AMSTERDAM - Wie dan leeft dan zorgt. Die blije houding straalde de Amerikaanse bemiddelaar Carey Cavanaugh gisteren uit, na een gesprek met de Grieks-Cypriotische president Glafkos Klerides.
Klerides beloofde de Amerikaan dat hij de gewraakte Russische S-300 raketten in elk geval in de komende zestien maanden niet zal opstellen. En daarna in elk geval wel, behalve als er een regeling komt voor de kwestie Cyprus. Cavanaugh trok de conclusie dat er dus geen acuut oorlogsgevaar dreigt op het eiland, dat sinds de Turkse invasie van 1974 twee staten herbergt: een niet erkende voor de Turkse minderheid in het noorden, en een wel erkende voor de Grieken in het zuiden. Met aan Griekse kant de meeste rijkdom en de meeste vluchtelingen.
Misschien had lezing van Turkse kranten Cavanaugh tot dezelfde slotsom kunnen brengen. Turkse kranten houden ervan om, bij oorlogsgevaar, op de vaderlandse trom te roffelen. Ook nu doen ze dat met koppen als 'hebben de Grieken het pak slaag vergeten?' Toch is de echte sfeer er niet. Op het hoogtepunt van de 'rakettencrisis' opende de krant Hürriyet met een verhaal over een Turkse gastarbeider in Oostenrijk, wiens werkgever hem met een leger ME het huis uit smeet, na een half leven van trouwe dienst. En tussen de raketten door smulde Turkije van een bizarre sekte, waarin de dochter van een fundamentalistisch parlementslid was verzeild geraakt.
In de Turkse analyses staat niet altijd het eeuwenoude conflict met Griekenland op de voorgrond. Commentatoren wijzen ook op de concurrentieslag tussen Turkije en Rusland sinds het einde van de koude oorlog. Rusland zou de raketten aan Cyprus hebben verkocht als een zet in dat machtsspel. Turkije probeert sinds eind jaren tachtig vaste voet te krijgen in de Centraal-Aziatische voormalige Sovjet-republieken, waar Turks de voertaal en de islam de godsdienst is. Als ze de wodka nog eens inruilen voor raki is de verwantschap volmaakt. Ook wroet Turkije in de Kaukasus, waar het slag levert met de Russen over Azerbeidzjaanse olie en het transport daarvan. Commentatoren wijzen verder op de Turkse steun voor het opstandige Tsjetsjenië. Er leeft een grote Tsjetsjeense minderheid in Turkije. Het zijn nazaten van Tsjetsjenen die de vorige eeuw naar Turkije zijn gevlucht. Onder het Turkse officierencorps zijn veel Tsjetsjenen. In een rapport over de verwevenheid van staat, mafia, 'grijze wolven', geheime diensten en Koerdische clanhoofden heet het zelfs dat de Turkse minister van buitenlandse zaken Tansu Çiller begin vorig jaar de kaping had georganiseerd van een Russische veerboot door Tsjetsjenen.
Maar volgens de Russen heeft dat allemaal niets te maken met de raketten voor Cyprus. Het zou zuiver om handel gaan. Rusland probeert de S-300, vergelijkbaar met de Patriot, inderdaad aan iedereen te slijten, zelfs Navolanden kregen een aanbod. De Russen zeggen dat ze de raketten ook aan Turkije wilden verkopen, nog vóór Cyprus in beeld kwam, in november, toen Çiller in Moskou was. Maar die reageerde volgens de Russen als een zombie. Misschien was ze er met haar hoofd niet bij. Juist was in Turkije het 'Susurluk-schandaal' losgebarsten over verwevenheid van mafia, geheime diensten, Koerdische clanhoofden en politici. Çiller kreeg een pittige hoofdrol toegedicht.
Rund
De jongste rel over Cyprus heeft haar een adempauze bezorgd in het schandaal, dat er uitzag als een zwaard van Damocles voordat er doofpotverschijnselen zichtbaar werden. Een onderzoekscommissie, ingesteld door premier Erbakan, oordeelde vorige week dat er geen bewijzen zijn dat Çiller en haar man een bende leidden. Maar veilig is ze nog niet, want het gevreesde hof voor staatsveiligheid wil toch zelf een onderzoek instellen.
Misschien zal tenslotte blijken dat het een zwanenzang was, maar toch heeft Çiller opnieuw laten zien dat in crisistijden zíj het buitenlandse beleid bepaalt, en niet Erbakan. In september bleek dat al tijdens de Koerdische oorlog in Irak. Erbakan zweeg ook toen, net als nu. Er staat tegenover dat Çiller met haar oorlogstaal haar imago van een 'rund dat met vuurwerk stunt' bevestigt. Terwijl de fundamentalist Erbakan, in de verkiezingsstrijd van ruim een jaar geleden door Çiller nog afgeschilderd als de baarlijke duivel, steeds meer lijkt op een verstandige bejaarde, zonder horens en bokkepoten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.