Waarom hij? Waarom probeert het openbaar ministerie voor de derde keer zijn debuutroman 'Danslessen' (1998) veroordeeld te krijgen wegens discriminatie en/of antisemitisme? Schrijver Pieter Waterdrinker is aangedaan, en al anderhalf jaar de kluts kwijt.
Het is ook een bedenkelijke eer die hem toeviel. De juridische strijd lijkt verbetener dan ten tijde van het Ezelproces met Gerard Reve, de zich als konijnen voortplantende katholieken van W.F. Hermans, het 'joodse repertoire' van Theo van Gogh versus Leon de Winter, de 'christenhonden' van Theodor Holman. Of de buitenlandse verontwaardiging die Gustave Flaubert zich eerst met 'Madame Bovary' ('Volstrekt onjuiste afspiegeling van het Franse plattelandsleven en bovendien bestaat overspel in Normandië niet!') en vervolgens met diens historische roman 'Salammbô' ('Zo onhistorisch ging Carthago nimmer ten onder!') op de hals haalde.
Waterdrinker voelt zich meervoudig 'met zijn rug tegen de muur' staan, aangezien geen van zijn collega's hem openlijk steun betuigde. Zodra Herman Brusselmans' roman 'Uitgeverij Guggenheimer' in België wegens een beledigend geachte passage werd verboden, ontving Brusselmans steunbetuigingen tot uit Nederland toe. Maar inmiddels draaide de wind: NRC Handelsblad nam het voor Waterdrinker op; in zijn Volkskrantcolumn maakte Remco Campert zichzelf voor 'laffe klootzak' uit.
Hoewel hij in een 'boekenloos gezin' opgroeide, verslond Pieter van der Sloot (Waterdrinker is zijn pseudoniem) op 14-jarige leeftijd Toergenjevs 'Eerste liefde'. ,,Meteen raak; het was een soort thuiskomen. Vanaf dat moment ben ik als een gek gaan lezen. Ik ging Russisch studeren omdat ik Tsjechov in het origineel wilde lezen. Ik voelde me thuis in de kring Elsschot, Karel en Gerard van het Reve, 't Hart, Biesheuvel. Ik was zo naïef om te denken dat je een zeker literair huis kon vinden, maar de studie Russisch aan de Universiteit van Amsterdam bleek een kille academische instelling, waarbij niet groepsgewijs thee werd geschonken en geen Wolgaliederen werden gezongen. Door Russisch te gaan studeren dacht ik meteen ook 'de roman' in te stappen, maar ik stapte de Spuistraat in.''
Zijn romandebuut 'Danslessen' verhaalt van een naoorlogs dorp aan zee, Zandvoort geheten, waar de jonge held Boeb in het hotel van zijn ouders werkt, verliefd raakt, het duistere gesjoemel der volwassenen leert doorgronden en gaandeweg zijn onschuld verliest. De strandplaats zelf is het decor van burgerlijk gekissebis, van architectonische en bestuurlijke neergang. Met een schaatswedstrijd tussen de rivaliserende wethouders Groen en Gladpootje wil de burgemeester -pagina 94- de knoop doorhakken of het oude postkantoor afgebroken of behouden moet worden. Als iemand zich hardop afvraagt of een bestuurlijke besluitvorming via een schaatswedstrijdje niet 'tegen de wet' is, antwoordt een andere omstander: ,,Maar ja, wat wil je ook, met zo'n joodje aan het hoofd.''
Om die laatste vijf woorden ontstond alle tumult. De huidige burgemeester van Zandvoort voelde zich aangesproken en diende een klacht wegens discriminatie en later ook antisemitisme in. Context en teneur van Waterdrinkers debuut zijn sindsdien amper meer aan bod gekomen. En het gaat nou juist over het verkwanselen van gebouwen, watertorens, Hotel Groot Badhuis, geld of idealen kortom. Door de plaatselijke bevolking, de bestuurders, de Duitse bezetter of opnieuw door Duitsers, maar dan als hedendaagse badgasten. De grootmoeder is door de Duitsers vermoord, het hotel leeft van de Duitsers, de grootvader gaat een relatie met het Duitse dienstmeisje aan, er broeit een kinderpornoschandaal. Aan alle kanten is er iets aan het rotten in deze ministaat aan zee, waarin de jonge Boeb zijn wankelmoedige weg naar volwassenheid moet zien te vinden.
