*

 
dossier

Archief

COLUMN

ROB SCHOUTEN − 27/01/98, 00:00

Misschien een ouderwetse gedachte, maar een die geloof ik door zowel het calvinisme als de evolutietheorie wordt gesteund: alles wat wij verrichten moet toch ergens goed voor zijn! En dus vraag ik mij de laatste weken af wat toch de hogere bedoeling moge zijn van het feit dat 'we' plotseling her en der wereldkampioen worden.

Rimpelt het feit dat wij nu eindelijk kunnen zwemmen, sprinten op de schaats en pijltjes werpen naar een bord, misschien ongemerkt voort in onze maatschappelijke prestaties? Geeft het ons in de rat-race der naties een groter nationaal zelfvertrouwen? Gaan de komende tijd de schouders rechter, de werkloosheidcijfers verder omlaag, de aandelenkoersen verder omhoog, gaat het ziekteverzuim naar beneden, verkoopt de Nederlandse tomaat in het buitenland beter, neemt ons collectieve IQ toe, kunnen we op afzienbare termijn de Nobelprijs voor literatuur en de wereldbeker voetbal tegemoet zien? Het leidt volgens mij geen twijfel dat grote prestaties van landgenoten tot een nationale adrenalineverhoging leiden. Niet voor niets drommen we in grote getale samen rond rijtoeren van coryfeeën die zaken verricht hebben waar wij persoonlijk part noch deel aan hebben. En omgekeerd, sluipen we gegeneerd en anoniem weg als we stilletjes weer eens in de talloze achterhoedes op aarde zijn geëindigd. Het is een opmerkelijke misvatting dat sportieve prestaties op de grote utopische werken of de 'dystopische' satires daarop nooit een rol van betekenis spelen. Alsof het allemaal maar bijzaak is, aardige illustratie, meer niet. En dat terwijl je op de vrijkomende energie bij sportevenementen, of die nu door de krachtsexplosies van de deelnemers of de toejuichingen van het publiek wordt geleverd, hele steden draaiende kunt houden. Daar zouden wat mij betreft eens grootschalige metingen naar moeten worden gedaan, desnoods vanuit de ruimte.

Eén klein meetbaar effectje lijkt me al zichtbaar te worden. Het Wilhelmus komt terug. We waren de laatste jaren vooral gewend geraakt aan voetballers die tijdens het volkslied de kaken stjf op elkaar geklemd hielden, alsof zij het zelf waren die toegezongen moesten worden, terwijl we het toch allemaal aan Willem de Zwijger hebben te danken. Maar zo vlak voor H.M.'s zestigste verjaardag blijken volkshelden als Marcel Wouda en Jan Bos toch opeens weer min of meer over de juiste tekst te beschikken. Dat geeft de burger moed en het zou me dan ook niet verbazen als binnenkort onze exportcijfers alsmede de opbrengsten uit de aardgaswinning omhoog schieten. Het lijkt me kortom zaak om de sportpagina's eens wat vaker naast de economiepagna's te leggen.

mailIcon print |