Alpine skiën Mannen: afdaling, Super G, reuzenslalom, slalom, combinatie Vrouwen: afdaling, Super G, reuzenslalom, slalom, combinatie
Alle afdalingen worden gehouden op de lagere skipistes vant het Happo'one skigebied in de Japanse Alpen op zo'n veertig kilometer van het dorp. In de aanloop van de Spelen was er veel commotie over de lengte van de afdaling. Onder druk van de milieulobby wilden de Japanners op 'slechts' 1690 meter hoogte starten, maar na veel gekissebis met de internationale skifederatie is het vertrekpunt op 1765 meter gelegd. Bij de afdaling leggen de mannen 2923 meter af en overbruggen een hoogteverschil van 840 meter. Bij de Super G is het vertrek op 1490 meter en na 2423 meter skiën komen zij 650 meter lager uit. Voor de vrouwen is een ander traject uitgezet. De afdaling begint op 1680 meter; aankomst op 899 meter en de lengte is 2654 meter. Bij de Super G wordt het vertrek op 1486 meter gegeven om na 2080 meter een hoogteverschil van 587 meter te hebben overbrugd.
Komt het bij de afdaling vooral op snelheid aan, bij de (reuzen)slalom voert techniek de boventoon. De start varieert van 1870 tot 1969 meter hoogte en de hoogteverschillen lopen uiteen van 200 tot 439 meter. De olympische poortjes staan opgesteld in het skigebied van de stad Yamanouchi, op 55 kilometer van de olympische stad. Poortjes bestaan uit afwisselend rood en blauw gekleurde paaltjes of stokken. De skiërs volgen de denkbeeldige lijn tussen de twee stokken, die ze wel mogen aanraken of wegduwen. Shiga Kogen, zoals het fraaie wintersportoord heet, trekt jaarlijks drie miljoen skiërs komen. De streek is ook bekend om zijn thermische baden en zijn coniferen.
Biathlon Mannen: 10 km, 20 km en 4 x7,5 km estafette Vrouwen: 7,5 km 15 km en 4 x7,5 km estafette
Sinds 1960 staat deze combinatie van skiën en schieten op het olympisch programma. Op 56 kilometer van Nagano hebben de Japanners in het skigebied Nozawa Onsen op 620 meter hoogte een biathlonaccommodatie aangelegd. In de naaste omgeving van het stadion zijn twee trajecten van vier kilometer uitgezet. In het stadion ligt, behalve een schietbaan, een traject van 1,6 km. Bij biathlon gaat het om de snelste tijd. Voor elk gemist schot (er zijn vijf schoten) moet een deelnemer 150 meter extra skiën. Op de langere afstanden (15 en 20 km) komt er nog eens één strafminuut bij. Bij de estafette moet er bij een gemist schot een extra rondje geskied worden.
Bobslee/Rodelen Bobsleën: twee- en viermansbob Rodelen: mannen (enkel en dubbel), vrouwen (enkel)
In een bob of op een sleetje is een verschil. De opdracht in Nagano is hetzelfde. Zo snel mogelijk zorgen dat je op een steile en bochtige ijsbaan naar beneden komt. Dat gebeurt op twintig kilometer ten noord-westen van Nagano, waar over een lengte van 1700 meter, met vijftien bochten en een hoogteverschil van 113 meter, de eerste bob- en rodelbaan van Azië is neergelegd. Bij de aanleg van de 'Spiraal' is veel aandacht besteed om het natuurlijke omgeving van het Iizuna Kogen-gebergte zoveel mogelijk te handhaven. Over achttien hectare is een dikke laag teeltaarde uitgestrooid en zijn 40000 bomen geplant. De bobsleebaan kent een aantal noviteiten. Zo is het de eerste baan ter wereld waarbij tot tweemaal toe een bocht bergopwaarts genomen moet worden. Een primeur is ook het indirecte koelsysteem. Gekoeld ammoniak zorgt voor afkoeling van speciale vloeistof die via pijpleidingen voor ijsvorming op de baan zorgt.
Nog wat technische en sportieve details: een wedstrijd gaat over twee of vier manches en de totaaltijd, tot in duizendste van een seconde, wijst de winnaar aan. Bij de bobbers, die een parcours van 1360 meter afleggen, geldt voor het materiaal een maximum aan lengte en gewicht: 2,70 meter en 390 kilo voor de tweemansbob en 3,80 meter en 630 kilo voor de viermansbob. Bij het rodelen is het parcours korter: 1326 meter voor de mannen individueel en 1194 meter voor de vrouwen en de mannen dubbel.Een sleetje mag niet langer zijn dan 1,35 meter, niet breder dan 45 centimeter en niet hoger dan 15 centimeter. Het bakje mag niet zwaarder zijn dan 25 kilo.
