*

 
dossier

Archief

Iedereen telt

MEERTEN B. TER BORG − 04/04/98, 00:00

Iedereen telt. Dat is de leus waarmee de PvdA de verkiezingen is ingegaan. De leus is natuurlijk bedoeld voor de minima. En inderdaad, die tellen zich suf. Die begrijpen maar niet waarom zij het na vier jaar socialistisch bewind nog steeds niet goed doen op de beurs. Daar klopt iets niet. Het moet aan henzelf liggen, want Kok en Melkert hebben alles voor hen gedaan, en ze hebben het goed gedaan. Dat zeggen ze zelf. Dus maar weer eens natellen.

Premier Kok zou u kunnen vertellen dat dit niet de bedoeling is. De leus wil solidariteit uitdrukken, maar wel genuanceerd. Dus bijvoorbeeld niet: iedereen hoort erbij. Dat zou te ver gaan. De illegale tamil die ons aan onze goedgevulde restauranttafel voor vijf gulden een stervende roos probeert te verkopen, hoort er niet bij. Maar hij telt wel. In de statistieken van de uitwijzingsinstanties.

Iedereen telt. De leus is meesterlijk gekozen. Treffender had men het huidige politieke en culturele klimaat niet kunnen samenvatten. Het is niet overdreven te stellen dat het tellen steeds meer grondslag aan het vormen is van de westerse wereld.

De Amerikaanse socioloog Ritzer heeft het begrip 'McDonaldisering van de samenleving' geïntroduceerd. Bij McDonald's, de internationale hamburgerketen, is de telbaarheid tot in haar uiterste perfectie doorgevoerd. Je weet wat en hoeveel je kunt verwachten en hoe lang je moet wachten. Alles is optimaal gestandaardiseerd, zodat vrijwel alles vergelijkbaar en telbaar is. Tot op de gram nauwkeurig. Als je meer betaalt, krijg je meer. Meer is beter. Meest is best. Super is twee maal zo groot en dus twee maal zo goed als big. 'Veel' is hier ongemerkt veranderd in 'goed'. Kwantiteit is ongemerkt kwaliteit geworden.

Volgens Ritzer doordringt dit principe de hele samenleving. Je kunt dat duidelijk zien aan de universiteit. Daar wordt steeds minder gedaan waarvoor ze is opgericht: het wetenschappelijk debat levend houden; een intellectueel baken zijn, waar de hele samenleving van profiteert. Wetenschappelijk medewerkers hebben daar geen tijd meer voor. Ze moeten telbare en dus formeel vergelijkbare publicaties afleveren, en wel: veel. Ook hier is kwantiteit stilzwijgend hetzelfde geworden als kwaliteit.

“Kan ik bij u 2000 bladzijden doen?” vroeg een student aan de econoom professor Heertje. “Nee”, antwoordde de hooggeleerde, “U kunt bij mij leren denken!” Dat was dertig jaar geleden en die tijd is nu voorbij. Leren denken is een bijproduct geworden van het halen van studiepunten. En die worden in toenemende mate afgeleid, niet uit zoiets vaags als 'leren denken'. maar uit iets meetbaars: bijvoorbeeld bladzijden. Kwaliteit opgevat als kwantiteit. Je ziet hetzelfde in de economie. Een bedrijf heeft het goed gedaan als het scoort op de beurs, in telbare eenheden. Een bedrijf met een geringe winst, dat het goed heeft gedaan ten opzichte van zijn werknemers, ten opzichte van de sociale en ecologische omgeving, telt steeds minder.

Aan het begrip McDonaldisering zou ik een begrip willen toevoegen: veronicatie. Als goed = veel, en beter, best = meer, meest, dan is er gemakkelijk een rangorde vast te stellen. Radio Veronica heeft in zijn illegale periode met zijn topveertig in Nederland een trend gezet. Maar nu is het overal doorgesijpeld. Bijvoorbeeld in het boekenvak. Een goed boek, althans een eerbiedwaardig boek, is een boek dat in de toptien staat. Een boek komt in de toptien als er veel van verkocht worden. Vervolgens worden er nog meer van verkocht. Een schrijver komt in een vitrine van het Letterkundig museum omdat hij beter is dan zij die er niet in komen. Hij is beter als hij vaak in de top tien staat. Van de platen, via de boeken, naar van alles en nog wat. We hebben al vele jaren een economen-topvijftig, een sociologen top zoveel. Hoe meer publicaties, of hoe meer citaties, des te hoger de kwantiteit en dus de kwaliteit, hoe hoger in de rangorde. De veronicatie van cultuur en wetenschap.

