*

 
dossier

Archief

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 11/01/00, 00:00

Uiteindelijk vond ik op internet een foto van hem. Mijn nieuwsgierigheid was vanzelfsprekend meer dan geprikkeld. Zou ik hem nog kunnen herkennen? Ik ontmoette hem meer dan 23 jaar geleden. Eigenlijk moest hij nog geboren worden, maar hij was nog niet dood.

Nu, na 23 jaar, is hij maar net veertien geworden. Om gek van te worden. Zijn heiligheid Ugyen Trinley Dorje, XVII Karmapa, geestelijke leider van de Tibetaanse Kagyupa-school, is op zijn veertiende te voet over de Himalaya Tibet ontvlucht. In feite is dit de tweede keer. Al in 1959, hij was 34 jaar en voor de zestiende keer geincarneerd, vluchtte de Karmapa naar India. Het voordeel van de metempsychose, voorzover men in zielsverhuizing gelooft, is dat het klaarblijkelijk in staat stelt communistische dictaturen herhaaldelijk dwars te zitten. Maar voor de gewone sterveling, zoals ik, maakt het er de zaken niet eenvoudiger op. Zo mag ik met stelligheid beweren dat ik kennis heb gemaakt met deze adolescent toen hij al 53 jaar was. Het wonder geschiedde op zaterdag 10 september 1977 te Vleuten. Gyalwa Karmapa de zestiende logeerde in de hamtoren en zittend voor de deur van zijn kamer zag ik hoe twee monniken hem kleine rolletjes rauwe ham serveerden. Ik vond het nogal paradoxaal: een levende boeddha die dode dieren eet. Had dat beest op het dienblad soms niet zijn moeder kunnen zijn? De twijfel was mijn hoofd ingeslopen en de ceremonie van de Vayra-kroon in het hotel Het Oude Raadhuis zou voor mij op een fiasco uitlopen. Toen Karmapa, een man van forse postuur, mij aankeek en net als bij alle anderen aanwezigen zijn hand boven mijn hoofd liet zweven voelde ik niets van de beloofde gelukzaligheid. Waarschijnlijk was ik nog niet rijp voor de 'snelle weg' van de Kagyupa's. Op 5 november 1981 stierf Karmapa in een ziekenhuis vlakbij Chicago. Ook levende Boeddha's kunnen kanker krijgen. Drie dagen na zijn dood, zegt men, was zijn lichaam nog warm en zijn huid soepel. Vier jaar later kwam hij voor de zeventiende keer ter wereld. Een twijfelaar ben ik gebleven. En een frappante gelijkenis bewijst niets. Maar als ik de foto's van de adolescent van nu en de man van middelbare leeftijd van toen naast elkaar leg, kan ik me niet aan de belachelijke indruk onttrekken dat beide een en dezelfde persoon zijn.

mailIcon print |