DELFT - Ondernemers en consumenten zitten niet te wachten op ruimere winkelopeningstijden. Dat concludeert MKB Nederland, de organisatie voor het midden- en kleinbedrijf, uit een Nipo-onderzoek. Maar om deze stelling met de Nipo-cijfers te laten sporen, wringt het MKB zich in rare bochten.
Een jaar na de invoering van de nieuwe Winkeltijdenwet ondervroeg het Nipo in opdracht van de Nationale Winkelraad van het MKB 5 000 consumenten over de tijden waarop zij boodschappen doen of gaan winkelen. In een rapport doet MKB verslag van de Nipo-resultaten en voorziet die van een eigen interpretatie.
De kale cijfers blijken immers voor verschillende uitleg vatbaar. Het Nipo rapporteert dat 30 procent van de consumenten nog nooit gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op zondag te kopen. En zaterdag is voor 23 procent van de consumenten de beste winkeldag. Het Nipo nam ook het kopen op doordeweekse avonden onder de loep. Zo blijkt dat 44 procent nooit boodschappen doet na zes uur 's avonds. Drie van de tien consumenten doet dit één keer per week en 1 procent koopt elke dag na zes uur.
Klacht
Volgens MKB Nederland stemmen de resultaten van dit onderzoek overeen met die van een eerder gehouden enquete onder ondernemers en filiaalhouders. Daarin weerklonk de klacht dat langere openingstijden weliswaar meer omzet geven, maar ook veel kosten. Conclusie, aldus MKB gisteren: De consument waardeert langere openingstijden maar matig en de winst in de late uurtjes valt bij de kosten in het niet. Voor de meeste consumenten is de bestaande koopavond bovendien voldoende.
Maar de Nipo-cijfers zijn ook anders uit te leggen. Als 30 procent niet winkelt op zondag, doet 70 procent dat blijkaar wél. Als 23 procent zaterdag de beste winkeldag vindt, verkiest 77 procent blijkbaar een andere dag. En als drie van de tien consumenten één keer per week na zes uur 's avonds boodschappen doet, is dat een gat in de markt waar menig ondernemer graag op zal inspelen.
Ja maar, zegt MKB, de verruimde openingstijden zorgen meestal slechts voor een 'verschuiving' van de omzet. Zo valt 56 procent van de zondagse aankopen onder de bestedingen die al waren gepland. Afgezien van het feit dat maar liefst 43 procent dus niét was gepland, houdt MKB zo vast aan het idee dat omzet slechts over meer tijd kan worden gespreid en dat méér omzet niet kan. MKB beweert ook, zonder enig bewijs te leveren, dat het merendeel van de aankopen in de avond op de oude, reguliere koopavond wordt gedaan.
Toch liet elk warenhuis- of supermarktconcern zich vorig jaar lyrisch uit over de nieuwe openingstijden en met name die op zondag. Ondernemingen als Ahold en Vendex zeggen een groot deel van hun omzetgroei te danken te hebben aan de nieuwe winkeltijden. Het brengt MKB niet op andere gedachten. “Zelfs de Bijenkorf kan de omzetstijging uit de verruimde winkeltijden niet met cijfers onderbouwen”, was gisteren het commentaar. Waarbij we ons volgens MKB niet moeten verkijken op de uitpuilende Bijenkorf-filialen op zondag: “Kijkers zijn nog geen kopers. Hooguit 1 á 2 procent koopt.”
Maar als de nieuwe openingstijden niet lonen, zoals het MKB beweert, waarom zou je ze dan nog wettelijk regelen? Laat degenen die 's avonds en op zondag willen verkopen hun billen maar branden. Maar zo eenvoudig is het niet, aldus MKB. Het zou een onduidelijke situatie geven en kleine ondernemers de kop kosten. Daarom wil MKB slechts één koopzondag per maand en wil de organisatie ingrijpen in het 'toeristisch regime' dat een aantal gemeenten nog wat meer spelingsruimte geeft. Dit alles “met het consumentengedrag als basis”.
Van dat laatste blijkt niets. Het Nipo mag dan concluderen dat veel mensen liever overdag winkelen dan 's avonds, de praktijk leert ook wat anders. Ondernemers zeggen bovendien zelf wel te varen bij de verruimde winkeltijden. Maar het MKB blijft die zegeningen maar ontkennen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.