Voor zijn afscheidstoernee vliegt Frans Maassen in een paar weken tijd de hele wereld over. Morgen rijdt hij in Colombia zijn zesde wereldkampioenschap op de weg, koud thuis kan hij meteen door naar de wegwedstrijden Parijs-Bourges, Parijs-Tours en Milaan-Turijn. De 30-jarige Limburger zet op 29 oktober in Japan definitief een punt achter zijn lange wielerloopbaan. Zo wereldwijd zal waarschijnlijk zelfs Pavarotti zijn fans niet gedag zingen, voor hij op pensioen gaat.
“Ze hadden gezegd dat het zoiets was als in Stuttgart (in 1991 - red.), maar daar klopt niets van. Het is veel te zwaar voor mij.” En die Japan Cup in Utsunomya, daar had hij ook niet om gevraagd. Hij had zich gemeld voor de Ronde van China, waar Raas met een ploeg naar toe gaat. Maar dat wilde de Zeeuw hem bij nader inzien niet aandoen. Maassen maalt er niet om. Hij is al lang blij dat de afmars hem niet langs allerlei Nederlandse kerktorens leidt. “Dat was ook de reden dat ik mijn voornemen pas laat wereldkundig heb gemaakt. Na de Tirreno-Adriatico heb ik tegen mijn vrouw gezegd: Ik stop er mee, dit gaat mijn laatste jaar worden. Ik weet het, iedere renner zegt dat wel eens in een slechte bui, maar na de Amstel Gold Race was het voor mij zeker. Ik voelde aan mijn water dat ik in topvorm was, maar werd er finaal afgereden en moest tegen mijn gewoonte afstappen. Tijdens de Tour DuPont (begin mei - red.) heb ik Raas van mijn voornemen op de hoogte gesteld. Zijn reactie? Hij zei dat hij het een verstandig besluit vond. Ik vond het klasse van Raas dat ik het jaar mocht afmaken en mijn eigen programma mocht samenstellen.”
Weinig ruchtbaarheid
Voor het overige gaf Maassen er ook onder vrienden en familie weinig ruchtbaarheid aan. “Want dan krijg je al die kloterijen in die criteriums. Dan roepen ze in Stiphout, Boxmeer of waar dan ook dat ik daar het laatste criterium rijd en dan maken ze er een hele toestand van. Nou, dat nooit. Want hoewel ik tot na het NK tijdrijden (eind augustus - red.) heb volgehouden dat ik niet naar het WK wilde, stond het tegendeel voor mij al tijden vast. In december vorig jaar heb ik reeds mijn injecties gehaald.”
Frans Maassen, van 27 januari 1965 en prof sinds 1987, heeft altijd onder één ploegleider (Raas) gediend en behaalde tot dusver 55 overwinningen. Dit seizoen waren het er slechts twee in de categorie onbeduidend (Dortmund en Heerlen), terwijl het in 1994 met twee tijdritjes en het eindklassement van de Ronde van Luxemburg ook al niet overhield. Dat aftakelingsproces wilde hij niet verder laten gaan. “Het uitblijven van prestaties is de enige reden dat ik stop. Er zullen best momenten komen dat ik het wielrennen ga missen. Ik heb het nooit erg gevonden om af te zien, ik heb altijd graag getraind. Mijn vader zei dan ook: 'Rijd nog twee jaar door, pak dat geld nog.' Maar dat kan ik niet. Ik zeg dat natuurlijk ook vanuit de positie dat ik een behoorlijke financiële zekerheid heb. Ik ben tevreden met wat ik heb bereikt. Ik heb goed verdiend. Daar heb ik geluk mee gehad, maar het was ook de uitvoering van les 1 die ik in de wielersport heb geleerd. Toen ik bij Raas kwam, begon ik met een bruto salaris van 30 000 gulden. Het tweede contractjaar kreeg ik 25 000 gulden voor tien maanden, dan konden ze me makkelijker ontslaan als ik het bij de profs niet waar zou maken. Ik maalde er toen niet om. Voor 15 mille was ik ook prof geworden. En Raas neem ik het ook niet kwalijk. Ik had zelf slimmer moeten zijn. Later heb ik hem bij salarisonderhandelingen het bloed onder de nagels vandaan gehaald.”
De relatie met de Zeeuw heeft er nooit onder geleden. Een paar dagen ging Maassen 'vreemd'. Dat was in 1992, toen Raas pas ternauwernood een nieuwe sponsor vond, de coureur de vrijheid en het advies kreeg met een andere ploeg in zee te gaan, tenzij zich voor 6 september een nieuwe geldschieter zou aandienen. Maassen had vergeten een dergelijke clausule in het contract met TVM te laten opnemen. Via een 'herenakkoord' tussen Raas en zijn collega Priem kon Maassen weer op het thuishonk terugkeren. “Raas kun je op zijn woord geloven. Wat je in februari afspreekt, maakt hij in oktober nog waar. Normaal gesproken was ik in '92 wel bij TVM gebleven (op zijn advies trok Priem Gerrit de Vries en Danny Nelissen aan - red.), maar bepaalde afspraken werden niet nagekomen, en toen was voor mij de maat vol.”
