Warmte en zonlicht horen bij druiven als Zwarte Piet bij Sinterklaas. Nederland is dus kansloos om een eigen wijnsector op te zetten. Dat idee is hartstikke fout. Straks heeft elke stad in Nederland zijn eigen wijn van gaarden uit de directe omgeving. Weliswaar (nog) geen grand cru's maar wijn van een zeer acceptabele kwaliteit, die kan concurreren met wijn uit bij voorbeeld de Duitse Ahrstreek.
Aan de voet van de Wageningse Berg, begrensd door een magnifieke roodbruine bosrand droomt Jan Oude Voshaar van een schone toekomst, zijn toekomst. Als je hem, te midden van zijn vijftig rijen wijnranken van honderd meter lengte, vol overtuiging hoort maar vooral ziet oreren, voelt het als meer dan een droom.
,,Het opzetten van een wijnbouwcultuur in Nederland heeft sinds een paar jaar zo veel kansen. Die moeten we nu pakken.'' In Nederland is wijnbouw tot op Terschelling mogelijk. Sinds kort kunnen zelfs tot in Denemarken druiven werden gekweekt en wijn gemaakt. Die opzienbarende omslag werd ingeleid door de goedgelukte kruising van de wilde Amerikaanse druif en gevestigde Europese soorten. Oude Voshaar: ,,Die Amerikaanse wilde druif is al duizenden jaren resistent tegen meeldauw, de grootste vijand van de wijnrank. Alleen de smaak was vreselijk. Daarom is die soort, vooral door de Fransen, in Europa lang buiten de deur gehouden. Na veel kruisen met goed smakende Europese druiven echter werd zo'n twintig jaar geleden de eerste soort geboren die beide goede eigenschappen in zich verenigde: een goede smaak en resistent tegen meeldauw. Dan duurt het nog twintig jaar aan testen voordat de eerste nieuwe rassen op de markt komen. Die net zo goed zijn als de standaard rassen. Dat gebeurde uiteindelijk in 1995. Een bijkomend voordeel is dat deze nieuwe druiven, in navolging van hun Amerikaanse ouders, minder gevoelig zijn voor kou, sneller rijp zijn en dus in Nederland makkelijk gekweekt kunnen worden.''
Wat Oude Voshaar naast die koude-resistentie vooral aanspreekt was de weerstand tegen meeldauw. ,,Daardoor hoef ik niet te spuiten met zwavel en koper. In Frankrijk ruik je een wijngaard al van verre vanwege chemicaliën. De bodem daar is vergeven van de koper. Dat staat me tegen. Met deze nieuwe druif kan ik in Nederland aan de gang, spaar het milieu en geef de consument straks biologisch gemaakte wijn, de eerste met EKO-keurmerk.''
Oude Voshaar stopt al zijn vrije tijd in het opzetten van de eerste commerciële biologische wijngaard in Nederland. Hij is nu nog als statisticus/wiskundige in deeltijd verbonden aan het researchcentrum van de Wageningen Universiteit. Over een jaar of twee hoopt hij fulltime wijnboer te zijn.
Al sinds 1991 is hij in zijn twee volkstuinen bezig met het uitproberen van diverse resistente druivenrassen. Vooral de eerste oogst van de Regent, in 1996, smaakte boven verwachting. ,,Mijn vrouw Els en ik besloten nog een jaar af te wachten. Maar de oogst van 1997 smaakte zelfs nog beter.'' Zij besloten een hectare grond in de buurt te huren en plantten in het voorjaar van 1998 vijftig rijen van honderd meter met vijftig verschillende rassen resistente druiven waarvan de Regent de belangrijkste is. In oktober 2000 volgt de eerste oogst en in juni 2001 komen dan de eerste flessen op de markt.
Oude Voshaar heeft er alle vertrouwen in dat zijn operatie gaat lukken. Hij is al bezig met de huur van nog een hectare. ,,Je kunt bij twee hectare pas spreken van een broodwinning. Je hebt ook aardig wat kosten'', rekent hij voor. ,,Om te beginnen je aanvangsinvesteringen in de wijngaard: grond, planten, palen, nachtvorstberegening en verder investeringen in een kelder met apparatuur om wijn te maken. Bij elkaar zo'n vier à vijf ton. Verder heb je natuurlijk je jaarlijkse kosten als bemesting, flessen, marketing, afschrijvingen en rente. Daar staan de eerste drie jaar geen opbrengsten en dus geen inkomsten tegenover.''
Een beginnende Nederlandse wijnboer moet dus even doorbijten, maar een mooie horizon gloort. Met name voor de biologische wijnboer, weet Oude Voshaar. Biologisch is toch de trend bij de consument en bovendien beperkt de Europese Commissie steeds meer het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Hij kent al aardig wat fruittelers die vanwege de lage prijs van appels en peren op zoek zijn naar nevenactiviteiten en daarbij denken aan wijndruiven. Zeker nu commerciële teelt in Nederland met die nieuwe druif mogelijk is.
,,Ga maar na. Grote wijnlanden zullen niet snel overschakelen op die nieuwe resistente rassen. Ombouw van hun wijngaarden betekent namelijk vijf jaar geen oogst. Eerst moet de grond twee jaar braakliggen en dan moet je drie jaar wachten op oogst van nieuwe planten. Dat zullen ze nooit doen. Dat is dé kans voor Nederlandse ondernemers om deze nieuwe tak van wijnbouw op te zetten: goed van smaak én biologisch geteeld. Nee, straks heeft elke stad in Nederland wijn uit eigen omgeving. Dat is toch prachtig.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.