De auto rijdt over de verharde weg te midden van de weilanden. Vanaf de achterbank wijst directeur Jrn Hjllund op een vrijstaande boerderij een stuk terug van de weg. “Daar zit onze popmuziek-sectie. Kunnen ze tenminste ongestoord tekeergaan.”
Kort daarop draait de auto een erf op. Een groot wit huis, daaromheen half houten schuren met vakwerk. Eén staat er scheef, de verf op de planken is ver afgebladderd, maar de overige gebouwen zijn duidelijk pas opgeknapt. Zij vormen tezamen de hoofdvestiging van Pile Mlle, een zogeheten productieschool, vijf kilometer buiten Ishj, een stad op de rand van Groot-Kopenhagen.
Sinds enkele jaren troont de Deense regering buitenlandse gasten mee naar deze modelboerderij. Die kunnen er dan met eigen ogen zien hoever zij gaat om kansarmere jongeren, die in het reguliere onderwijs zijn vastgelopen of mislukt op de arbeidsmarkt, een nieuw start te gunnen. Via een aparte onderwijsvorm. Het eeuwenoude voormalige watermolencomplex Pile Mlle vormt daarvoor een aansprekend decor.
Sinds begin jaren tachtig kent het land productiescholen. Gemeenten richtten ze op om de grote jeugdwerkloosheid te bestrijden. Werkloze jongeren van 16 tot 25 jaar die enkel de Deense middenschool hadden gevolgd, werden bijgeschoold voor een baan of wel zo'n vervolgopleiding. En ook als dat niet lukte, waren ze mooi een tijd van de straat. In korte tijd telde Denemarken ruim honderd productiescholen. De Deense jeugdwerkloosheid daalt al weer jaren en behoort nu tot de laagste binnen de Europese Unie. Maar de ideeën achter deze schoolvorm zijn zo aangeslagen dat niemand van opheffing durft spreken, vertelt Hjllund. Integendeel, de wet is twee jaar geleden zo gewijzigd dat productiescholen voortaan alle jongeren tussen 16 en 25 mogen aannemen die het even niet meer weten, werkloos of niet. Zolang ze maar geen diploma van een vervolgopleiding op zak hebben.
De school ontleent haar filosofie aan de geschriften van de negentiende-eeuwse Deense predikant N. S. F. Grundtvig. Die verfoeide het gewone autoritaire onderwijs (“scholen van De Dood”) en pleitte voor levensscholen waar iedereen in eigen tempo, door te doen, zou kunnen ontdekken wat hij in zijn mars heeft. Grundtvig geldt ook als inspirator van de Deense volksuniversiteiten.
“Wij proberen de wensen van elke jongere zoveel mogelijk te vervullen. En hier kan bijna alles. We zien hen als onze werkgevers”, stelt directeur Hjllund trots. “Als we een opleiding niet hebben, zoeken we haar buiten de deur.” De jongeren kunnen zich elk moment van het jaar bij hem melden en met de school beginnen. “Ze bepalen ook zelf wanneer ze klaar zijn en vertrekken.” Examens of een diploma zijn er niet. Een goed gesprek moet de spijbelaars binnen de poort houden, bij de hardnekkigen trekt de school de toelage in. Bijna alles heet te kunnen, maar in de praktijk werkt Pile Mlle met een beperkt aantal leertrajecten, 'lijnen' genaamd, waaruit jongeren kunnen kiezen en waarop valt te variëren. Bij elk van die lijnen behoren ze een product te maken, dat binnen de school wordt gebruikt of wordt verkocht. De jongeren zien zo de vrucht van hun arbeid, wat hun gevoel van eigenwaarde opvijzelt, is de idee. En dat gevoel heeft op de normale school of door het zonder baan zitten vaak een fikse knauw gekregen.
Pile Mlle kent onder andere een natuur- en milieulijn, waarbij jongeren de moestuin bewerken, of de bloemenperken en de speciale Japanse tuin op het complex onderhouden. In een van de schuren sleutelt de technieklijn aan fietsen. “ Wij hebben zelf de schuren hier gerestaureerd”, vertelt een jongen van de bouwlijn. In het centrum van Ishj runt de toerismelijn een budgethotel met 36 bedden.
“Leraren kennen wij niet. Wij spreken over lijn-leiders. Zij hebben enkel de taak de jongeren te stimuleren en tot ekaar te brengen, zodat ze gaan samenwerken en het gevoel krijgen dat ze deel uitmaken van een gemeenschap.” In een groep zitten als het even kan jongeren van verschillende leeftijden, niveaus en achtergronden. De lijnleider geeft ook de theorielessen, waarbij zoveel mogelijk een verband met de praktijk wordt gelegd.
Een echte Nederlandse tegenhanger heeft de productieschool niet. Maar de orïentatie- en schakelklassen die voorafgaan aan het leerlingwezen lijken in hun individuele aanpak, de combinatie van praktisch werken en theorie en in filosofie er sterk op. Ook zij hebben als doel (werkloze) jongeren te helpen kiezen tussen werken of doorleren.
Maar in Nederland staan deze klassen nooit op zichzelf. Doorgaans zijn het nooit meer dan een paar klassen die bij een regionaal onderwijscentrum horen. In aanzien doen ze duidelijk ook onder voor de Deense productiescholen. Die hebben doorgaans vijftig à zestig klanten. Pile Mlle zit daar met zo'n honderdvijftig, die veelal met de bus uit de omliggende gemeenten komen, ruim boven.
