AMSTERDAM - Het plan van de Joegoslavische president Milosevic voor een referendum over Kosovo is een doorzichtige poging om tijd te winnen. De vraag aan het volk van Servië of buitenlandse bemiddelaars zich met de kwestie Kosovo mogen bemoeien, krijgt bovendien een voorspelbare uitslag: Serviërs houden niet van buitenlandse inmenging, zeker niet als dat tot het verlies van Kosovo zou kunnen leiden.
De Albanezen in Kosovo eisen bemiddeling van een derde partij om erop toe te zien dat de dialoog serieus wordt gevoerd. De Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) hebben daarvoor de Spaanse oud-premier Filipe Gonzalez naar voren geschoven, maar die wordt tot op heden door Milosevic buiten de deur gehouden. De secretaris-generaal van de Navo, Javier Solana, liet zich gisteren uiterst negatief uit over de truc van Milosevic: “Met deze vertragingsmanoeuvre neemt het risico van een conflict alleen maar toe.”
Het referendum zal niet eerder dan in mei en waarschijnlijk pas over drie maanden worden gehouden. Lang na het verstrijken van de tijd die de grote mogendheden van de contactgroep Milosevic hebben gegeven om een betekenisvolle dialoog tussen de Serviërs en Albanezen op gang te brengen. Als er de eerste keer niet voldoende kiezers komen opdraven, en dat is niet denkbeeldig in Servië, duurt het nog eens zes maanden voordat er weer een referendum kan worden gehouden.
Nu pokerspeler Milosevic zich in de kaart laat kijken blijkt hij in het geheel niet bezig een oplossing voor de crisis in Kosovo te zoeken. Het winnen van tijd is zijn enige doel, in de hoop dat de wereld over een half jaar Kosovo al weer een beetje vergeten is en Belgrado op de oude voet kan doorgaan de baas te spelen over de Albanezen in de zuidelijke provincie van de Federale Republiek Joegoslavië.
Er zijn zelfs critici die het al tot een 'oorlogsreferendum' bestempelen. Een poging van Milosevic om de verarmde Serviërs toestemming te vragen de buitenwereld te weerstaan, desnoods ten koste van nieuwe sancties. Een dergelijke politiek van confrontatie kan weinig goeds opleveren, zeker niet na de opname van de ultrarechtse nationalist Seselj in de nieuwe Servische regering in Belgrado.
Maar ook als het slechts om een politiek van pappen en nathouden gaat, is dat al gevaarlijk genoeg. Het geduld bij de tegenpartij, de Albanezen in Kosovo, begint op te raken. De verwachtingen in Pristina dat de crisis deze keer tenminste iets goeds zou kunnen opleveren, zijn hoog gespannen. De tachtig 'martelenaren' die er zijn gevallen in de dorpen uit de streek Drebica zouden tot de ommekeer moeten leiden en de Albanezen geven wat ze vurig verlangen: onafhankelijkheid. Een overwaaien van deze crisis zonder zichtbare resultaten zal voor de Albanezen onverteerbaar zijn en zal de al in gang gezette radicalisering zeker versterken.
En dan, als de Albanezen er zelf de beuk inzetten, heeft Milosevic pas echt zijn zin. Waarschijnlijk denkt hij in dat geval gelegitimeerd en dus ongestraft te kunnen ingrijpen. Het scenario heeft zich al afgetekend in dorpen als Prekaz. De contactgroep heeft eind maart de druk van de ketel gehaald door Milosevic vier weken meer te geven om een oplossing te vinden. Daarmee kreeg Milosevic de ruimte voor zijn geliefde aanpak: tijdrekken.
- ZenZ: Kosovo is het wachten beu
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.