*

 
dossier

Archief

SGP moet zinnetje over doodstraf handhaven

H.F. MASSINK − 11/02/98, 00:00

Ds. Abma vindt de teksten die de SGP aanvoert onvoldoende bewijskracht hebben. Ook zou de doodstraf in het Oude Testament eerder religieus dan strafrechtelijk van aard zijn. Hij stelt dat ook SGP'ers homoseksuelen en overspeligen niet met de dood zullen willen straffen en dat om die reden ook de SGP een 'vertaalslag' maakt van bijbelse gegevens, zoals iedereen: er zou dus geen objectief criterium zijn voor de juiste uitleg. Zijn argumentatie voert echter niet noodzakelijkerwijs naar de door hem getrokken conclusie.

In Genesis 9:6 wordt iets duidelijk van de bijbelse verhouding tussen God en mens. God schiep de mens naar Zijn beeld en om die reden gebiedt God de dood van een moordenaar. Zo wordt het spreken over menselijk leven en over de doodstraf direct uitgeheven boven het menselijk niveau, waartoe Abma het graag wil beperken. Leven heeft dus alles te maken met de Gever van het leven. Met dit leven kunnen we niet anders dan met ontzag, met eerbied omgaan. Wie deze verschuldigde eerbied niet kan opbrengen en zich aan menselijk leven vergrijpt, raakt daarmee de Gever van het leven. Dit is dermate erg, dat God er de ultieme straf aan verbindt. Dat er in de tijd van Noach nog geen overheid bestond zoals Abma betoogt, is geen zwaarwegend argument. Er hebben altijd gremia bestaan in de menselijke geschiedenis, die met een bepaalde rechtsprekende bevoegdheid zijn uitgerust.

Ds. Abma noemt als tweede 'SGP-bewijstekst' Romeinen 13. Het in deze bijbeltekst genoemde zwaard zou symbool zijn van het geweldsmonopolie van de overheid, niet exclusief voor de doodstraf. Maar dat sluit dus niet uit dat de doodstraf wél onder dit geweldsmonopolie kan vallen. Dat de doodstraf in Romeinen 13 verder niet genoemd wordt, zegt helemaal niets. Onderzoek naar de symboliek van het zwaard in de bijbelse theologie had wellicht tot andere conclusies geleid. Een overheid gebruikt een zwaard over het algemeen niet bij het innen van belastingen.

Abma heeft helemaal gelijk als hij zegt dat niet elk gebod uit het Oude Testament letterlijk overgenomen hoeft te worden. Ook voor de SGP zijn hermeneutische regels van belang. Ook SGP'ers letten erop hoe Oude en Nieuwe Testament zich ten opzichte van elkaar verhouden en wat van blijvende normatieve gelding is. Het is merkwaardig dat Abma de SGP het recht op een eigen mening wil ontzeggen door te wijzen op het ontbreken van een criterium voor het juiste inzicht: christenen zouden daarover moeten discussieren. Akkoord, maar de oproep tot discussie veronderstelt juist verschil van mening. Een verschil hoeft niet noodzakelijkerwijs te verdwijnen.

Abma komt tot een persoonlijke beoordeling van wat het centrale van de Bijbel is; Gods genade voor zwakke mensen die het oordeel maar aan God moeten overlaten: “Rechtspraak moet zich afspelen binnen de grenzen van het menselijke en niet het onmenselijke van het delict herhalen, ook niet in naam van God.”

Rechtspreken is bij uitstek een overheidstaak. Het overheidsoptreden en de rechtsspraak kunnen zich echter niet 'binnen de grenzen van het menselijke' afspelen. Rechtspraak is een boven-menselijke zaak, omdat de overheid boven-menselijk is. En dan moet ik toch Romeinen 13 citeren: 'zij is Gods dienares'. De overheid is menselijk, vaak al te menselijk, maar niet definitief. En vanwege dat Boven-menselijke mag zij, met vreze en beven en onder allerlei nauwkeurig te verwoorden condities, het onmenselijke van het delict herhalen, omdat wie on-menselijk handelt door een mens te doden, in die mens God schendt. Dat is eerbied voor het leven.

mailIcon print |