*

 
dossier

Archief

Syrië probeert oprukkend internet te beheersen

Ferry Biedermann − 05/01/00, 00:00

Op de grens tussen de moderne wereld en de Middeleeuwen hangt het simpele witte uithangbord met bescheiden zwarte letters: 'internet, e-mail, chat'. De oude Sajoedi-wijk van de Syrische hoofdstad Damascus is een wirwar van smalle straten met koffiehuizen, kleermakers en bakkers. Maar vanuit de met wijnranken overdekte steegjes, kom je, na drie naar urine stinkende trappen in het 'eerste internetservicecentrum' van Syrië.

,,We mogen het geen internetcafé noemen van de autoriteiten', zegt eigenaar Jamor Alzoni, die zijn zaak in oktober begonnen is. Hij kijkt om zich heen in de trieste, kale ruimte waar vier computers in fel neonlicht dicht op elkaar staan. Drie computers zijn bezet door buitenlandse toeristen met rugzakken die proberen hun e-mail-boodschappen te lezen.

Dat is een probleem want de Syrische regering blokkeert de webpagina's van Hotmail en Yahoo-mail. Tegen een kleine extra vergoeding krijgen de toeristen toch hun post.

,,We hebben een speciaal systeem om toch toegang te krijgen', zegt Alzoni vaag. Waarschijnlijk belt hij net als vele andere Syriërs illegaal in op een Libanees nummer waar wel alle webpagina's beschikbaar zijn.

Faxmachines mochten in Syrië niet tot 1995, mobiele telefoons zijn er nog steeds niet vanwege de 'staatsveiligheid', satelliettelevisie wel, al moeten de benodigde ontvangers het land worden ingesmokkeld.

Met internet wordt sinds zes maanden geëxperimenteerd. Syrië heeft nu vijfduizend aansluitingen, vooral voor de overheid en functionarissen van de regerende Baath-partij. Verder is het beproefde recept van toepassing van steekpenningen en invloed, wasta in het Arabisch.

Maar zelfs de weinige gelukkigen met een aansluiting hebben geen volledige toegang tot het web. Een groot aantal pagina's wordt geblokkeerd. Syriërs die de computers in het centrum gebruiken moeten hun identiteitskaart laten zien en een formulier invullen met al hun gegevens; naam, adres, paspoortnummer, tot en met de naam van hun vader. ,,Onze regering is niet erg open', zegt een hip uitziende jonge grafisch ontwerper.

Het zijn vooral de jongeren die in Syrië staan te trappelen om toegang te krijgen tot internet. Niet dat ze weten wat het precies is of hoe ze het kunnen gebruiken. ,,De meesten lezen en schrijven niet eens Engels', zegt Issan Odeh, directeur van het Mahmoen Computer Training Centrum in Damascus, die sinds kort internetcursussen geeft.

De pro-internet-activiteiten van Basjar passen in het politieke plaatje in Syrië. Er is een gevecht gaande tussen de generaties. Vooral oudere regeringsfunctionarissen, partijbonzen en legerofficieren verzetten zich tegen modernisering en grotere openheid.

Echt vrije toegang tot internet lijkt trouwens niet de bedoeling te zijn van het regime, inclusief Basjar. De beoogde prijs van een internetaansluiting is bijvoorbeeld vele malen het maandsalaris van de modale Syriër. En een gewone burger kan zich de aanschaf van een computer nooit veroorloven.

mailIcon print |