Curling Mannen: Canada, Duitsland, Engeland, Japan, Noorwegen, Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. Vrouwen: Canada, Denemarken, Duitsland, Engeland, Japan, Noorwegen, Verenigde Staten en Zweden.
Een van de drie nieuwe disciplines op deze Winterspelen. Het lijkt een beetje op jeu de boules, maar laat de Fransman dat niet horen. In Nederland, waar de sport absoluut niet wordt beoefend, wordt het nogal eens gekscherend schuiven met fluitketels of strijkijzers genoemd. Een sport die nog echt in de kinderschoenen staat en daarom ook in Japan een beetje wordt weggestopt. De wedstrijden worden immers het verst van Nagano gehouden, op 66 kilometer in het zuidelijker gelegen Karuizawa. Waar draait curling om? Twee teams, van elk vier personen, schuiven beurtelings met een granieten steen van twintig kilo over ijs. De speelvelden zijn 44,5 meter lang en 4,75 meter breed.
Ze moeten proberen zoveel mogelijk stenen in een gekleurde cirkel te spelen. De ring met een doorsnee van 3,66 meter ligt op een afstand van 38,41 meter. Een sport waar precisie een belangrijke rol speelt. De teams mogen elkaars stenen proberen weg te duwen. Met een draaiing (curl) kunnen ze een steen achter een andere spelen. Als alle stenen zijn gegooid - elke speler heeft er twee - is er een end gespeeld. Een wedstrijd telt tien ends en duurt zo'n 2,5 uur. Winnaar is het team dat één of meer stenen het dichtst bij het middelpunt (tee) van de cirkel heeft gegooid.
De teams spelen volgens het principe van een halve competitie. De eerste vier landen plaatsen zich voor de halve finales en via een finale wordt het eerste olympisch goud in deze sport beslecht.
Freestyle skiën Mannen: moguls, aerials Vrouwen: moguls, aerials
Moguls speelt zich af op een steile sneeuwpiste, voorzien van hobbels en bulten van verschillend formaat. De piste moet zo snel mogelijk worden afgelegd, met onderweg twee tot drie sprongen, recht vooruit. Een jury geeft punten voor snelheid, vaart, stijl en dynamiek.
Bij aerials (kunstsprongen) gebruiken de skiërs kickers (een soort skischans) van verschillend formaat om sprongen in de lucht te maken: enkelvoudige tot drievoudige salto's, eventueel gecombineerd met halve en hele schroeven. Een jury geeft punten voor de sprongen, stijl en landing.
Kunstrijden Mannen, vrouwen, paren, ijsdansen
Een wedstrijd omvat twee onderdelen: het korte programma en de vrije kür. Bij het eerste onderdeel gaat het om acht verplichte figuren, zoals sprongcombinatie en pirouettes. Paren moeten ook kunnen liften (man tilt vrouw op). De vrije kür is een eigen arrangement op muziek naar eigen keuze. Juryleden geven punten voor technische uitvoering en stijl/originaliteit. IJsdansen is uitsluitend voor paren en toont de meeste overeenkomst met ballroom dansen.
Langlaufen Mannen: 10 km, 30 km klassiek, 15 km, 50 km freestyle, 4 x 10 km estafette Vrouwen: 5 km, 15 km klassiek, 10 km, 30 km freestyle, 4 x 5 km estafette
De oervorm van de skisport: zo snel mogelijk lopen op de latten. Heel lang gebeurde dat alleen op de klassieke wijze: op vlak terrein met de ski's die dan parallel naast elkaar dienen te blijven. Sinds 1988 is ook freestyle ingevoerd. Elke langlaufer mag dan zijn of haar favoriete stijl kiezen, meestal is dat de schaatstechniek. Bij de estafette gaan twee lopers op de klassieke toer en mogen de andere twee in freestyle hun parcours afleggen. Langlaufen is een skidiscipline waarop sporters heel lang meegaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de top-tien van de succesvolste medaillewinnaars liefst vijf langlauf(st)ers voorkomen.