Iedereen telt. Tellen is dan ook, met een paar andere basisvermogens zoals eten en zich voortplanten, zo ongeveer het enige dat iedereen kan. Als je een zakjapanner van de postbank cadeau hebt gekregen, kunt je eraan meedoen. Dingen beoordelen, beargumenteren, afwegen: het is moeilijk, het is vaag, het is glad ijs. Je weet nooit of je het goed gedaan hebt, of er geen andere gezichtspunten bestaan. De onzekerheid blijft. Bij tellen heb je dat soort onzekerheid niet. 2 + 2 = 4. Geen droogstoppel kan daaraan ontkomen. Daarom wordt zoveel mogelijk telbaar gemaakt en geteld. Dat is ook hard nodig. Door een enorme wereldwijde schaalvergroting is de wereld ingewikkeld geworden. Wij kunnen een dergelijke wereld alleen beheersen als we de zaken zodanig standaardiseren dat we ze kunnen tellen. Tellen is een succesvolle vorm van complexiteitsreductie. Daarom is de computer uitgevonden. En de computer heeft het tellen nog belangrijker gemaakt dan het al was.

Complexiteitsreductie ligt dicht bij onzekerheidsreductie. Er zijn tijden geweest dat de wereld overzichtelijk leek, en mensen precies wisten wat goed was en wat niet. De buurman en de dominee vertelden dat wel. Die tijd lijkt achter ons te liggen. Wij hebben nieuwe maatstaven nodig voor kwaliteit. Die maatstaven moeten betrouwbaar zijn, want niets is zo erg als voor de gek gehouden te worden. Wel nu, als veel mensen iets wensen of vinden moet het wel goed zijn. De veronicatie van de standpuntbepaling. Ook hier bepaalt de kwantiteit de kwaliteit. Daarom worden we voortdurend, bijna dagelijks om de oren geslagen met opiniepeilingen. Het bevredigt een behoefte, die ons in de genen zit: de hang naar de veiligheid van de kudde. Miljoenen gingen ons voor. Wat kan er dan fout zijn? Het is geruststellend. Het is het veilige ethos van de onverstoorbare, betrouwbare, want controleerbare boekhouder. Daarom wordt Kok ook als betrouwbaar ervaren. In zijn accountantspak straalt hij dat ethos uit. Daarom prefereren zovelen hem boven Bolkestein. Die wil nog wel eens op veilige afstand van het telkantoor een beetje lol trappen. Die laat de anderen voor hem het telwerk doen. Dat wordt matig gewaardeerd. Kok is veiliger.

Zo weet hij aan zijn rekenmeesterschap, aan het saaiste wat er is, een zeker charisma te ontlenen. Een kunststukje. Het kabinet van Kok laat nog een uiterst belangrijke functie van tellen zien: tellen is vrede. Over sommetjes kun je geen ruzie maken. Je kunt het nog een keer tellen. De on-enigheid blijkt te liggen in een rekenfout. Als je je tot tellen beperkt, is alles mogelijk: twee partijen met (in principe) tegenovergestelde ideologieën laten zich zonder meer voegen in een regering onder leiding van een bovenboekhouder.

Het tellen verlost ons van twee vreselijke neigingen waaronder we gebukt gaan. Onze neiging om te gaan denken en onze neiging om partij te kiezen. We zijn bevrijd van onze intelligentie en ons engagement. Zo is regeren administreren geworden en de politiek verschraald tot een serie schandaaltjes met veel human-interest. Maar wat is het alternatief in een onoverzichtelijke wereld vol explosieven?

Tellen is veilig en democratisch. Maar tellen ontleent zijn prestige toch in de eerste plaats aan zijn geweldige succes. Onze natuurbeheersing, onze medische verworvenheden; een deel van onze zelfkennis en van onze kennis van het universum, maar vooral: onze welvaart, onze rijkdom. Het is allemaal ondenkbaar zonder het lumineuze westerse idee alles telbaar te maken.

Ik wil dit illustreren met een anekdote. Michel Francois, een goede vriend van mij, was eens op een bijeenkomst waar een helderziende van iedereen het beroep zei te kunnen raden. Hij slaagde daarin wonderwel, totdat hij bij Michel kwam. Hij keek Michel heel lang aan en zei toen: “Ik kom er niet uit, maar volgens mij bent u boekhouder.” “Nou nee,” zei mijn vriend, “Ik ben violist in het Concertgebouworkest”. Er werd gelachen. Dat was wel het andere uiterste. Meneer is geen boekhouder, meneer is kunstenaar. Paragnost af door de zijdeur. Terug in zijn auto bedacht Michel dat hij wel altijd zit te tellen: “wanneer Bruckner de poorten van de hemel tracht te forceren, zit ik te tellen”.

