We rijden door Europa, vliegen over de wereld, maar uiteindelijk speelt het leven zich af in een cocon; het dorp, de buurt, het kantoor. De kleine leefgemeen schap is onderwerp van de serie Het Dorp, iedere maandag in de Verdieping.
In de schemer, vanaf het Amsterdamse Nieuwe Diep, lijkt het silhouet op dat van Manhattan. Met rechts het Trade Centre, links Chrysler Building, en met wat fantasie is op de voorgrond zelfs het Vrijheidsbeeld te ontdekken. Maar na de nacht, brengt de zon Jeugdland-oost weer terug tot normale proporties. De wolkenkrabbers blijken kolossen van aan elkaar getimmerde pallets te zijn, en het Vrijheidsbeeld is bij nader inzien een boomstronk, die scherp uit het water omhoog steekt.
Toch herbergt het eiland van hout een heuse stad, met laagbouw, hoogbouw en wat buitens. Met smalle steegjes en brede lanen waaraan prachtig ingerichte huizen en villa's liggen, tenminste in de ogen van een veertienjarige die in wat weekenden met sloophout een eigen hut heeft weten te bouwen. Een stad met maar drie geboden; je mag niet met stenen gooien, je mag andermans hutten niet slopen, en je mag niet inbreken. Voor het overige mag álles, zie zo'n plek nog maar es te vinden in Nederland.
Een Amsterdamse officier van justitie legde net na de Tweede Wereldoorlog de basis voor het huidige Jeugdland toen hij in toenemende mate werd geconfronteerd met zogenaamde 'oorlogskinderen', jongeren die door de bezettingsjaren volkomen het spoor waren kwijtgeraakt en 'nieuwe normen en waarden' moesten worden bijgebracht. De inbrekertjes en oproerkraaiers konden dan wel achter tralies worden gezet, maar misschien zette een opleiding tot timmerman meer zoden aan de dijk.
Op Jeugdland, dat na de oorlog nog Jongensland heette, konden criminele jongeren voor het eerst een alternatieve straf ondergaan zodat ze tenminste een vak leerden. Dat ging niet in alle gevallen goed. Toen de timmerwerkplaats langzaam uitgroeide tot een huttendorp werd er al gauw gehandeld in gestolen spullen. Sommige jongeren konden het zelfs zo goed met elkaar vinden dat ze besloten een eindje verderop neer te strijken om een 'Jongensland nieuwe stijl' op te richten: de Nederlandse afdeling van de Hells Angels.
Justitie heeft al lang haar handen van het houten eiland afgetrokken, en het getimmer is niet alleen meer weggelegd voor jongens, ook meiden mogen een hamer ter hand nemen. De leeftijd van de bouwers is de afgelopen jaren wat naar beneden gebracht. Op je zestiende moet je jezelf maar kunnen redden, is de gedachte. Jeugdland is ook een kilometer verplaatst en wat is overgebleven is een walhalla van planken, waar kinderen die doorgaans op driehoog-achter wonen, een eigen wereldje kunnen creëren, net zoals tieners op een dorp gewend zijn. Maar waar in Amsterdam vind je een plek voor een hut, waar mag je een vlot bouwen, waar is het toegestaan een vuurtje te stoken om daarop zelf je kippenpoten te roosteren, waar kun je ongestoord kikkers vangen, en hoe kun je ontdekken dat vruchten van een struik of boom komen, en niet van de groenteafdeling van Albert Heijn? In Amsterdam kan dat alleen op Jeugdland.
Natuurlijk lopen er wat begeleiders rond in het speeldorp, maar cultureel werker Jacob Muusses wil absoluut voorkomen dat de kinderen het gevoel hebben dat er een agoog met zo'n sleutelbos in hun nek hijgt. De kinderen moeten hun eigen plekkie hebben, zoals Muusses het uitdrukt. Jeugdland moet een proeftuin zijn, een plek waar nog avontuur te vinden is, die wild is, gevaarlijk en ruig. Waar je nog es een nat pak kunt halen, en die 's avonds nog in je kleren te ruiken is. En dat allemaal voor vijf gulden per jaar, waarvoor je een hamer en een zaag kunt lenen, en voor dat bedrag krijg je natuurlijk ook spijkers, zákken spijkers. Zo'n negen kilo draait Muusses er elke maand doorheen.
Hij heeft het gebied in drieën verdeeld zodat er een rondjeswijk, een vierkantjesbuurt en een rechthoekgebied is ontstaan, waarin de hutten zijn te herkennen aan hun symbool. Als de hutten alleen een nummer zouden hebben, zou het immers ondoenlijk zijn bij iemand op visite te gaan. Wie zich voor het eerst aanmeldt, krijgt een plekje of een oude hut toegewezen, die in principe gereserveerd blijft. Wie drie maanden niet komt opdagen, ziet zijn zelfgebouwde hut overgaan in andere handen.
Negentig procent van de kinderen die Jeugdland bezoeken komen uit gebroken gezinnen. Veel timmeraars zijn volgens Muusses ook 'pilletjeskinderen', die lijden aan hyperactiviteit. Op school worden ze als vervelende druktemakers gezien die veel aandacht nodig hebben en desalniettemin laag scoren. Maar als de klas eens Jeugdland bezoekt, want ook groepen boeken regelmatig een middagje, ziet de juf dat drukke kind eens van de andere kant, zegt Muusses. Dan blijkt hij opeens goed te kunnen organiseren, taken te kunnen verdelen, en weet de beste van de klas opeens niet hoe hij een hamer moet vasthouden. Die leerkracht gaat op zo'n moment anders tegen een moeilijk lerend kind aankijken, daarvan is Muusses overtuigd. Ziet dat hij ndere vaardigheden heeft, en dat werkt door in de beoordeling later dat schooljaar.
Muusses zal als de hutten 'bewoond' zijn, nooit op eigen initiatief een woning betreden, ook niet als er een paar keer per jaar een nachtje mag worden geslapen. De huurders weten dat ook. Maar soms wordt hij úítgenodigd in het territorium van een puber, op visite gevraagd, vaak voor een praatje over niets, maar een enkele keer ook krijgt hij zaken te horen die alleen voor hem bestemd zijn. Het gaat dan over de situatie thuis, een vader die drinkt, een moeder die slaat, over de dood, en het leven. Muusses hoort ze soms gewoon aan, dat kan genoeg zijn. Maar helpt ze ook vooruit en begeleidt ze. Het zijn die momenten die Muusses ervan overtuigen dat Jeugdland natuurlijk een vrijplaats voor doeners is, maar dat er met al dat hout en die spijkers ook volop aan het leven wordt getimmerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.