Bedreigde diersoorten zou je het beste beschermen door het centrum van hun vertrouwde leefgebied te ontzien. Die veronderstelling blijkt in strijd met de wijze waarop dieren in de verdrukking een uitweg proberen te zoeken. Ze lijken eerder redding te vinden in de randgebieden van hun oorspronkelijke habitat.
Dat is een onverwachte vinding van Amerikaanse biologen, die het lot van bedreigde of reeds uitgestorven diersoorten over de hele wereld onderzochten. Zij gingen ervan uit dat in een onverstoord leefgebied de dichtheid en variëteit van een diersoort doorgaans het grootst is in het midden van de habitat. Soortgenoten in de uithoeken zijn meestal met minder manschappen, ze leggen het eerder af tegen wat de biologen in het vakblad Nature (6/1) de 'besmettelijke' invloed van de mens noemen. Bovendien ondervinden de dieren er vaak meer concurrentie van andere beesten. Kortom, je kunt maar beter in het centrum wonen.
Maar twee derde van de 245 onderzochte soorten in het nauw bleken hun laatste heil te vinden in de randgebieden. Dat gold ondermeer voor buidelwolven, ratten en muizen in Tasmanië en Australië en fretten, condors en kraanvogels in Amerika. Die verschansen zich niet in de huiskamers maar juist in de kelders van hun habitat, waarbij vooral eilanden veilig blijken aan te voelen.
De biologen constateren dat Hawaii en Afrika uitzonderingen vormen. Op Hawaii waaieren verdrukte dieren niet uit naar de periferie, de kuststroken, maar trekken ze juist naar het centrum, landinwaarts. Misschien is de verklaring dat dieren op Hawaii het altijd goed toeven vonden in de laaglanden aan de kust en dat het hoger gelegen centrum in wezen de ecologische periferie van hun leefgebied vormde. Ze leefden van oorsprong als het ware in een donutsachtige habitat.
In Afrika hebben bedreigde dieren ook niet de neiging hun laatste kans in de uithoeken te zoeken. De verklaring daarvoor zoeken de biologen in het al langdurig in elkaars nabijheid vertoeven van mens en dier in Afrika, terwijl de mens elders pas recenter in habitats van dieren oprukte. Een bijkomend verschijnsel is dat in Afrika door de jacht vooral grotere zoogdieren worden bedreigd, die hun lijf trachten te redden door landinwaarts te trekken.
Die twee uitzonderingen daargelaten concluderen de biologen dat het beschermen van randgebieden de moeite waard is. Dieren die elders al zijn verdwenen, hoeven kennelijk niet ten dode te worden opgeschreven. Nature onderstreept dit verhaal als het om individuele soorten gaat, maar vraagt zich af wat je aan die wetenschap hebt voor de natuurbescherming in het algemeen.
Om te beginnen ontbreekt de tijd om je beleid te richten op het behoud van een enkele diersoort in zijn specifieke randgebied. Je kunt je beter richten op druk bevolkte gebieden. Wereldwijd krioelen in zo'n 25 vergaarplaatsen talloze diersoorten (mogelijk de helft van alle soorten) door elkaar, op amper 1,4 procent van het totale landoppervlak. Met het beschermen van alle randgebieden van deze 25 hotspots schiet je je doel ook voorbij, omdat veel van die gebieden ecologisch maar marginaal van belang zijn. Zoek liever drukke, sterk geïsoleerde randgebieden op, bepleit Nature, daar liggen de beste kansen voor het behoud van de fauna.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.