AMSTERDAM - Of de Filippijnse marine nou een vuurgevecht leverde met Chinese militairen of met piraten, was gisteren nog onduidelijk. Maar de schrik zit er goed in, nadat eerder deze week al commotie was ontstaan over een Chinees plan voor raketaanvallen op Taiwan. De angst voor Peking wordt steeds groter: reden waarom in (zuid)oost-Azië de bewapening snel toeneemt.
Er kwamen verwarrende berichten uit de Filippijnse hoofdstad Manila. Aanvankelijk werd gemeld dat een Filippijnse patrouilleboot afgelopen maandag twee Chinese marineschepen had ontdekt, waarna een hevig vuurgevecht zou zijn ontstaan. Na anderhalf uur zouden de Chinese boten zijn gevlucht. Het bericht veroorzaakte opschudding omdat de twee landen met elkaar op gespannen voet leven. Ze maken beide aanspraak op de Spratly-eilanden, waar ze vorig jaar ook al in botsing raakten. Peking ontkende gisteren echter elke betrokkenheid bij het vuurgevecht, waarna ook de Filippijnse regering met een nieuwe versie kwam: het waren onbekende piraten.
Het incident illustreert desalniettemin de groeiende angst in (zuid)oost-Azië voor China. Peking ontkent dat het uit is op militaire avonturen; het zegt juist gebaat te zijn bij stabiliteit en samenwerking. Maar al heeft de regio sinds het laatste Chinees-Vietnamese conflict in 1979 inderdaad geen zware oorlogen meer meegemaakt, de vrede lijkt fragiel. Potentiële conflicthaarden als Noord- en Zuid-Korea, Taiwan en de Spratly's dreigen dichter bij ontvlamming te komen.
Zo onthulde The New York Times woensdag dat China een aanvalsplan voor Taiwan gereed heeft liggen. Als de Taiwanese president blijft zoeken naar internationale erkenning, dan zal China mogelijk dertig dagen lang elke dag een raket op Taiwan afschieten, vernamen Amerikaanse functionarissen in Peking. Het bericht werd door China afgedaan als “ongegrond”, maar past goed in het rijtje van intimidatie-pogingen van China. Sinds deze zomer heeft het twee keer raketten getest in de zee vlakbij Taiwan en een grootschalige militaire oefening gehouden.
Is het psychologische oorlogsvoering of serieuze voorbereiding? De meeste militaire deskundigen gaan uit van het eerste, omdat het Volksbevrijdingsleger niet voldoende gemoderniseerd is voor een aanval op Taiwan. Het heeft wel raketten, die de 220 kilometer tot het eiland makkelijk halen, en in een straal van twintig meter gebouwen kunnen vernietigen en mensen kunnen doden. Maar om Taiwan op de knieën te dwingen, is meer nodig. Zoals een amfibie-aanval via de Straat van Taiwan, waarbij de Chinezen al door Taiwan zullen worden weggeschoten voor ze kunnen landen. Het eiland heeft 468 000 mannen onder de wapenen, en besteedt jaarlijks bijna elf miljard dollar aan defensie: bijna een kwart van het bruto nationaal produkt.
Sommige deskundigen vermoeden dat China dit risico zal nemen als Taiwan nog meer de richting opgaat van een officiële onafhankelijkheidsverklaring. Een dergelijke nederlaag kunnen de Chinese leiders zich alleen al door het groeiende nationalisme, nooit veroorloven.
Een probleem voor beide partijen is dat het volstrekt onzeker is of Washington te hulp zal schieten als China de aanval opent. Taiwan en de VS hebben weliswaar een verdrag, de Taiwan relations act, maar die biedt weinig helderheid. In feite kampen de meeste landen in (zuid)oost-Azië met deze onzekerheid, vooral nu de Amerikanen zich meer beginnen terug te trekken uit de regio. De laatste Amerikaanse basis op de Filippijnen is gesloten (vlak daarbij vond maandag het vuurgevecht plaats) en ook het aantal Amerikaanse troepen in Japan staat ter discussie.
Taiwan heeft zich tot de tanden bewapend, maar de Filippijnen, met hun zwakke leger, blijven hoop putten uit het in 1951 gesloten defensieverdrag met de VS. “Onze luchtmacht is meer lucht dan macht, en onze kustwacht meer kust dan wacht”, aldus Richard Gordon, die toezicht houdt op de voormalige Amerikaanse marinebasis Subic Bay. Maar de Amerikanen beweren dat het verdrag niet geldt voor de Spratly's. Kortom: bij een Chinese aanval hoeft Manila niet te rekenen op Amerikaanse hulp.
Het gevolg van de Amerikaanse terugtrekking en de Chinese opmars is dat de landen in (zuid)oost-Azië flink aan het bewapenen zijn geslagen. Terwijl vrijwel overal ter wereld wordt bezuinigd op defensie, worden daar de militaire budgetten vergroot. Vorig jaar werd in de regio 130 miljard dollar aan defensie besteed, evenveel als in West-Europa. Vooral Maleisië, Thailand, Singapore en Indonesië doen vele aankopen: tanks, onderzeeërs, helikopters. Hun defensiebegrotingen lagen vorig jaar tien tot twintig procent hoger dan in 1994.
Van een ware wapenwedloop is nog geen sprake, maar militaire experts maken zich toch zorgen. Onder het mom van een gezamenlijke opbouw van de veiligheid in de regio werkt elk land aan zijn eigen militaire macht. En al zal geen land toegeven zijn eigen buurman als oorlogskandidaat te zien, op den duur zou de onderlinge verstandhouding weleens kunnen verslechteren. En dat zou, met deze militaire opbouw, tot nare conflicten in (zuid)oost-Azië kunnen leiden. Maar voorlopig hebben de landen één gezamenlijk doel: het van superioriteitsgevoel blakende China in toom houden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.