*

 
dossier

Archief

Balletlerares coördineert acties Brent Spar

WILMA KIESKAMP − 21/06/95, 00:00

AAN BOORD SOLO - Over de milieutechnische details van de Brent Spar moet je ze niet lastig vallen, dat is hun onderwerp niet. De actievoerders van Greenpeace zijn vooral doeners. Zoals Paula Knuckleberry (45), helikopterpiloot in vaste dienst. Of Rose Young (46), balletlerares, die op contractbasis sinds april de acties tegen de dumping regelt, maar daarvóór de Brent Spar slechts kende uit de krant.

Knuckleberry haalde gisteren wereldwijd de voorpagina's. Met haar helikopter 'Tweety' zette ze twee extra actievoerders van Greenpeace af op het platform van de Brent Spar. Daarmee gaf ze de actie wellicht de doorslaggevende zet. Na afloop zwaaide ze met een grijns naar de camera's van de Reuter-fotograaf aan boord van het actieschip Solo. Knuckleberry ging liever eerst volgens procedure haar helikopter vastsjorren op het dek.

Missie geslaagd, voor de voormalige pilote van de Amerikaanse luchtmacht, die 26 jaar geleden haar loopbaan begon als instructrice van de Vietnamtroepen. Paula leerde ze manoeuvreren met de grootste helikopters. Maar met kleine heli's, zoals de knaloranje 'Tweety', kan ze ook overweg. Ze vliegt met trefzekere precisie. “Als je goed onder de wind vliegt, hoort niemand je aankomen. Tweety is fel van kleur, maar hij is zo klein dat hij bijna altijd als een verrassing opduikt”, zegt Knuckleberry, tevreden. De boten van Shell hadden gisterochtend om half vijf in elk geval geen gelegenheid meer het heli-dek van de Brent Spar onder water te zetten.

Sinds drie jaar is de Amerikaanse de vaste piloot van Greenpeace. Andere opdrachtgevers heeft ze ook al eens gehad. Een daarvan was de olie-industrie. Dat 'verleden' was geen beletsel om bij Greenpeace te tekenen, want is voorbij. Wat de Brent Spar betreft: “De aarde is onze plek. Dit is wat we hebben. We moeten er zuinig op zijn. Daarom is dumping onaanvaardbaar.”

Het klinkt wat oppervlakkig en erg volgens het boekje. Maar bij Greenpeace tellen in dit geval andere kwaliteiten. Lef, het nemen van risico's. Daarom werkt Greenpeace graag met Knuckleberry. En zij met hen. Ze vloog met haar 'Tweety' in de Amazone, bij een actie tegen de kap van de regenwouden. Ze vloog op Antarctica, waar Greenpeace actie voerde tegen de walvisjacht. In Canada werd de helikopter ingezet tegen de ontbossing.

Het werk is niet zonder risico's, zegt ze, als ze tussen een paar vluchten door in de messroom zit met een sigaret. “Vannacht heb ik in bed alle mogelijke scenario's in mijn hoofd afgespeeld.” In één daarvan kreeg ze een waterkanon met volle kracht op haar wieken gericht, zoals de ingehuurde helikopterpiloot bij de vorige Greenpeace-actie overkwam. Knuckleberry zat toen in Nederland, waar de helikopter een servicebeurt kreeg.

Ditmaal kon ze wel opstijgen. De 45-jarige gescheiden moeder, die 'overal en nergens' woont, wordt steeds vaker ingezet bij acties. “Eerst vloog ik vooral om camerateams mee omhoog te nemen, zodat ze goede beelden konden maken van de acties. Dat gebeurt nog steeds, maar het is niet het enige meer. Vorig jaar heb ik met 'Tweety' urenlang in het schootsveld van een harpoen van een Noorse walvisjager gehangen. Door mijn actie kon er niet meer worden gejaagd. Het was een van onze beste acties. Maar geen enkele actie haalt het bij de actie van vaandaag.”

Dromen

Voor Rose Young zijn zulke successen iets waarvan ze als milieu-activist normaal gesproken alleen kan dromen. Young is balletlerares, lekenrechter in jeugdzaken 'en betaald medewerker' van de deels met Greenpeace-geld opgezettte actiegroep Nenig (Northeuropean nucleair information group).

De 46-jarige Amerikaanse vestigde zich 26 jaar geleden met haar Britse echtgenoot op de Shetland-eilanden. Met haar actiegroep is Young dit voorjaar volop bezig om de sluiting van de kerncentrale in het Schotse Dounreay af te dwingen, maar de eigen acties liggen tijdelijk stil omdat Greenpeace de staf van Nenig heeft ingehuurd om de Brent Spar-campagne logistiek te begeleiden. Sinds de milieu-operatie gedwongen moest bezuinigen, worden steeds vaker zulke tijdelijke medewekers ingehuurd. Bijna niemand in het actieteam rond de Brent Spar staat bij Greenpeace vast op de loonlijst.

Drie weken is Young al met de Brent Spar in touw. Eerst vanuit het Nenig-kantoor in Lerwick, nu vanaf het actieschip Solo. Haar jongste zoon vaart als matroos mee op het andere actieschip. “Hij heeft iets met boten”, namelijk.

Vraag Young niet om inhoudelijk iets over de actie te vertellen. Dat levert, net als in het geval van Knuckleberry, hooguit oppervlakkige uitspraken op. Zij is een activoerder, “geen wetenschapper”. Maar actievoeren, daar heeft Young ervaring mee. “En dit was een hele goede actie, waar Greenpeace heel hard voor heeft gewerkt. Het succes komt niet zomaar.”.

Al maakt het haar wel wat jaloers. In de acht jaar tijd dat zij voor Nenig werkte, hoefde ze er niet aan te denken om de voorpagina's te halen, zoals Greenpeace wel lukt. Laat staan een multinational tot overgave te dwingen. “Zulke successen zouden wij met Nenig ook wel eens willen boeken. Maar wij hebben geen helicopters, geen videocamera's, geen schepen.” Daarna herstelt ze zich en zegt verzoenend: “Alle milieugroepen hebben elkaar nodig”.

Met het succes van gisteren is de actie voor Young nog niet voorbij. Er volgen nog maanden van afronding, zowel op logistiek gebied (“De telefoonrekening alleen al! En hoe komen alle schepen terug?”) als op politiek terrein. Nu moet de actiegroep met Shell om de tafel over sloop-aan-land. Daar zullen de media niet meer bij zijn. Young verwacht dat het project pas in oktober zal zijn afgerond. “En dan kan ik het woord Brent Spar even niet meer horen.”

mailIcon print |