M et haar regels voor de interne democratie doet de Deense school daarentegen weer denken aan experimentele vormen van onderwijs uit de jaren '70. De jongeren denken en beslissen op een vergadering (een beetje) mee over het schoolbeleid.
Bij techniek sleutelt Sofie mee. Zij is een van de groep veertienjarigen. “Op school hield ik het niet uit. Ik volg de helft van de tijd in mijn tempo lessen. Voor de rest zit ik hier.” In feite vormt Pile Mlle ook spijbelopvang. In een oud lagereschoolgebouw in Ishj zelf is te zien waarmee Pile Mlle zich echt onderscheidt. Want daar zit de multimedia-afdeling. In verschillende lokalen die stinken naar oude sokken werken jongeren aan multimedia-projecten. Reza (21) van Iraanse afkomst, opgegroeid in Zweden, is er druk bezig Internet-pagina's te ontwerpen. “Daar is goud geld mee te verdienen”, zo weet hij. “De bedrijven staan te popelen om mensen die voor hen een pagina kunnen maken. De bedrijven willen erbij horen.”
Hiervoor volgde hij twee jaar een mode-opleiding. “Maar dat vond ik toch te beperkt”, legt hij uit. Zes maanden zit hij intussen op Pile Mlle. Soms wel tien uur per dag is hij present. “Ik weet nog niet hoe lang ik blijf. Maar het zal zeker nog een paar maanden zijn.” En dan toch nog even niet het grote geld achterna. Reza wil na deze school zich aanmelden voor de kunstacademie.
Hij is niet de enige die via Pile Mlle door wil stromen naar het hoger onderwijs. Anders dan in Nederland moeten Deense universiteiten en hogescholen voor een bepaald percentage studenten toelaten die weliswaar geen middelbareschooldiploma hebben, maar wel levenservaring hebben opgedaan. In een gebouw elders in de stad bekwamen jongeren zich in tv-werk. Hun studio verzorgt de meeste uitzendingen van de lokale televisiezender. En in een schuur op het molencomplex bereidt een groep zich voor op het toelatingsexamen van het conservatorium.
De tijden zijn wel veranderd”, zegt directeur Hjllund, “Het is niet popmuziek die de meeste jongeren trekt, maar de klassieke groep. Die is veel groter.” De pop-afdeling huist in een voormalige boerderij vlakbij.
In Nederland is dat ondenkbaar. Hier zijn schakelklassen enkel bedoeld als een voorportaal van het beroepsonderwijs of van een baan. Uitvallers als Reza die in het hoger onderwijs verder willen, moeten in Nederland naar een avondschool om daar eerst een havo- of VWO-diploma te halen.
Op Pile Mlle volgt wel veertig procent van de jongeren of de muziek-, televisie of multimedia-lijn. Dat ze lang niet allemaal daarin verder zullen kunnen, ziet Hjllud niet als bezwaar. Als het jongeren over hun weerzin tegen school heenhelpt, is het hem ook goed. Sommige jongeren blijven wel twee jaar op Pile Mlle en lopen verschillende lijnen af.
De meeste productiescholen gaan daarin niet zover, erkent hij. Die vinden het niet erg realistisch om hobby's als uitgangspunt te nemen. Zij stimuleren de meeste jongeren een vorm van handwerk (hout, metaal) te beproeven. Maar wel hebben de meeste productiescholen een drama-lijn, veelal vanuit een therapeutisch oogmerk.
Ook wil Hjllund niet gezegd hebben dat zijn school met name voor jongeren uit de betere kringen is. “Wij krijgen jongeren uit alle lagen van de bevolking. Ishj heeft een grote buitenlandse bevolking. Die krijgen we ook hier. Al moeten ze wèl het Deens redelijk beheersen.”
Volgens woordvoerder Svend Otto Bruun van het ministerie van onderwijs heeft de school intussen haar bestaansrecht bewezen. Hij wijst op de resultaten: een kwart krijgt na de school een baan, dertig procent gaat door naar een andere school. Twintig procent gaat nog een andere kant op. “Ruim vijftig procent komt terecht. Dat is effectiever dan elk ander programma tegen werkloosheid of schooluitval.”
Toch vertellen deze cijfers niet het hele verhaal, blijkt uit het verhaal van de 25-jarige Ilse. Zij zat al eerder op een productieschool omdat ze timmerman wilde worden, maar nog niet naar een technische school toe kon. Toen dat wel lukte “bleek dat het helemaal niets voor me was. Daarna ben ik drie jaar au pair geweest in Engeland.”
Ze is er nu achter wat ze écht wil: pottenbakken. Maar daar is in Denemarken geen opleiding voor. Terwijl ze wacht op een opleidingsplaats in Engeland, zit ze maar weer op de productieschool, dit keer bij metaal. “Anders krijg ik last met mijn uitkering.”
“Het leuke van deze school is dat je allerlei dingen kunt uitproberen.” Maar intussen heeft ze het wel gezien. “De jonkies in deze groep zijn zo kinderachtig”, vertelt ze. “En bovendien is het hier in het metaalhok altijd koud.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.