*

 
dossier

Archief

Doodgaan zou ik op dit moment niet problematisch vinden

MARLIES KIEFT − 13/01/96, 00:00

De omstreden priester Antoine Bodar (51) draagt morgen voor de laatste keer de mis op in de Amsterdamse Krijtberg. Ook zijn baan als docent theoretische kunst aan de Rijksuniversiteit Leiden valt weg. Hij vertrekt tegen ijn zin, maar de Jezuzïetenorde heeft nu eenmaal andere plannen met haar parochie.

Ik lees de ochtendkrant en knip uit wat ik interessant vind. Dan verder schrijven, lezen, studeren. Als ik denk loop ik vaak door het huis, van de keuken naar de erker, en weer terug - voor inspiratie. Als ik aan mijn preek schrijf, steek ik een kaars aan. Ik werk liever kort en geconcentreerd dan lang en saai. Ik heb geleerd mijn vruchtbare momenten af te wachten. Schrijven is voor mij werken. Op een gegeven moment moet je ophouden met lezen en gewoon gaan schrijven. Ik vind het belangrijk dat de zinnen goed lopen. En dat taal kaal is, dus niet te veel bijvoeglijke naamwoorden. Ik houd van helderheid, in m'n hele leven, in m'n huis ook.

Vaak doe ik om half een de mis. De mis is het hoogtepunt van de dag. Dat is met de Heer zijn. Daar kom ik verfrist vandaan. Liever nog doe ik de mis om kwart voor zes 's avonds. Want daarna begint er met de avond weer een nieuwe dag, een tweede dag.

Eet ik 's middags? Nee, ja, meestal eet ik wel een boterham, iets. Boodschappen doe ik bij voorkeur 's middags. In de middag schrijf ik een brief, telefoneer ik. Ik houd niet van telefoneren, maar ik zet me er wel toe, ik heb dat overwonnen. Maar ik ben niet te beroerd om 's ochtends het antwoordapparaat aan te zetten. De middag is voor de gesprekken. Ik ontvang hier of in de pastorie mensen. Zo rond twee, drie uur, dan is er voor mij een dal in de dag. Ik kan dan niet goed schrijven, wel praten. Praten gaat me gemakkelijker af. Praten vind ik een plezierige aangelegenheid. Niet over koeien en kalveren, of het weer, maar associatief praten zodat onverwachte perspectieven zich openen, je op nieuwe gedachten komt. Ik vind het ook heerlijk om naar mensen te luisteren. Als mensen zichzelf presenteren, een beeld van zichzelf geven.

's Avonds rond half 8 lees ik de avondkrant en eet ik. In de winter eet ik warm als het even kan. In de zomer eet ik veel tomaten. Ik eet tamelijk vegetarisch. Af en toe moet ik vlees eten, vind ik, anders ga ik dood. Maar vlees eten staat me tegen. Ik heb een grote sympathie voor dieren. Dit is misschien een primitieve opmerking, maar als je een dier tegenkomt - voor zover je dat doet als stadsmens - voelt dat dier aan hoe een mens is. Net als kinderen, die kun je niet hoog genoeg schatten. Die voelen of je echt bent. Als er een vlieg in mijn huis is, doe ik bij voorkeur het raam open. Nee, ik houd niet van de carnivoren.

De hele avond besteed ik verder aan schrijven en studeren. Maandagavond en donderdagavond geef ik college in Leiden en ik houd soms lezingen. De gedachtenwisseling erna vind ik boeiend. Vragen waar je je niet op hebt voorbereid. Het onverwachte vind ik enig. Verder werk ik thuis. Ik ga rond een uur of één naar bed. Ik leid een niet erg groot sociaal leven. Liefhebberijen? Die zijn eigenlijk geïntegreerd in mijn hele werkend leven.

