Elke ochtend gaat adjudant Tonny Witthoeck met zijn manschappen op pad om in de Westhoek explosieven te ruimen. De eerste wereldoorlog mag dan al 81 jaar geleden zijn beëindigd, dagelijks worden op de akkers van dit deel van België springtuigen gevonden. Gifbommen onder meer, waarmee in die tijd door zowel door Duitsers als Britten werd geëxperimenteerd. In 1919 dumpte België 35000 ton overtollige munitie in zee. Naar schatting bestaat 10 tot 30 procent daarvan uit gifgasgranaten. Nederland maakt zich ernstige zorgen.
Voor de explosievenopruimingsdienst van de Belgische krijgsmacht in Poelkapelle is de eerste generatie biologische en chemische wapens vertrouwde kost. Tot in de jaren tachtig werd het spul regelmatig in zee afgezonken, vooral in de Golf van Biskaje. Sinds dat verboden is, worden de niet ontplofte giftige strijdgassen opgeslagen op het militaire domein in Poelkapelle. Men wist geen raad met het spul waarvan ook de opslag niet is toegestaan -op grond van het door België in 1979 geratificeerde internationale verdrag.
Sinds mei van dit jaar wordt proefgedraaid met een computergestuurde installatie voor de ontmanteling van gifgasgranaten. De capaciteit daarvan blijft beperkt. Hooguit tien tot twaalf projectielen kunnen per dag onschadelijk gemaakt worden, evenveel als er dagelijks worden opgehaald in de omgeving.
Dit deel van West-Vlaanderen was het strijdtoneel van de Grote Oorlog 1914-1918. Het front van deze stellingenoorlog is al die jaren amper verschoven. Op 22 april 1915 gebruikten de Duitsers voor het eerst chloorgas bij een aanval in Ieper. Twee jaar later werd ook mosterdgas gebruikt. En hoewel het Brits fronttoerisme al kort na het einde van de oorlog op gang kwam en tot op de dag van vandaag de souvenirjagers de regio afstruinen, blijkt er nog zoveel rotzooi in de grond te zitten dat er zeker nog voor 20 jaar werk is.
In 1998 haalde de Dienst voor Ontruiming en Vernietiging Van Ontploffingstuigen (DOVO) tweehonderd ton munitie op in de Westhoek. Dit jaar zijn al meer dan achtduizend projectielen verzameld en grotendeels vernietigd. Ongeveer tien procent bestaat uit toxische munitie. Vooral in het voor- en najaar als de boeren de akkers bewerken, komen er veel aanvragen binnen. Sinds 1972 is er nauwelijks een daling geweest in het aantal meldingen.
En hoewel burgers verplicht zijn de vondst van bommen en granaten aan te geven, zijn de talrijke verzamelaars bereid het risico te nemen. Hun opgepoetste trofeeën staan in kleine particuliere musea, zoals het bij Britten populaire Hill 62, café annex expositieruimte in Zillebeke, waar als extraatje in de tuin de restanten van Britse loopgraven kunnen worden bezichtigd. Drie jaar geleden haalde de DOVO het winkeltje van een Britse verzamelaar in Ieper leeg. Hij had er zeven ton munitie opgeslagen.
Op het domein in Poelkapelle worden granaten met een gewone springlading tweemaal per dag op vaste tijdstippen tot ontploffing gebracht. De toxische munitie wordt al sinds jaar en dag bewaard, in afwachting van de ontmanteling. Sinds kort gebeurt dat in plastic bakken om milieuschade te voorkomen. In de fabriek op het terrein worden toxische stoffen zoals yperiet, het zeer giftige fosgeen, blauwzuur en arseen, uit de granaten gehaald en afgevoerd naar een verwerkingsbedrijf.