Noordse Combinatie Mannen individueel: schansspringen K 90 en 15 km langlaufen Mannen team: schansspringen K 90 en 4x5 km estafette langlaufen
Schaatsen Mannen: 500m, 1000m, 1500m, 5000m en 10000m Vrouwen: 500m, 1000m, 1500m, 3000m en 5000m
Een oer-Hollandse wintersport die geen toelichting meer behoeft. Of het zou moeten zijn dat voor het eerst op de Winterspelen de 500 meter in twee manches wordt afgewerkt. Op twee achtereenvolgende dagen rijden dezelfde rijd(st)ers tegen elkaar, met beurtelings een start in de binnen- en buitenbaan. Wie de snelste totaaltijd realiseert, wint goud.
Schansspringen Grote schans (K 120), normale schans (K 90) en teams (K 120)
Een sport die in Nederland zijn bekendheid vooral heeft te danken aan de traditionele Nieuwjaarswedstrijden in Garmisch-Partenkirchen. In Japan hebben de skivliegers hun domein in Hakuba, aan de voet van de Japanse Alpen. Daar liggen al sinds zes jaar twee schansen. Elke deelnemer maakt twee sprongen, waarbij afstand en stijl in punten worden uitgedrukt. Een landing op de 90 of 120 meter-zone levert zestig punten op; landt de springer daarvoor dan krijgt hij strafpunten, maar komt hij verder dan zijn er bonuspunten te verdienen. Bij de stijl wordt gekeken naar timing afzet, houding en balans. Maximaal verlies van vier punten bij verkeerde landing (één been voor de ander) en verlies tot tien punten bij vallen.
Shorttrack Mannen: 500m, 1000m, 5000m koppelkoers Vrouwen: 500m, 1000m, 3000m koppelkoers
Nog steeds een beetje een stiefkindje van het hardrijden op de schaats. Op een afstand komen op een 111 meter lange, ovalen baan steeds vier rijd(st)ers tegen elkaar uit. horttrackers mogen elkaar op elk moment passeren, buitenom of binnendoor. Duwen is verboden. Bij de koppelkoers mogen de vier teamgenoten elkaar aflossen wanneer zij willen. Alleen de laatste twee rondjes moeten door één en dezelfde rijd(st)er worden afgelegd.
Snowboarden Mannen: reuzenslalom, halfpipe Vrouwen: reuzenslalom, halfpipe
Ook een noviteit op de Winterspelen. Een snowboard is een afgeleide van het skateboard. De reuzenslalom bij snowboard is te vergelijken met die van het alpine-skiën. Voor Nederland is Thedo Remmelink de favoriet op dit onderdeel. Bij halfpipe gebruiken de deelnemers de zijkanten van de installatie om sprongen, draaien en andere luchtmanoevres te maken. Vijf juryleden geven elk maximaal tien punten voor een bepaald onderdeel: standaard techniek, draaiing, hoogte, landing en technische uitvoering.
IJshockey Mannen: Canada*, Duitsland, Finland*, Frankrijk, Italië, Japan, Kazachstan, Oostenrijk, Rusland*, Slowakije, Tsjechië*, Verenigde Staten*, Wit-Rusland, Zweden*. Vrouwen: Canada, China, Finland, Japan, Verenigde Staten en Zweden.
Voor het eerst doen vrouwelijke ijshockeyers mee aan de Spelen. Zes landen spelen een halve competitie tegen elkaar, waarna de eerste vier om de medailles gaan strijden. Bij de mannen is er een voorronde met twee poules van vier landen. De groepswinnaars binden vervolgens de strijd aan met de zes sterkste ijshockey-naties*. Nieuw is ook dat voor het eerst spelers van de Amerikaanse profleague (NHL) mee mogen doen. Bij ijshockey gaat het om een team van zes spelers, waarbij veel gewisseld mag worden. De zuiver speeltijd bedraagt 3x20 minuten. Het speelveld wordt door een rode en twee blauwe lijnen in drie vakken verdeeld. Tussen de blauwe lijnen ligt een neutrale zone. Tussen doellijn en blauwe lijn ligt voor de ene partij het verdedigingsvak en voor de andere het aanvalsvak. Verboden zijn lijnovertredingen: de blue line offside (voor de puck uit van het neutrale naar het aanvalsvak schaatsen), de offside pass (vanuit het verdedigingsvak een teamgenoot over de middellijn aanspelen) en icing (de puck vanaf eigen helft over de doellijn van de tegenpartij schieten).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.