*

 
dossier

Archief

Oecumene als wereldwijd web

Door: redactie − 18/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers DRIEBERGEN - Het woord 'oecumene' heeft voor jongeren een oubollige klank, verbonden aan een elite van vijftigers en zestigers, een incrowd die elkaar met zijn eigen jargon treft op de ene na de andere oecumenische ontmoeting en conferentie; de oecumenische 'beweging' is veeleer een gesloten systeem, een instituut.

Vertegenwoordigers van die oecumenische elite lieten zich gisteren met een zekere graagte de kritiek welgevallen van de 32-jarige Egbert van der Stouw, 'missionair toeruster' van de hervormde kerk in Gelderland. Aan de vooravond van de jaarlijkse internationale 'Gebedsweek voor de eenheid' had de Raad van kerken samen met enige andere instituties uit het oecumenische circuit een bijeenkomst belegd voor de eerste 'Oecumenelezing' - met de bedoeling een dergelijke vorm van bezinning jaarlijks te herhalen.

Van der Stouw sprak namens een handjevol andere jongeren die zich zorgen maken over de verkokering van de kerkelijke structuren en die daartegenover veel zegen verwachten van dynamische netwerken voor het Koninkrijk Gods. Van der Stouw herinnerde eraan dat het woord House niet alleen de huidige jongerencultuur kenmerkt, maar dat hetzelfde woord in het Grieks (oikos) aan de basis staat van de oecumene.

De overeenkomst tussen beide moge zijn dat beide - House en oecumene - de geest/Geest willen verruimen, als verschil noemde Van der Stouw onder meer House als de 'fragmentatie van de uniformiteit' en oecumene als de eenheid in verscheidenheid. Hij riep het gezelschap op tot een uitbraak van de oecumene via het meest democratische communicatie-middel: Internet. Minstens in elke parochie en gemeente één computer-met-Internet-aansluiting, zo stelde hij voor, om een nationaal en internationaal netwerk te stimuleren als oecumene voor de nieuwe eeuw.

De Oecumenelezing zelf werd echter gehouden door de Britse baptisten-predikante Myra Blyth, hoofd van de afdeling 'delen en dienst' van de Wereldraad van kerken in Genève. Haar betoog met veel oecumenische en missionaire uitdaging, landschap, agenda, gemeenschap erin was in zekere zin een treffende illustratie van het jargon waar Van der Stouw c.s. voor waarschuwde.

Tegelijk zag ook mevrouw Blyth de oecumene langs een wereldwijd web breeduit naar de volgende eeuw toe drijven. Nuchter stelde zij vast dat de Wereldraad door zijn financiële crisis alleen al in nieuw oecumenisch vaarwater komt. Elke gedachte aan uitgroeien tot een soort superkerk heeft men noodgedwongen laten varen. Volgens Blyth draait het in de oecumene nu weer om de 320 lidkerken in hun bonte verscheidenheid. Geen Rome-in-Genève, maar een wereldgemeenschap van kerken en geen gemeenschap zonder onderlinge dienstbaarheid.

De Wereldraad van kerken bestaat volgend jaar een halve eeuw. In die periode is het zwaartepunt en de numerieke meerderheid verschoven van Europa naar de derde wereld en dat heeft ingrijpende gevolgen, vooral ook voor de 'oecumenische agenda'. Nog is het zo dat derde-wereldkerken er maar stilletjes bijzitten als er weer eens zo'n hoogkerkelijk westers thema wordt besproken, als doop, avondmaal en ambt. Maar het zal in de naaste toekomst over andere dingen gaan, verwacht zij.

Als belangrijke verschuiving wijst Blyth op de taak van de gezamenlijke kerken een “morele gemeenschap” te vormen, waar men over en weer wil leren, rekenschap aflegt, de dialoog voert en de verschillen van mening onder ogen ziet. Zij waarschuwde tegen de 'minimum-oecumene', de 'goedkope verzoening', zoals die soms bepleit in de politieke twisthaarden van onze tijd, als ex-Joegoslavië en Rwanda: een verzoening die denkt af te kunnen zien van “waarheid, gerechtigheid en herstel”.

Hoe gaat het verder met de oecumene in de 21ste eeuw, die periode van post-verlichting of 'postmodernisme, dat nihilisme met een glimlach', waarin geen enkele visie alom wordt gedeeld en geen visie vaststaat? Blyth weet het evenmin precies. Zij geeft de oecumenische vrienden in Driebergen wel nog een echte baptisten-gedachte mee: het gaat niet om de kerk, maar om de bekering.

mailIcon print |