Net als Boeb groeide de schrijver in dat verscheurde Zandvoort op. Van der Sloot: ,,Het thema is even klassiek als universeel: een opgroeiende jongen maakt kennis met de wereld. In een specifiek dorp, in die 'cocktail van de Tweede Wereldoorlog'. Tijdens het interbellum frequenteerden veel joden Zandvoort, er waren veel Duitse investeerders. In het begin van de oorlog had Zandvoort, op Winterswijk na, de meeste NSB'ers van het land. Begin jaren dertig begon mijn grootvader er als antiquair. Hij had veel joodse vrienden, die dachten dat zijn eigennaam Waterdrinker een joodse naam was. Mijn moeder vertelde indrukwekkende verhalen; aan het begin van de oorlog gingen bij ons de eerste stenen door de ruiten en werden de muren beklad.''
De verhalen over zijn geboorteplaats stapelden zich op. Keizerin Sissi bezocht Zandvoort, Klaus Mann, Christopher Isherwoord. Hotel Oranje en het Badhotel weken voor de Atlantikwal, 'het gebit van de stad werd stukgeslagen', er kwamen casino's, frituren, woontorens, gokhallen en dolfinaria; het treinstation met een rechtstreekse verbinding naar Maastricht versukkelde tot een bushalte waar alleen nog de amechtige stoptrein uit Haarlem komt uitblazen.
,,Mijn familie kon goed vertellen. Met mijn roman heb ik geen politiek willen bedrijven, maar een fictief verhaal heeft altijd zenuwbanen met de werkelijkheid. Ik heb Zandvoort met name genoemd, gegeven het suspecte verleden en gegeven het feit dat er nog steeds xenofobe gevoelens leven. Toen de burgemeester de 4-meiherdenking wilde afschaffen, werd er door het dorp hardop antisemitisch over hem gesproken. De intentie is zonneklaar.''
,,Ik heb nu een boek, pas een begin, en meteen al een rel. Alsof je opeens geen serieus schrijver bent, die in staat is te vermaken en te ontroeren. Ik probeer me door die zwarte wolk niet in de luren te laten leggen. Ik doe niemand kwaad, en ga me nu niet opeens als middelmatig querulant ontpoppen. Meer boeken zullen volgen; geen afrekening als 'Onder professoren' of in J'accuse-toonzetting, nee. Ik ben niet rancuneus of haatdragend of jaloers. Maar mag je eens 'Au!' roepen, als je voor de twintigste keer met een stok op je schenen wordt geslagen? Met komende boeken zuiver ik mijn naam zelf wel. Men zal zien dat mijn debuut nog maar één kleur van mijn palet is.''
,,Een week na het verschijnen van de roman, toen de commotie begon, heb ik de burgemeester opgebeld en gezegd dat het een gruwelijk misverstand betreft, dat ik juist stelling tegen antisemitisme heb willen nemen. Hij had het boek nog niet gelezen, en classificeerde mijn opmerking met: 'ik heb joden onder mijn beste vrienden'. Ik zei dat een proces niet goed voor hem zou zijn, niet goed voor mij en niet goed voor Zandvoort. Hij heeft er nog geen nacht van wakker gelegen, terwijl ik al maanden nachtmerries heb. Aangezien het een strafzaak is, kan er geen sprake van een schikking zijn.''
,,Opeens, door zo'n rotrelletje, kom je buiten de goede kant van de literaire kring te staan. Ongeveer het treurigste lot dat een beginnend schrijver kan overkomen. Eerst dacht ik: dat waait wel over. Maar nu begint het op een hetze te lijken. Journalisten vroegen me of ik op een rel uit was geweest! En verweten me dat ik 'emotioneel reageer'. Daar word je toch mesjogge van!''
,,Pourquoi moi? Dieptreurig dat het vanaf den beginne niet over het boek, maar over mijzelf gaat. Ik ben meteen onder de guillotine gelegd, en terwijl m'n hoofd al afgehakt is, moet het zich nog blijven verdedigen. 'Het basale geloof in kunst', schreef Nabokov, 'is het basale geloof in de mensheid'. Mijn romanfiguur is omringd door kwaad, maar hij blijft in het goede geloven. Als je dat niet meer doet, moet je ophouden met literatuur, met dans, met muziek, met toneel, met driesterrendiners.''
Mocht hij na de aanvankelijke vrijspraak toch veroordeeld worden, is de keus tussen een geldboete of celstraf snel gemaakt. ,,Nog geen gulden betaal ik aan de Nederlandse staat voor een feit dat ik niet gepleegd heb! Ik ga dan zitten, ja. Of nee: liggen. Lezen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.