In 1919 werd 35000 ton munitie gedropt voor de kust bij Knokke-Heist, op amper 10 kilometer van de Nederlandse grens. Niemand weet precies hoeveel en wat er ligt, maar aangenomen wordt dat 30 procent daarvan uit gifgasgranaten bestaat. Hoewel België bezweert dat het laten liggen van de munitie onder een dikke sliblaag de allerbeste oplossing is, dringt Den Haag er bij Brussel sterk aan op structureel overleg. Op een bijeenkomst in Middelburg wees Willem-Jan Goossen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat onlangs op de gevaren van corrosie. Gifgassen kunnen snel worden afgebroken, maar het gevaar bestaat tevens dat mosterdgas als een stroperige kwalachtige substantie op de zeebodem intact blijft en door de stroming op de Zeeuwse stranden terechtkomt.
Het Belgische ministerie van volksgezondheid meet maandelijks de kwaliteit van het zeewater in het gebied dat bekend staat onder de naam de Paardenmarkt, een voor vissers verboden zone. Over de aanwezigheid van de munitie van voor de Belgische kust zijn in Nederland regelmatig kamervragen gesteld.
De DOVO in het landelijke Poelkapelle beperkt zich tot de explosieven die op het land worden gevonden. Naar schatting dertig procent van alle munitie uit de Eerste Wereldoorlog is niet ontploft. Wat er nog in de bodem zit, weet niemand. Wel dat moderne landbouwmachines steeds dieper graven, met alle risico's van dien. De vrachtwagen van de DOVO draait het milieuparkje in Diksmuide op. Iemand heeft daar een niet ontplofte granaat gedeponeerd. Uit voorzorg is het roestige projectiel achter een container op de grond gelegd. ,,Een Duitse 77 mm'', weet adjudant Witthoeck feilloos. Maar of het niet ontplofte tuig een toxische lading bevat, wil hij niet meteen bevestigen. Dat wordt op de kazerne nader onderzocht. Met de handschoenen aan wordt het wapen voorzichtig opgepakt en in de zandbak achter in het voertuig gelegd.
Bij Agrowest, een aardappelbedrijf een paar straten verder, zijn ze wel gewend aan granaten en stukken oud ijzer die tussen de machines terechtkomen. In een hoek op het erf zijn de granaten en ontstekers, als aardappelen zo groot, in een emmer verzameld, naast een stapel lege hulzen. De buit van een halve werkdag bedraagt meer dan twintig projectielen.
Vijftien mensen zijn dag in dag uit bezig oude munitie op te halen. Tweederde daarvan stamt uit de eerste wereldoorlog. De boeren zijn vertrouwd met het springtuig. Volgens luitenant John Moens kennen de meesten het onderscheid tussen wat gevaarlijk is, en dus onmiddellijk moet worden geruimd, en wat niet.
Adjudant-chef Ivan Janssens, een ervaren 'ontmijner' die net terug is uit Laos, kent de gevolgen van lekkende strijdmiddelen, die vaste maar ook vloeibare giftige stoffen bevatten. ,,Iemand die een granaat zomaar oppakt kan zware brandwonden oplopen'', weet hij. Vrijwel maandelijks worden ongevallen gemeld. Dat is volgens luitenant Moens ook de reden waarom de DOVO en ook de Belgische overheid er weinig voor voelen de munitie in het gebied de Paardenmarkt te gaan ruimen. ,,Je stelt je manschappen bloot aan gevaren als je het spul laat ophalen. Bij metingen is tot nu toe nooit toxiciteit vastgesteld.'' De munitie voor de kust is volgens Moens juist door de Britten gedumpt. Ook voor de Engelse kust is dat gebeurd en blijkbaar niet even zorgvuldig. ,,Daar spoelt regelmatig wat aan'', weet hij.
Hoewel in de Westhoek met zijn imposante oorlogskerkhoven de munitie voor het grijpen ligt, blijken de akkers toch niet het werkterrein van terroristen te zijn. Bij aanslagen in België is tot dusver geen munitie ontdekt afkomstig uit de eerste wereldoorlog. Dat het overjarige springtuig kan knallen, wordt even later op het strand in De Panne gedemonstreerd, waar een antitankmijn tot ontploffing wordt gebracht. Zand stuift op en scherven vliegen honderden meters ver. Dagelijkse routine in een uithoek van België, waar de oorlog nooit ver weg is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.