*

 
dossier

Archief

Opnemen telefoongesprek altijd melden

Door: redactie − 31/01/98, 00:00

Van onze mediaredactie AMSTERDAM - Journalisten nemen zelf ook gesprekken op, zei D66-Kamerlid Boris Dittrich gisteren gemelijk. Hij vond de ophef over het stiekem opnemen van telefoongeprekken met journalisten door de Groningse persofficier Mr. J. de Valk overdreven.

“In een periode dat justitie zo onder vuur ligt, kan ik me goed voorstellen dat de persofficier bewijzen wil hebben als hij verkeerd wordt geciteerd. Dat is zelfs verstandig.” Dittrich vindt dat justitie de bellers wel over het opnemen moet informeren.

Maar De Valk verzweeg dat hij de telefoongesprekken opnam, terwijl de relatie tussen een persofficier en een journalist toch een basis van vertrouwen moet hebben. Een bijkomende kwestie is dat één van de gesprekken momenteel voor een ander doel wordt gebruikt dan als dekking van de persofficier. Het zit in het dossier van een rechercheur die zoekt naar degene die het rapport Bakkenist over de zaak Lancee liet uitlekken.

Het contact was door de persofficier zelf gelegd. Hij benaderde de verslaggever van Radio Noord met een verzoek om informatie over het openbaar worden van het rapport Bakkenist. De Valk zei daar niet bij dat het gesprek werd opgenomen en mogelijk gebruikt zou worden in het rechercheonderzoek. De verslaggever heeft geen bandopname van het gesprek, aangezien het gesprek niet was bestemd voor een uitzending. Hoofdredacteur Roel Dijkhuis van Radio Noord: “Wij nemen nooit zomaar een gesprek op. Als wij een bandopname maken, zeggen we dat er altijd heel duidelijk bij. Sterker nog, als een van mijn medewerkers een gesprek zou opnemen zonder het te melden, zou ik hem ontslaan.”

Verschoningsrecht

Radio Noord heeft inmiddels een klacht ingediend bij het gerechtshof over het handelen van de persofficier. Door het heimelijk gedrag van het openbaar ministerie is de regionale omroep zelfs de mogelijkheid ontnomen zich te beroepen op verschoningsrecht, vindt Dijkhuis.

Waarom meldde de persofficier eigenlijk niet dat hij een bandje mee liet lopen bij zijn telefoongeprekken? Nemen justitiemedewerkers vaker telefoongesprekken met journalisten op? Wist de minister van het opnemen van telefoongesprekken?

De voorlichters van het ministerie van justitie en van het openbaar ministerie wilden gisteren op geen enkele vraag antwoord geven. Over de Groningse kwestie zijn inmiddels Kamervragen gesteld, was het formele antwoord. “En dan is de procedure dat alle vragen over dat onderwerp onder ministeriële verantwoordelijkheid vallen. Wacht u de behandeling in de Kamer af.”

De beslissing om de gesprekken te tapen is genomen door de hele top van het Groningse parket, inclusief De Valk en hoofdofficier Daverschot. De Valk wist er zelf van dat zijn gesprekken werden opgenomen. Van afluisteren is alleen sprake als beide partijen niet op de hoogte zijn van het meeluisteren. Afluisteren is in principe illegaal en alleen bij uitzondering toegestaan.

In dit geval gaat het alleen om het verzwijgen dat een gesprek wordt opgenomen. Dat is niet tegen de wet, al hebben journalisten er wel ongeschreven regels over. Secretaris Inge Brakman van de Journalistenvakbond NVJ: “Volgens de Code van Bordeaux dient een journalist zijn onderwerpen en bronnen met open vizier tegemoet te treden. Op grond daarvan zijn wel uitspraken gedaan, bijvoorbeeld over het gebruik van de verborgen camera. Dat zou je kunnen vergelijken met het mee laten lopen van een bandje. Journalisten moeten zo iets melden. Er kunnen uitzonderingen zijn, maar zowel de Raad voor de Journalistiek als de rechter hebben gezegd: dan moet je wel heel zwaarwegende belangen hebben.”

De Raad voor de Journalistiek vond in 1986 “dat het door een journalist maken van bandopnamen van door hem gevoerde (telefoon)gesprekken zonder dat zijn gesprekspartner daarvan op de hoogte is, in het algemeen een ongeoorloofde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is en dat ieder er aanspraak op heeft zelf te kunnen bepalen of en zo ja onder welke omstandigheden bandopnamen van zijn stem mogen worden gemaakt en gebruikt.”

Ondoenlijk

In de journalistieke praktijk wordt een telefoongesprek alleen bij uitzondering opgenomen. Alles opnemen is ondoenlijk, zeggen dagbladjournalisten. Alleen als het erop aankomt een gesprek woordelijk weer te geven, wordt een bandopname gemaakt. In principe wordt erbij gezegd dat de band aanstaat. Een dergelijk bandje wordt nooit voor een ander doel gebruikt, tenzij justitie het vordert. Ook voor bij radio en tv moeten journalisten duidelijk melden als de opname begint.

In de journalistieke praktijk van de roddelbladen staat de opnameapparatuur meestal wel paraat. Leo van Rooijen van het Weekblad Story: “We nemen de gesprekken op en dat melden we meestal niet. Ik zou zeggen: we nemen eigenlijk nog te weinig op.”

Story wil achteraf kunnen aantonen dat het blad niet zonder bron heeft gepubliceerd. De bandopnamen worden bewaard en na een half jaar vernietigd. De banden worden nooit voor een ander doel gebruikt, zoals met het bandje in Groningen is gebeurd.

mailIcon print |