De auteur is orthopedagoge en als vrijwilliger werkzaam als coördinatrice taallessen aan anderstaligen.
Bijna tweederde van de Nederlandse ondernemers verzet zich tegen de registratie van het aantal allochtonen dat ze in dienst hebben. Ook van de kant van de werknemers, zowel autochtonen als allochtonen, zijn bezwaren gekomen.
Het verplicht registreren van gegevens betreffende de etnische afkomst van werknemers wordt door velen ervaren als een inbreuk op de privacy. Het is in strijd met internationale verdragen en het roept principiële bezwaren op bij werkgevers en werknemers. Werkgevers merken verder op dat het veel tijd en geld kost, terwijl het effect van dergelijke gevoelige maatregelen nog maar te bezien valt.
Daarnaast wordt aangevoerd, dat er geen rekening gehouden wordt met capaciteiten, interesse en geschiktheid van de doelgroep. Bovendien worden alle allochtonen hiermee op één hoop gegooid en het begrip 'etnische minderheid' dreigt een waardeoordeel in te gaan houden. Het kan een beeld oproepen van een soort maatschappelijke last, waarvan iedereen een stukje moet dragen. Het is voor allochtonen niet bepaald vleiend om zo'n stempel mee te krijgen.
Mate
De discussie rondom de WBEAA roept de vraag op wie nu eigenlijk allochtoon is. Er zijn Nederlanders die zich Nederlander voelen en nu ongewild als allochtoon bestempeld worden. Relevanter lijkt de 'mate van allochtoniteit' te zijn. Is de arbeidsmarkt even ontoegankelijk voor de Nederlander met Surinaamse voorouders, die hogere hotelschool heeft gedaan, als voor het Turkse meisje dat slechts enkele jaren in Nederland is? Is het even noodzakelijk om de positie op de arbeidsmarkt te versterken van de zoon van een Marokkaanse ambassadeur, die de internationale school afliep, als van de zoon van een ongeschoold arbeider, die het voorbereidend beroepsonderwijs volgt? Het gaat niet om etnische afkomst als zodanig, maar om het verschil in kansen op de arbeidsmarkt, die dat voor een groot deel van deze groep met zich meebrengt.
Laten we de discussie wie allochtoon is en wie autochtoon daarom staken, vooral ook omdat het de aandacht afleidt van het uiteindelijke doel van de maatregelen: kansarme groepen meer kans bieden op de arbeidsmarkt. Niet allochtonen vesus autochtonen is van belang, maar kansarme versus kansrijke groepen.
De intentie van de wet is natuurlijk goed, maar het uitgangspunt is verkeerd. Wanneer je kansarme groepen kansen wilt bieden, moet je geen arbeidsplaatsen maar arbeidskansen creëren.
De werkloosheid onder allochtonen is drie tot vier keer zo hoog als onder autochtonen. Een van de redenen daarvoor is dat allochtonen veelal laaggeschoold zijn, terwijl er steeds minder laaggeschoolde functies zijn. Velen hebben niet meer dan basisonderwijs en vaak ook nog niet in Nederland. Een groot deel spreekt nog gebrekkig Nederlands, terwijl voor eenvoudige functies al een goede beheersing van de Nederlandse taal gevraagd wordt. Veel allochtone jongen verlaten vroegtijdig het onderwijs en komen zonder diploma van school.
Wanneer men allochtonen een grotere kans wil bieden op evenredige arbeidsdeelname, moet men zorgen dat ze beter zijn toegerust op de arbeidsmarkt. Dat betekent scholing. Meer taalonderwijs voor volwassenen, terugdringen van de lange wachtlijsten en meer onderwijs en cursussen om de achterstand van immigranten in te lopen; werkgelegenheidsprojecten, scholing op de werkvloer en scholingsplaatsen in bedrijven; terugdringen van schooluitval onder allochtone jongeren, studiebegeleiding die aansluit op hun problemen en betere begeleiding van de ouders van allochtonen leerlingen; uitbreiden van de programma's om ouders van jonge kinderen te betrekken bij het schoolrijp maken van hun kinderen, teneinde de slagingskansen in het Nederlandse onderwijs te vergroten.
Werkgevers merken op dat de maatregelen die de WBEAA voorschrijft, een enorme uitgave betekenen. Registratie van etnische achtergrond wordt door de werkgeversorganisatie VNO op 112 miljoen gulden geschat. Het maken van de werkplannen zal bijna het dubbele gaan kosten.
Het bedrag dat bedrijven hieraan moeten uitgeven, zou beter besteed kunnen worden aan stageplaatsen, werkervaringsplaatsen, scholing en begeleiding. Het kabinet trekt volgend jaar 42 miljoen gulden extra uit voor educatie van nieuwkomers. Dit dekt echter nog niet alle kosten van de nieuwe 'inburgeringsprogramma's'.
De investeringen in een maatregel waarvan het effect voor de kansen van allochtonen nog discutabel is, zouden ook besteed kunnen worden om de kinderen van de 27 duizend nieuwkomers die jaarlijks verwacht worden, extra te begeleiden in het Nederlandse onderwijs en bij hun entree op de arbeidsmarkt.
Niet het aantal gereserveerde arbeidsplaatsen, maar de kansen van allochtonen moeten een afspiegeling zijn van de kans op arbeidsplaatsen van de bevolking in de regio. Wanneer die kansen gelijk zijn, zal evenredige arbeidsdeelname daaruit volgen.
Met een poging bedrijven te verplichten een bepaald percentage allochtonen in dienst te nemen, begint men aan de verkeerde kant van een lang traject. Met het creëren van evenredige kansen op een succesvolle opleiding worden geen internationale verdragen omtrent het recht op privacy geschonden. Het bestempelt niet allochtonen als zodanig als kansarm, maar richt zich op een kansarme groep, waarvan een groot deel allochtoon is.
Het draagt bovendien bij aan een lange-termijn oplossing van een probleem, waardoor 'gelijke geschiktheid' in de toekomst vaker voor zal komen en positieve discriminatie overbodig wordt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.