Colombiaanse ontheemden hebben gisternacht de meesten van de 37 Rode Kruis-medewerkers vrijgelaten die zij hadden gegijzeld.
Het lijkt erop dat de vluchtelingen een wanhoopspoging hebben ondernomen om hun schrijnende situatie duidelijk te maken. De ontheemden zijn boeren die wegens de burgeroorlog in Colombia uit hun dorpen op het platteland moesten vluchten. Zij bivakkeren al drie weken in zelfgemaakte plastic tenten voor de ingang van het kantoor van het Internationale Rode Kruis in Bogota. Daar eisten zij dat de organisatie en de Colombiaanse regering hen helpen bij het vinden van onderdak, en zorgen voor gezondheidszorg, onderwijs en geld 'om te kunnen overleven'.
Kennelijk waren de vluchtelingen dinsdag de toestand beu. Zij vochten zich met brandende stokken en Colombiaanse vlaggen door het kordon oproerpolitie voor het Rode Kruis-hoofdkwartier heen, en gijzelden de deels buitenlandse medewerkers. Inmiddels zijn 33 van hen vrijgelaten. Vier stafleden, inclusief het hoofd van het Colombiaanse Rode Kruis, bleven in het hoofdkantoor in Bogota om de onderhandelingen met de ongeveer honderd protesterende boeren voort te zetten.
Het internationale Rode Kruis schortte naar aanleiding van de 'agressieve aanval' van de boeren alle hulpverlening op. De actievoerders maken deel uit van de naar schatting 1,5 miljoen ontheemden, die slachtoffer zijn van het voortdurende geweld in Colombia. Het land kent het grootste binnenlandse vluchtelingenprobleem buiten Afrika. De regering doet er zo goed als niets aan.
Het Rode Kruis heeft zestig buitenlanders en 220 lokale medewerkers in Colombia. De burgeroorlog tussen het leger, extreem-rechtse paramilitairen en linkse guerrillabewegingen heeft sinds 1964 aan zeker 120000 mensen het leven gekost.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.