*

 
dossier

Archief

Herman Bode blijft stem verheffen

George Marlet − 15/07/00, 00:00

De Partij van de Arbeid heeft hij na 33 jaar stemmen en 24 jaar lidmaatschap vaarwel gezegd. ,,Mensen die me beliegen en bedriegen zijn niet integer meer. Daar kan ik dus ook niks mee. We zijn -ik zeg het zoals het is- besodemieterd.''

Herman Bode (75) zegt nog steeds hardop en recht uit het hart wat hij denkt -en daar zijn z'n vroegere partijgenoten niet blij mee. Met zijn indrukwekkende staat van dienst in de katholieke en sociaal-democratische vakbeweging en zijn tot de verbeelding sprekende optreden (,,Dan gáán we naar de Dam...'') geniet Bode vooral bij oudere PvdA'ers veel aanzien. Dat hij nu zijn partijlidmaatschap demonstratief heeft opgezegd, uit wrok over de 'annexatie' van zijn woonplaats De Meern door Utrecht, kan bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht behoorlijk veel invloed hebben.

,,We hebben de partijen er de afgelopen jaren keer op keer op gewezen dat een partij als Leefbaar Utrecht daar garen bij spint. Het kan ze niet verbazen dat ik dat nu zeg. De belangenbehartiging voor de inwoners van Vleuten/De Meern houdt met de annexatie niet op. Het gaat er nu om in Utrecht een plaats te veroveren. Dat is de praktische afweging om een kongsi te vormen met burgers die zich al langer tegen de regentenmentaliteit verzetten.''

In ruil voor het afstaan van een vijfde van zijn grondgebied aan Utrecht zou Vleuten/De Meern zelfstandig kunnen blijven, luidde de toezegging in 1995 nog. Gemeente, provincie en rijk hebben zich daar vervolgens niets aan gelegen laten liggen. Bode: ,,Bestuurlijke betrouwbaarheid is het fundament van de democratie. Nou, die betrouwbaarheid ben ik in het hele traject niet tegengekomen. Dat is levensgevaarlijk voor de democratie.'' Bode maakt er geen geheim van dat hij bij de eerstkomende Tweede-Kamerverkiezingen op de Socialistische Partij zal stemmen vanwege haar consequente aandacht voor mensen in de verdrukking. Hij heeft ook met de SP-fractie in Utrecht gesproken over samenwerking, maar die is afgeketst, omdat de SP voor veel inwoners van Vleuten/De Meern te 'rood' is. De stadspartij Leefbaar Utrecht ligt beter in de markt. Bode heeft nadrukkelijk geen ambitie om voor die partij in de gemeenteraad te gaan zitten, laat staan wethouder te worden. ,,Bij de PvdA heeft het bijna tien jaar geduurd voordat ik lid van de partij werd. Ik ben in 1967 na de Nacht van Schmelzer uit de KVP gestapt, wel daarna altijd PvdA gestemd, maar pas in 1976 lid geworden.'' Lachend: ,,Ik heb tegen die jongens van Leefbaar Utrecht gezegd: als ik 85 word, moet je me die vraag nog maar eens stellen.''

Bode werkt wel mee aan het opstellen van het verkiezingsprogramma van de partij en wil zich vooral met de bewoners van achterstandswijken bezighouden. Bij hen ligt nu eenmaal zijn hart. Als bestuurder van de katholieke metaalbewerkersbond Sint Eloy en later de Industriebond NKV maakte hij de teloorgang van de Utrechtse metaalindustrie mee. Daar ook kwam zijn oratorisch talent aan het licht, toen hij in 1969 door een zaal vol boze Werkspoor-werknemers voor verrader werd uitgemaakt. Getergd hield Bode een emotionele toespraak en kreeg de stakers achter zich. Zijn reputatie was gevestigd.

Ruim dertig jaar later is Bodes spreekwoordelijke strijdbaarheid nog nauwelijks verflauwd, zeker niet als het om ,,de mensen aan de onderkant'' gaat. Schamper: ,,In Utrecht hebben ze tien jaar zitten lullen over het herbouwen van de binnenstad. Die energie hadden ze beter in de achterstandswijken kunnen steken.''

