*

 
dossier

Archief

De Kamer praat er nog eens over

Van onze redactie politiek − 11/02/00, 00:00

Het kabinet heeft een voet tussen de deur weten te krijgen in het debat met de Tweede Kamer over ruimere wettelijke mogelijkheden om relschoppers aan te pakken.

Het geharnaste 'nee' dat een kamermeerderheid woensdag liet horen veranderde gisteren na de verdediging door de ministers Peper (PvdA, binnenlandse zaken) en Korthals (VVD, justitie) in een milder 'we zullen het er in de fractie nog eens over hebben'. Dat gebeurt volgende week.

Een kamermeerderheid had moeite met het voorstel van het kabinet om de rechter-commissaris de bevoegdheid te geven een opgepakte relschopper, van wie wordt verwacht dat hij bij vrijlating opnieuw in de fout zal gaan, direct voor maximaal twaalf dagen te laten vastzetten.

Het voorstel dat de burgemeester de bevoegdheid krijgt om mensen van wie hij aanwijzingen heeft dat ze een voetbaltoernooi of ander evenement aan willen grijpen om rellen te trappen voor maximaal twaalf uur vast te houden, kan wel rekenen op instemming van de kamer.

Volgens Peper schiet de wet om relschoppers aan te pakken soms tekort. Dat geldt niet alleen voor het Europees kampioenschap voetbal dat deze zomer in Nederland en België wordt gehouden, maar ook voor andere grote evenementen waarbij het risico bestaat van rellen. ,,We gaan geen honderden mensen bestuurlijk ophouden. Het gaat vooral om kleinere, goed georganiseerde groepen raddraaiers die we willen kunnen isoleren zodat zij geen kans krijgen de menigte aan te zetten tot het verstoren van de openbare orde'', aldus Peper.

Meer bezwaren ontmoette het voorstel van zijn collega Korthals om de rechter-commissaris (de onderzoeksrechter in strafzaken) de bevoegdheid te geven iemand voor maximaal twaalf dagen te laten vastzetten. Daarbij gelden voorwaarden. Er moet een dagvaarding liggen om binnen tien dagen terecht te staan. En de rechter-commissaris moet nagaan of de openbare orde niet op een minder ingrijpende manier kan worden gehandhaafd. De kamer (PvdA, VVD, D66, GPV/RPF, GroenLinks en SP) had er moeite mee dat de rechter een rol kreeg bij het handhaven van de openbare orde, iets wat normaliter de taak is van de burgemeester.

Korthals betoogde dat hij niet van plan was die rol in handen van de rechter te leggen. Maar volgens hem zat er een 'gat' tussen de bestuurlijke ophouding en de voorlopige hechtenis die al bestaat voor zwaardere vergrijpen. ,,Het gaat niet om wezenlijk nieuwe, laat staan ingrijpende bevoegdheden'', hield hij de Kamer voor. ,,En het is ook niet de bedoeling het middel op grote schaal toe te passen.''

Hierna toonde de Kamer zich inschikkelijker. ,,Ietsje positiever'', zei Scheltema (D66). ,,De noodzaak is nu aardig aangegeven'', oordeelde Nicolaï (VVD).

mailIcon print |