Noodgreep
TVM was min of meer een noodgreep. Het liefst was Maassen drie jaar geleden naar Italië verhuisd. De Limburger had een concrete aanbieding van Gatorade op zak. “Raas raadde het me af. Dan moet je twee jaar voor Bugno rijden, en daar ben je nog te goed voor, vond hij. Bepaalde andere mensen met wie ik nauw contact heb, vroeg ik eveneens om advies. Die hadden sterke twijfels. Daarom ben ik niet gegaan, hoewel ik het in mijn hart dolgraag had gewild. Net als voor een voetballer lijkt het me geweldig in een land met zo'n sportbeleving mijn vak uit te oefenen. En ik was natuurlijk ook wel benieuwd wat daar in het wielrennen zelf omgaat.”
Maassen refereert in dat verband niet direct aan (verboden) stimulerende middelen. De winnaar van de Amstel Gold Race (1991) en uitblinker in de Ronde van Vlaanderen en het WK in 1993 voelde zichzelf niet slechter worden, maar ontdekte dat anderen hem als een speer voorbij flitsten. Vertrouwelingen uit het circuit meenden de oorzaak wel te kennen. Maassen was niet bereid zich volgens de meest geavanceerde methodes en middelen te laten prepareren en moest om die reden lossen. De wondere wereld van EPO en tegenwoordig DNA is een boek dat hij niet wil openslaan. “Ik weet niet of ik wel zo zuinig op mijn lichaam ben geweest. Wat ik wel weet is dat het slechter voor je is de Tour de France zonder medicamenten te rijden dan met. Aan de andere kant heb ik nooit geloofd dat je door EPO en DNA zoveel beter gaat fietsen. Het grote probleem is de lijst zelf. Daar staan produkten op die je bang maken om verkouden te worden, omdat je de simpele geneesmiddelen die daarvoor in de handel zijn, niet mag gebruiken. Al met al is het goed geweest. Meer dan dat zelfs. Al had ik gehoopt meer te bereiken dan mijn erelijst laat zien. Mijn probleem was dat het verwachtingenpatroon bij de pers en het publiek hoger lag dan bij mij. Zelf had ik bijvoorbeeld nooit gedacht de Amstel Gold Race te winnen.”
En dan, pratend in termen van goed en minder goed: “Een goede renner moet altijd één keer positief zijn geweest in zijn carrière. Ik ben nooit positief geweest. De medische begeleiding is beter geworden, maar daarom niet per se slechter of onverantwoorder. Iedere ploeg heeft tegenwoordig een arts in dienst. Met hulp van medici kun je de domste renner laten pieken. Ik weet er ook het fijne niet van, maar heb altijd gezegd: als ik naar de controle moet en ik kan er niet op een normale manier doorheen, dan heb ik mijn limiet overschreden.”
Lijfsbehoud
Een paar jaar geleden stelde hij vast dat hij een gespleten persoonlijkheid is: de renner Frans Maassen en de mens Frans Maassen. De eerste werd contactarmer, harder en meedogenlozer, ook tegen zijn omgeving. Hij deed het uit lijfsbehoud. “Ik heb meer schijt aan de rest gekregen. Ik trek mijn eigen plan. Wat anderen zeggen en schrijven, zal me een zorg zijn. Ik denk niet dat het een verandering ten goede is, maar ik kan niet anders. Mensen trekken je kracht en je energie uit je weg. Je hebt aan het fietsen zo je handen vol dat je voor de rest geen tijd hebt. Mijn vrienden op de hoek, mijn familie, ik zie ze haast niet meer.” Maassen gaat zo in zijn vak op, dat hij in 1994 de geboorte van zijn eerste kind minder belangrijk vond dan de Ronde van Frankrijk. Door een abces aan het zitvlak moest hij na ruim een week opgeven. “Dat was een teken Gods,” zegt hij nu. “Mijn vrouw wist dat ik naar de Tour ging en dat ik niet van plan was om af te stappen. Want in mijn carrière heb ik bijna alle koersen uitgereden.”
De mens Maassen noemde het profwielrennen ooit 'één toneelwereld'. In zijn debuutjaar, zo onthulde hij, heeft hij een koers verkocht omdat hij dacht dat het zo hoorde. Het milieu staat hem overigens niet tegen. Hij heeft zich snel aangepast, vindt hijzelf. “Het wielrennen is een wereld waar de grenzen op het gebied van normen en waarden wat verder liggen dan in de gewone maatschappij. Ik heb ook mensen geflikt, omdat ik weet dat ze mij evengoed belazeren.”
Atheneumdiploma
Maassen hoopt na de Japan Cup bij het wielrennen betrokken te blijven, al zijn daar met Raas nog geen afspraken over gemaakt. Een vak heeft hij niet geleerd, wel een atheneumdiploma gehaald. Beheerder van een tennishal leek hem wel wat. “Mijn adviseur vond dat geen goed idee. Een hal moet volgens hem eerst drie keer failliet gaan voordat hij rendabel is. De hal die ik op het oog had, is nog maar één keer over de kop gegaan.” Hij ziet wel. Eerst aftrainen, een beetje zaalvoetballen en dingen doen die voor een wielrenner taboe zijn. “Ik kan straks rustig frites eten, een beetje wandelen en hoef niet bang te zijn dat ik verkouden word. Ja, dat vind ik wel een beetje vreemd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.