*

 
dossier

Archief

Namen

Onno Blom − 08/01/00, 00:00

What's in a name? Dat hebben schrijvers zich eeuwen afgevraagd, en dat zullen zij ongetwijfeld nog eeuwen doen. Beroemd zijn de duivelse namen van de leerlingen in klas 4D, de hel, in Bordewijks korte roman 'Bint'. De leraar De Bree dreunt op: 'Peert, Punselie, Bolmikolke, Klotterbooke, Ter Hompel, van der Karbargenbok'.

Het schijnt dat -ondanks het volstrekt bizarre karakter- Bordewijk deze namen gewoon in het telefoonboek heeft opgezocht.

Vaker dan mysterieus is de naam van een personage de weerspiegeling van zijn wezen. In 'Transit' van Hella Haasse heet een oude man die al jaren niet op straat is geweest Cluysman, door 'De verstekeling' van Maarten Asscher wandelt de stewardess Jetta Bordein, en in een verhaal van Maarten Biesheuvel luistert de weifelmoedige hoofdpersoon naar de naam David Windvaantje.

Het opmerkelijke is nu dat dit allegorische mechanisme niet alleen in de literatuur, maar ook in de werkelijkheid werkt. In zijn verhalenbundel 'Allemaal licht en warmte' geeft de Haarlemse schrijver L.H. Wiener daar drie voorbeelden van: de orthopedisch chirurg Botman, de dichter Wordsworth en de biljartkampioen Ceulemans.

Als je namen in het ware leven eenmaal zo gaat bekijken, komt er geen einde aan. Dit is de oogst van één dag: 's ochtends reed ik over de Rijnsburgerweg naar Oegstgeest en zag dat tandarts Snoep daar zijn praktijk heeft. Een uurtje later, achter mijn bureau, las ik in een krantenknipsel dat Arnon Grunberg ooit van plagiaat is beschuldigd door Egbert E. Spiekstra (rijmt op Diekstra en is geen pseudoniem!).

's Middags zag ik op de televisie oude beelden van een vliegramp, die van commentaar werden voorzien door de heer Baksteen van de Luchtvaartdienst. 's Avonds ging ik eten bij mijn ouders. Vlak bij hun huis gekomen viel mijn oog voor de zoveelste keer op het naamplaatje dat de oude, tamelijk afwezige buurman naast zijn voordeur heeft geschroefd: A. Buis.

mailIcon print |