Het opzeggen van het PvdA-lidmaatschap is een geleidelijk proces geweest, vertelt Bode. De WAO-crisis (1991) deed hem al ,,ontzettend pijn, maar toen had ik altijd nog het gevoel dat de mensen integer waren. We hadden geen verschil van mening over het doel -minder mensen in de WAO- maar wel over de weg ernaartoe.'' Het optreden van het eerste paarse kabinet onder leiding van zijn vroegere FNV-kompaan Wim Kok ,,rekte de banden met de partij al wat verder op vanwege het geloof in de markteconomie''.

Met lede ogen ziet Bode het 'geklungel' van Kok c.s. aan op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en armoedebestrijding. ,,Zalm heeft miljarden over, die we gauw in onze portemonnee steken -en dan laten we ons ook nog wijsmaken dat dat het beste is voor de samenleving. Toen we tien, vijftien jaar geleden met het bedrijfspastoraat of 'De arme kant van Nederland' om meer geld vroegen, was het antwoord strijk en zet: 'Je kunt wel gelijk hebben, maar het geld is er niet'. En nu we het wél hebben, is het ineens slecht om het aan armoedebestrijding uit te geven. Ik heb weleens gedacht dat misschien een grote milieuramp -Tsjernobil, maar dan dichterbij- ons wakker kan schudden, zodat we in de gaten krijgen dat we toch knotsgek bezig zijn.''

Over zijn privé-leven praat Bode even openhartig als over zijn idealen. Voor de bescheiden eengezinswoning in De Meern staat een bord 'Te Koop'. Niet omdat hij principieel weigert in de gemeente Utrecht te wonen, maar vanwege de gezondheid van zijn vrouw Marie. Ze ligt in het ziekenhuis met een gebroken enkel en is al langer slecht ter been. Begin volgend jaar verhuizen de Bodes naar een appartement in Amersfoort, waar ze verzorging bij de hand hebben. ,,We hebben hier 31 jaar gewoond, zes kinderen hier grootgebracht. Dan valt het niet mee om weg te gaan.''

Van twee instituten zal hij geen afscheid nemen: de kerk en de vakbeweging. De kerk omdat ze symbool is voor gerechtigheid en naastenliefde, ,,en waar moeten die normen en waarden vandaan komen als de kerken wegvallen?'' De vakbeweging omdat ze van oudsher borg staat voor solidariteit, tussen werkenden onderling en met niet-werkenden. Met het 'revolutionaire' plan om werknemers aandelenopties te geven, is hij het dan ook hartgrondig oneens. ,,Maar weglopen doe ik niet. Want als de vakbeweging wordt afgebroken, bouw je het nooit meer op.''

Hij neemt het in zoverre op voor zijn FNV dat hij de vraag stelt of ,,de mensen die nu kritiek hebben, hun mond wel open hebben gedaan toen de captains of industry hun zakken vulden.'' Dat neemt niet weg dat Bode pijnlijk getroffen is door de ommekeer in de FNV. ,,Het poldermodel is kennelijk zo heilig, dat de vraag niet meer aan de orde is wat je doet met het samen bereikte resultaat. Mensen in de breedte laten meeprofiteren, collectieve voorzieningen op peil brengen, daar hoor je niemand meer over.''

Naast de tweedeling tussen werkenden en niet-werkenden ziet Bode nog een cesuur ontstaan, tussen werknemers mét en werknemers zonder optieregeling. En dat terwijl de vakbeweging een fantastisch alternatief in huis heeft om mensen aan zich te binden: de aloude loonstrijd. Met stemverheffing en de vuist op tafel: ,,Kijk hoeveel je in de stakingskas hebt en vraag dan om een loonsverhoging van 8 procent, dan krijg je de mensen wel mee. Als er nou ooit een tijd is geweest dat je als vakbeweging het middel van de werkstaking kunt gebruiken om door dit neo-kapitalistische gedoe heen te breken, dan is het nu.''

mailIcon print |