Zonder tellen is een orkest van enige omvang niet te coördineren. Zelfs onze harmonieën zijn gebaseerd op nauwkeurig berekende intervallen. De socioloog Max Weber, die als geen ander onze telcultuur heeft onderzocht, heeft dan ook de muziek in zijn beschouwingen betrokken. Je vraagt je af, als zelfs onze wildste romantiek ondenkbaar is zonder tellen, of er dan aan tellen te ontkomen valt.

Ja, onze maatschappij is gebaseerd op tellen. Zonder tellen wordt het hongerlijden en moorden. Vandaar dat Kok zo'n goede minister-president lijkt. Het grote probleem van dit moment is dat er buiten het tellen niets meer lijkt te bestaan. Zonder het kritiekloos verabsoluteerde tellen kan kabinet Kok niet bestaan, en dat zo voortreffelijk verwoord wordt in de PvdA-leus: iedereen telt. Tellen is een noodzakelijke voorwaarde; meer en meer wordt gedaan alsof het een voldoende voorwaarde is. Zonder tellen geen muziek, met tellen alleen evenmin muziek.

De verabsolutering van het tellen is rampzalig. Het suggereert een probleemloosheid en consensus die er niet zijn. Het sluit alle perspectieven, die niet kwantificeerbaar zijn uit. Het is paradoxaal. Zonder tellen kan de wereld niet bestaan zoals zij nu reilt en zeilt. Ze is goeddeels gebaseerd op kwantificerende wetenschap. Maar de wereld gaat ook aan tellen ten onder. Er is een aantal elementen die van levensbelang zijn maar die niet tellen, omdat we ze niet kunnen tellen. De waarde van het milieu voor toekomstige generaties bijvoorbeeld, is verduiveld lastig te kwantificeren.

De telvrede die er heerst is gevaarlijk. Wanneer de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld CO2-uitstoot niet kwantitatief te bewijzen zijn, is een reductie van een dergelijk gas nauwelijks voor elkaar te krijgen. De verharding van de samenleving die we op dit moment meemaken, komt voor een belangrijk deel doordat veel wat niet kwantificeerbaar is, wordt afgesneden. Ik weet niet hoe het met u is maar ik ken mijn collega's nauwelijks, want ik moet door, produceren, en zij moeten ook door. Tijd voor een praatje is er niet. Ik sluit ook geen vriendschappen op mijn werk, want als een bepaalde rekensom van het management wat minder prettig uitvalt, is het: híj eruit of ík eruit. Gevoelens van vriendschap zijn in zo'n geval lastig.

Tellen is niet inhumaan. Uitsluitend tellen is inhumaan. We kunnen tellen hoeveel mensen er in een verpleeghuis op een kamer liggen en we kunnen besluiten dat dat minder moet. We kunnen tellen hoeveel minuten er per patiënt aan de zorg besteed moet worden. Maar de aandacht waar de mensen recht op hebben: hoe becijfer je die? De geestelijke verzorging die patiënten absoluut nodig hebben, is niet te kwantificeren en valt dus weg.

Een ander probleem van het hersenloze getel is dat al op voorhand de vooronderstellingen uit de discussie zijn verdwenen. Dat is de kracht van nogal wat regeringen van dit moment en het heette vijftien jaar geleden neorealisme. De onrechtvaardigheden, de ongerijmdheden, de absurditeiten, die in de vooronderstellingen verborgen zitten, worden meegenomen. Ze staan niet ter discussie. Mochten de onrechtvaardigheden, of de domheden, of de rampzaligheden toch ter discusisie gesteld worden, dan worden ze alsnog omgevormd tot telproblemen.

Ook de perspectieven van onze samenleving op langer termijn raken uit het zicht. Wat goed en waardevol is in onze samenleving is vaak begonnen op een manier die niet kwantificeerbaar was. Als een vaag geloof, een dwaas idee. Met de uniformering, de vergelijkbaarheid, de standaardisering, die noodzakelijk is om te kunnen kwantificeren, worden uitzonderingen en afwijkingen op voorhand, gedachteloos en zonder dat we het ook maar merken, geëlimineerd. Het enige wat op den duur denkbaar lijkt, is meer van hetzelfde. Maar het is bijna een wet van de biologie, dat we voor het voortbestaan nu juist van een zo groot mogelijke diversiteit afhankelijk zijn. Met de verabsolutering van de kwantificering zetten we dat op het spel.

En zo verandert het paradoxale in het tragische. Wie telt wil winst en zekerheid. Maar door uitsluitend te tellen verliest hij veel van wat niet te tellen is. Vaak is dat het meest waardevolle. Door de risicoloosheid van het tellen, sluit hij wellicht de geniale uitzonderingen buiten, waarvan hij voor zijn voortbestaan afhankelijk was.

mailIcon print |