelf bepalen bij wie zij hun stroom kopen en kunnen buurten bij het vertrouwde energiebedrijf, bij een energiebedrijf elders in het land of in het buitenland. Dat laatste kan alleen als deze bedrijven kunnen aantonen dat dat buitenland ook toestaat dat zijn bedrijven in Nederland stroom kunnen kopen. Deze (ingewikkelde) regeling is getroffen, omdat het buitenland anders goedkoop stroom levert aan Nederland terwijl Nederland zijn stroom niet aan het buitenland kwijt kan. Middelgrote bedrijven krijgen over een paar jaar de vrijheid hun eigen stroomleverancier te kiezen.
Bij EZ wordt verwacht dat er veel creativiteit gaat loskomen: zo kan een papierfabriek afspreken om de stroomprijs te laten afhangen van de papierprijs. De papiermaker hoeft dan in slechte tijden minder te betalen, en in goede tijden meer: het bedrijf wordt daardoor minder conjunctuurgevoelig, wat voor aandeelhouders prettig is. Zo zouden bedrijven ook offertes kunnen aanvragen bij verschillende energiebedrijven met een simpel verzoek: regel mijn stroom, gas, afval, warmte en mijn telecom. Doe het goedkoop en laat míí er geen omkijken naar hebben.
Niets
En de kleinverbruiker? Die heeft voorlopig niets te kiezen. Hij mag dat pas doen rond 2007. Maar wellicht dat er al eerder dingen gaan gebeuren met zijn stroomrekening. Want misschien gaan woningcorporaties wel onderhandelen met energiebedrijven over de levering van stroom aan hun woningblokken. In principe mag dat niet voor 2007, maar W. van Leeuwen, de voorzitter van de nieuwe koepel der corporaties, Aedes, liet onlangs weten wel wat te zien in dat soort serviceverlening. Misschien gaan verenigingen van huiseigenaren wel hetzelfde doen. En misschien gaat Albert Heijn wel stroom inkopen en dat weer verkopen aan zijn klanten.
Voorlopig echter is de kleine gebruiker nog de vaste klant van zijn vaste energiebedrijf. Maar er wordt wel op gelet dat de voordelen die de hele reorganisatie van de stroomsector oplevert, niet alleen terechtkomen bij de grote bedrijven die al vrij mogen winkelen. Expliciet heeft de Tweede Kamer geëist dat de kleinverbruiker net zo moet profiteert als de grootverbruiker. De minister van economische zaken ziet daar op toe.
Zeer specifiek
Betekent dit dat de bewoners van Heerlen tien procent minder voor hun stroom betalen als DSM een tien procent goedkoper contract afsluit met PNEM/Mega Limburg? Nee, want contracten met grootverbruikers kunnen zeer specifiek van karakter zijn. Het betekent wel dat kleinverbruikers, net als grootverbruikers, zullen profiteren als PNEM/Mega Limburg goedkoper stroom inkoopt bij het GPB of in het buitenland.
De hoogte van de tarieven voor kleinverbruikers wordt grotendeels bepaald door de tarieven die het goedkoopst leverende energiebedrijf hanteert. Dus als de PNEM goedkoper stroom inkoopt dan Eneco en PNEM haar tarieven verlaagt, zal Eneco de prijzen voor kleinverbruikers van de minister toch moeten verlagen en als de drommel moeten gaan onderhandelen om ergens goedkoper stroom te krijgen. Een soort van marktwerking per ministerieel decreet, zou je dat kunnen noemen.
En wellicht profiteert de gewone klant ook van efficiencyverbeteringen bij de netwerkbedrijven. Economische Zaken schat dat zij zo'n 10 tot 20 goedkoper kunnen werken dan nu. Dat kan onder meer omdat de energiebedrijven veel geld stoppen in de zekerheid van de leveranties. Liever vijf transformatoren werkeloos in het magazijn dan de piepkleine kans lopen dat je het in extreme gevallen met vier transformatoren ooit een keer niet redt.
Het inleveren van een transformator kan betekenen dat de zekerheid van stroomlevering wat kan achteruitgaan na de reorganisatie van de sector. Zo af en toe duiken er in de media verhalen op over geprivatiseerde stroombedrijven in Engeland of Nieuw-Zeeland die vooral geïntersseerd zijn in winst en zich minder bekommeren om de kwaliteit van hun net. Maar daar staat natuurlijk de onverbiddelijke wet van de marktwerking tegenover: een bedrijf dat grossiert in stroomstoringen kan zijn poorten wel sluiten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.