*

 
dossier

Archief

Windheksen en weerprofeten

HENK VAN HALM − 29/01/00, 00:00

Je ziet ze nogal eens in westerns, struiken die tussen de loze gevels van een uitgestorven woestijnstadje door de wind voortgedreven over de zandvlakten rollen. Steppenrollers of windheksen worden die spookplanten genoemd. Je vindt ze niet alleen in het Wilde Westen, maar overal waar droge gebieden zijn, ook op onze eigen stranden.

Ik was nog een schoolkind, toen ik kennismaakte met de Roos van Jericho. Een wonderplant: gedroogd een dorre knoedel niet groter dan een kindervuist, zich na water geven ontrollend tot een vlakke rozet van platte, sterk vertakte, beschubde twijgjes. Jarenlang heb ik de Roos bewaard, meestal half vergeten op een boekenplank, een enkele keer nog eens te voorschijn gehaald om het wonder van de uitspreiding te demonstreren.

Je wekt de plant tot leven door haar in een diepe schotel met water te zetten. Dat leven is maar schijn, want al wordt ze aanvankelijk levendig groen, het is niet meer dan een gedroogde plant. Laat je haar weer uitdrogen, dan vouwt ze zich weer tot een bal samen. Uiteindelijk belandde de plant verstoft in de vuilnisbak.

Een sporenplant

Vorig jaar zag ik de Roos van Jericho terug, op de bloemenmarkt op de Amsterdamse Singel. Voor die paar gulden die de Roos kostte, nam ik er een mee. Leuk voor de kleinkinderen. Een paar maanden later waren ze ook te koop op de open dag voor vrienden van de VU-hortus. Kopers kregen er een vouwblad bij, waarin stond dat de Roos een 'valse roos van Jericho' was, afkomstig uit de Midden-Amerikaanse woestijnen. Hij heet Selaginella lepidophilla en is een sporenplant van de wolfsklauwenfamilie.

De echte Roos van Jericho is een steppenrollende kruisbloemige, die officieel Anastatica hierochuntica heet en in de bijbel werveldistel wordt genoemd. Ook de kruisvaarders en de pelgrims, die in de Middeleeuwen het Heilige Land bezochten, kenden haar, tegelijk met een derde Roos van Jericho, de composiet Asteriscus pygmaeus. Beide planten groeien in de Sahara en in de woestijngebieden van Klein-Aziƫ.

Steppenroller

Anastatica is een windheks. In het droge seizoen vallen de blaadjes af en buigen de stengels zich naar het midden, tot de plant een bolvorm heeft gekregen, waarbinnen de hauwen kunnen rijpen. De harde woestijnwind rukt de dorre plant los, waarna deze met de wind mee over het zand rolt. Tegelijk strooit de plant kwistig haar zaden in het rond, die al bij een geringe hoeveelheid vocht kiemen en nieuwe planten leveren. De plant zelf reageert direct op nattigheid en strekt de gekromde stengels, waarbij zaden door het afstromende regenwater uit de hauwen spoelen.

De zeeraket van onze stranden, vooral gewoon op de Waddeneilanden, is net als de bijbelse werveldistel een kruisbloemige. De plant leeft maar een jaar en bloeit met bleeklila bloemen, die op pinksterbloemen lijken en na bestuiving veranderen in dikke hauwtjes. Als de plant is afgestorven, verrot de wortelhals en breekt de wind haar los voor een rollende zwerftocht langs de duinvoet. Onderwijl strooit ze haar zaden uit. Aan de duinvoet ligt veel door stuivend zand begraven aanspoelsel, dat langzaam verteert en een uitnemende voedingsbodem vormt voor de jonge zeeraketplanten.

Het loogkruid, een onaanzienlijke stekelplant uit de ganzenvoetfamilie, groeit op dezelfde plaatsen als de zeeraket en vertoont hetzelfde gedrag. Als de vruchten rijp zijn, raakt de uitdrogende plant op drift en zorgt ze zo voor de verspreiding van haar zaden.

Als een hooiwagen

Plantensoorten van de meest uiteenlopende families kunnen in steppengebieden door de wind gaan rollen. Van de Zuid-Russische steppen komt het verhaal dat bij het voortrollen verscheidene sterk vertakte planten ineen klitten en daardoor ballen ter grootte van een hooiwagen vormen. Bij sterke wind dansen de ballen in grote sprongen over de steppe. Dat moet een fantastisch gezicht zijn. Helaas zullen we dat op onze stranden niet te zien krijgen.

Onder die Zuid-Russische steppenheksen bevindt zich ook loogkruid. Denk nu niet dat het loogkruid van onze stranden met oostenwind uit Zuid-Rusland is aan komen huppelen. Het hoort echt in Nederland thuis.

Zinnebeeld

Asteriscus, de derde Roos van Jericho, is geen steppenheks. Ze sluit na het rijpen van de vruchten de in een rozet gerangschikte omwindselblaadjes en beschermt zo de zaden tot de winterregens intreden en de zaden uit de open hoofdjes wegspoelen. De pelgrims zagen daar een zinnebeeld in van de verrijzenis uit de dood.

Maar zo bijzonder is het verschijnsel niet. Veel planten blijven na de dood hygroscopisch. Iedereen denkt dat de schubben van een denappel bij droog weer uiteenwijken en zich bij vochtig weer sluiten. Sommige mensen gebruiken een denappel als (weinig betrouwbare) weerprofeet. Het openen en sluiten is een mechanisme bij pas rijpe dennenkegels om bij droog weer de zaden vrij te laten, zodat deze door de wind meegenomen kunnen worden, en te beschermen tegen regen, als ze te zwaar zouden zijn om ver van de boom terecht te komen. Te oude kegels reageren niet meer op vochtige lucht.

De pelgrims uit het Heilige Land kenden onze eigen driedistel niet, die in de duinen groeit, een in de Middeleeuwen ontoegankelijk gebied. De bloemhoofdjes van deze distel openen zich wijd bij droog en zonnig weer en sluiten zich als het regent. Dat doen ze nog als de plant al maanden dood is.

De driedistel behoort tot de planten die met uitsterven worden bedreigd. Hoe aantrekkelijk ze ook zijn als weervoorspeller, je kunt zelfs de afgestorven planten beter laten staan. Er zitten nog zaden in, die nieuwe driedistels kunnen leveren.

mailIcon print |