UTRECHT - Weinigen bemerkten de hint. Op de tonen van een welgekozen fragment uit Leonard Bernsteins 'Westside Story' kwam Chris Isaak het met lampionnen versierde podium opwandelen. Ondanks vier jaar afwezigheid vierde de smartlapzanger van het fifties-lied zondag zijn rentree in een uitverkocht Vredenburg in Utrecht. De bloemen en de blinde bijval illustreerden dat Isaak nog steeds een idool is, maar het routineuze optreden bewees dat hij zijn beste tijd gehad heeft.
In 1985 debuteerde de nog jonge Californische zanger op het Pandora-festival en stal twee jaar later de show op Pinkpop. Daarmee was zijn naam gevestigd als getalenteerd singer/songwriter van romantische rockballads vol eenzaamheid en Weltschmerz. Isaaks broeierige stem met knikkende falset bezorgden hem het predikaat 'reïncarnatie van Roy Orbison', zijn gestileerde uiterlijk plaatste hem tussen Elvis Presley en Ricky Nelson.
Van de gave liedjes vol tienerleed, zoals te vinden op vijf albums waarvan 'Forever blue' onlangs verscheen, werden 'Blue hotel', 'Wicked game' en 'Lie to me' hits. Ze pasten exact in de retrospectieve sfeer die midden jaren tachtig in popmuziek en film voelbaar werd. Regisseur David Lynch gebruikte Isaaks muziek voor onder meer de films 'Wild at heart' en 'Blue velvet'. Wegens zijn James Dean-achtige voorkomen mocht Isaak in enkele films acteren. Zijn pastiches van de rock 'n roll herinneren aan de manier waarop Robert Cray in diezelfde periode de rhythm and blues een nieuwe jas meegaf. Innerlijke beleving viel er bij alletwee nauwelijks te proeven, het ging om de stilering en het suggestieve effect.
Vooral dat laatste deed Isaak in Utrecht de das om. Het jongensachtige elan waarmee hij vorige concerten verlevendigde, zat nu vol hinderlijk effectbejag. Zijn glitterjasje en gesoigneerde vetkuif pasten opeens niet meer bij deze ideale schoonzoon op leeftijd. Zelfs de felrode oversized pakken van zijn bandleden straalden potsierlijkheid in plaats van authenticiteit uit.
Statisch en rommelig verliep het optreden, waarin niets gebeurde. De cover van Bo Diddley's 'Didley Dadly', een country- & -western-uitstapje en reprises van eigen werk misten stuk voor stuk esprit. Daaraan was vooral de vervanging van gitarist James Calvin Wilsey debet, die voorheen met zwierige solo's zo'n eigen stempel op de sound had gedrukt. Aan het slot kreeg Isaak nog even de geest en ruwde zijn fluwelen strot op tot borstelige kwaliteit. Te laat om het concert tot een ware 'Westside Story' uit te bouwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.