*

 
dossier

Archief

Geef toch terug, die kunst

Selma Schepel − 03/02/00, 00:00

Zalm speelt met een idee -zoals dit kabinet vaker spelletjes speelt- om het volk ongevraagd een presentje van honderd miljoen te geven: iedereen een zakje Euromuntjes cadeau. Weer zo'n infantiele oprisping van paars, geldverspilling in de serie gouden handdrukken voor minkukels en afscheidsfeestjes van drie ton. Veeg al die loluitgaven bij elkaar, doe er nog wat grappen bij als Zalmsnippen, Jorritsma's pooierbakkosten, valse declaraties en snoepreisjes van Euro- en andere parlementariërs, en er komt gemakkelijk een bedrag van twintig miljard vrij, als redelijke tegemoetkoming aan beroofde Joodse families.

Ik zal in elk geval weigeren dat stomme zakje Euromuntjes in ontvangst te nemen van een kabinet dat zo'n geheel eigen inhoud weet te geven aan het woord jodenfooi. Intussen staat het weer hoog van de toren te blazen tegen Oostenrijkers die niet schijnen te deugen. Want dat kost niks hè, babbels hebben over andermans fouten. Altoos kraaien de Kok-adepten over het gevaar van vooroordelen, om er zelf hun zoveelste demonstratie van te geven. De eerste officiële te veroordelen daad moet in Wenen immers nog gepleegd worden. Roddelen, sancties verzinnen en straffen uitdelen, onze politici staan te springen van genot als ze anti-semitisme vermoeden. Maar excuses voor bewezen diefstal door de Nederlandse overheid, daar moet lang omheen gedraaid worden. Zoals gewoonlijk omdat het op betalen aankomt.

Met excuses voor 'kille ontvangst' en 'gebrek aan begrip' voor de uit de hel teruggekeerden, en de nabestaanden van de 104000 vermoorde Joden, ligt het anders. Het zijn waarheden als ouwe koeien, maar wie had begrip moeten tonen dan, wie had een warme ontvangst kunnen regelen? Nederlanders waren of zelf fout geweest, of hadden net ook een rottijd achter de rug. Medeleven was een te zware opdracht voor mensen die getraumatiseerd waren door vijf jaar bezetting. Met een portie eigen ellende heeft een doorsnee mens het druk genoeg.

Toen sprak men ook nog niet van psychische trauma's. Het besef dat normale mensen gek en ziek worden van oorlogsleed, en dat zich dat generaties lang voort kan planten, bestond niet. Wie de tijd van de wederopbouw mee heeft gemaakt, weet dat alles erop gericht was om naar buiten toe goed, burgerlijk en aangepast te zijn. Week iemand daarvan af dan dreigde het gesticht, van waaruit geen terugkeer naar enige geaccepteerde status mogelijk was. De scheidslijn tussen geestelijk gezond en gek was heel hard. Dat wordt gemakkelijk vergeten nu iedereen zich een bult zit te therapieën en dat op tv breed uit mag meten. Tegenwoordig is het doodgewoon, ja zelfs een teken van spirituele groei als je eens in een 'dip' zit, en je traumaatjes weelderig laat knuffelen. Maar de Joden die terugkeerden zetten, evenals getraumatiseerde Nederlanders het masker van gewoonheid op. Vooral niets laten merken. In de plooi, in het gelid. Men deed krampachtig of men er overheen was. Zo was de tijdgeest toen. Verdriet tonen stond gelijk aan zwak en gestoord zijn. Narigheid werd opgevreten, ontkend, weggeduwd, door vrijwel iedereen.

Het heeft geen zin met de verontwaardiging van het emotioneel exhibistionistische heden hard te oordelen over het benarde gedrag van toen. Maar voor concrete diefstal geldt in geen enkele tijd excuus. Doe die 253 Goudstikker-schilderijen dus meteen op de post, hebzuchtige Kok & co, plus de rest van de roofkunst die we nog valselijk bezitten. Er blijven genoeg schilderijen over, de depots van de musea liggen toch vol schoonheid, die nooit een expositieruimte ziet. Daar kan ook wel een lading van naar Sotheby's om twintig miljard schadeloosstelling voor bestolen Joden of hun nabestaanden van te regelen.

Het Joodse bruidje mogen we houden, dat is eerlijk betaald van ons.

mailIcon print |