*

 
dossier

Archief

Hoogleraar hermetiek bepleit afscheid 'hermetische traditie'

Van onze redactie religie en filosofie − 19/01/00, 00:00

Om werkelijk recht te kunnen doen aan de veelkeurige doorwerking van de hermetische filosofie in alle mogelijke religieus-filosofische stromingen van de Renaissance tot nu toe, moet bij de wetenschappelijke bestudering van die stromingen afscheid worden genomen van het concept van een quasi-autonome 'hermetische traditie'. Dat betoogde dr. Wouter Hanegraaff gisteren in zijn oratie ter gelegenheid van de aanvaarding van zijn ambt als hoogleraar 'Geschiedenis van de hermetische filosofie en verwante stromingen' aan de Universiteit van Amsterdam.

Met de benoeming van Hanegraaff is de UvA na de Parijse Sorbonne de tweede universiteit ter wereld die een leerstoel bezit op het 'buitenissige' vakgebied van de westers-esoterische stromingen, en zelfs de eerste ter wereld die kan bogen op een volledige leerstoel-groep. Hanegraaff (1961), die cultuurgeschiedenis studeerde in Utrecht, waar hij in 1995 promoveerde in de godsdienstwetenschappen, zal leiding gaan geven aan deze nog samen te stellen onderzoeksgroep.

De leerstoelgroep hermetische filosofie wordt gefinancierd door een 'mecenas', oud-UvA-studente drs Rosalie Basten, die ooit aan deze universiteit geschiedenis van de hermetische filosofie wilde studeren, maar tot de ontdekking moest komen dat dat noch in Amsterdam noch elders mogelijk was.

De grote doorbraak van het concept 'hermetische traditie' vond, zo betoogde Hanegraaff in zijn oratie, plaats in 1964, toen de Engelse historica Frances Yates een boek publiceerde over de beroemde renaissancedenker Giordano Bruno, die in 1600 in Rome als ketter was verbrand. Bruno was volgens haar niet de verlichte vrijdenker waarvoor men hem hield, maar eerder een hermetische magiër van een extreme soort. Hij maakte, aldus Yates, deel uit van de 'hermetische traditie' -een historisch ideeëncomplex dat ze later ook wel aanduidde als de 'occulte filosofie' van de Renaissance. De hermetische geschriften, waarvan het Corpus Hermeticum het beroemdst is, hebben tot doel de lezer geestelijk onderricht te geven over de werkelijke aard van God, kosmos en mens.

Frances Yates' boek Giordano Bruno and the Hermetic Tradition viel in vruchtbare aarde bij de geestverwanten van de romantische tegencultuur van de jaren zestig. Heel begrijpelijk, vindt Hanegraaff. ,,In Yates' proza nam de hermetische traditie immers de contouren aan van een complete traditionele tegencultuur, die door de dominante maatschappelijke structuren van kerk en wetenschap was bestreden en gemarginaliseerd, maar die toch nooit geheel het onderspit had gedolven.''

Hanegraaff gelooft dat er in die voorstelling van zaken wel een kern van waarheid steekt, maar dat we er uiterst voorzichtig mee moeten zijn. ,,De zogeheten 'hermetische traditie' is vooral een kunstmatige constructie van de aanhangers ervan, die in navolging van de renaissance-hermetici geloven in een universele spiritualiteit van alle tijden. Ik betwijfel ten sterkste of zo'n traditie, in de volle betekenis van het woord, werkelijk valt aan te tonen.''

Daarvoor is deze veronderstelde 'traditie' volgens Hanegraaff te discontinu en is het gedachtegoed van centrale figuren, zoals de renaissancefilosoof Marsilio Ficino en de al genoemde Giordano Bruno, in zijn ogen te complex om het te reduceren tot de hermetische component ervan.

Hij wil niets afdoen aan de belangrijke rol die de hermetische filosofie en daaraan verwante stromingen tot op de huidige dag in de moderne cultuur- en religiegeschiedenis hebben gespeeld. Maar hij bestrijdt Frances Yates' suggestieve retoriek van 'de hermetische traditie', die suggereert dat er sprake zou zijn geweest van een grote alternatieve ideologie die de plaats zou kunnen of moeten innemen van de 'grote verhalen' van christendom en Verlichting, geloof en rede. In werkelijkheid blijkt westers-esoterisch gedachtegoed zich juist met opmerkelijk gemak aan te passen aan reeds bestaande religieuze, filosofische of wetenschappelijke ontwikkelingen.''

In het meest recente onderzoek wordt, aldus Hanegraaff, de westers-esoterische religiositeit dan ook steeds minder gepresenteerd als een soort traditionele tegencultuur naast en tegenover christendom en Verlichting. ,,In plaats daarvan richt de aandacht zich op onderbelichte aspecten binnen de christelijke en post-christelijke samenlevingen zelf.'' Door deze onderbelichte stromingen en verschijnselen in al hun complexiteit te bestuderen en binnen hun historische en sociale context te duiden, kan volgens Hanegraaff een belangrijke bijdrage worden geleverd tot een beter begrip van ons westerse culturele en religieuze erfgoed. Daarmee is er een einde gekomen aan 'dé hermetische traditie'.

mailIcon print |