Televisiekijken vind ik ook een heel plezierige kwestie. Ik kijk graag naar praatprogramma's. Het niet ingeblikte praatprogramma. Andries Knevel, Karel van der Graaf. Maar ik laat het afhangen van de gasten. Als Karel van der Graaf een voetballer heeft of een trainer, ga ik niet kijken. Ik kijk graag naar mensen, hoe ze praten. Ik let ook op de wellevendheid van de interviewer. Ischa Meijer? Die vond ik wel geestig. Die interviewde zo totaal anders dan dat ik het zou doen. Ik hou ervan iemand te laten uitspreken. Maar die vlegelachtigheid amuseert mij wel. Als de geïnterviewde zei: 'klopt', dan zei hij: 'klopt? Wilt u dat niet zeggen?' Ook studenten spreken vaak in die termen: 'correct' zeggen ze dan. Correct. Ik houd meer van hele zinnen.

Niksdoen is misschien ook een liefhebberij van mij. Gewoon in een stoel zitten. Genieten van de stilte in mijn huis, van de ruimte. Mijn huis is mijn burcht, mijn veilige haven, het is een voorrecht om al die boeken om me heen te hebben. Ik houd van de soberheid van de inrichting. Die soberheid kenmerkt ook mijn leven: eenvoudige maaltijden, eenvoudige kleding, eenvoudig taalgebruik. Tegelijkertijd houd ik wel van hoffelijkheid, wellevendheid, een goed gesprek onder een goede maaltijd en een goed glas wijn. Lompheid is het ergste wat er bestaat. Lompheid en cynisme, daar houd ik me verre van.

Ik houd ook van muziek: Gregoriaans, dat verwondert u zeker niets, Monteverdi, Purcell, kamermuziek van Beethoven, Haydn, Schubert. Ik zing ook in huis, weer Gregoriaans. Soms draai ik een bepaalde cd de hele dag door, muziek die past bij mijn stemming. Bij kwartetten word ik vaak zo geëmotioneerd dat ik niet meer kan werken. Ben ik stemmingsgevoelig? Hm. Nee. Ik heb wel een zeker evenwicht. Ik ben meestal monter, als ik niet monter ben moet ik mezelf toespreken. Soms ben ik treurig gestemd, deze dagen, door het verlies van eh... Deze dagen heb ik veel energie nodig om vrolijk te blijven.

Deze zondag mijn laatste mis in de Krijtberg. Wat ga ik preken? Dat weet ik nog helemaal niet. De dagen zijn onzeker. Mijn positie in Leiden is onzeker. Ik houd anderen altijd voor dat ze de dingen over moeten geven en vertrouwen moeten hebben. Het is een goede oefening om het nu zelf toe te passen. Maar het zou ideaal zijn als ik zou weten waar ik terecht kom. Ik zou graag een jaar in Rome studeren. Maar ik weet het niet. Ik neem mezelf in de houdgreep door op korte termijn structuur in mijn leven aan te brengen. Ik ga volgende week naar de abdij van Vaals, daar voltooi ik mijn boek 'Geheim van het geloof', daar zal ik bidden, denken en slapen. Ik ben moe van het vele werk. In de Krijtberg zijn er mensen die bedroefd zijn om mijn vertrek. Ik moet die mensen opmonteren. Ik doe dat door de mis en door mijn wijze van preken. Ik houd niet van slapheid, zeker niet van slapheid in mezelf. In de spreekkamer zeg ik tegen ze: 'er zal toch wel een oplossing komen. U kunt me altijd nog bereiken. Ik ga volgens mij nog niet dood'. Hoewel ik doodgaan op dit moment niet problematisch zou vinden. Ik heb m'n testament geschreven. Dit loopt af, Leiden loopt af. Dat zeg ik niet om koket te zijn. Ik ben vermoeid door dat geknok.

Mijn laatste preek? Ik zal iets zeggen over Johannes de doper die kloek getuigt dat Christus groter moet worden en hij kleiner. Ik zal proberen iets te zeggen over de toekomst van de kerk. En dat het een tijd is dat het élan in de kerk aan het terugkeren is.''

mailIcon print |