*

 
dossier

Archief

Uitgesteld

Masoeme Abbrin − 10/01/00, 00:00

Sanne, die een paar straten bij mij vandaan woonde, was een mooi meisje met lange blonde haren, glimmende ogen en blozend rode wangen. Altijd zei ze spontaan, vrolijk lachend 'hallo'. Hoewel ik haar nauwelijks kende, mocht ik haar graag, om dat spontane. In die begintijd was zij het enige kind dat niet terughoudend was en met mijn kinderen speelde, die een paar jaar jonger waren.

Ze had iets bijzonders, Sanne, was ook van binnen gaaf en mooi. Zag ik haar in mijn verbeelding als ideale schoondochter?

Ze ging een opleiding volgen in een andere stad, op kamers. Daar kreeg ze een vriend, van wie ze onvoorbereid en ongewenst een baby verwachtte. In haar beleving was ze door hem verkracht. Toen ze hem vertelde dat hij vader ging worden, had die jongen zenuwachtig gelachen. ,,Ik ben veel te jong om vader te worden'', zei hij - en vertrok. Allebei waren ze te jong, maar hij liet het haar verder opknappen.

Haar ouders waren gescheiden. Vooral de band tussen moeder en dochter was slecht. Een moeilijke periode maakte ze door, waarin ze belangrijke beslissingen had te nemen. Ze had behoefte om te praten (moest ze het kind houden of kon ze beter een abortus ondergaan?), maar had niemand. Ze was alleen en had bij haar wikken en wegen geen steun. Ze was erg onzeker over haar toekomst waar iets tussen was gekomen.

Elke dag kwam er een dag bij. En zo had het verstrijken van de tijd voor haar gekozen: ze had de baby gehouden - een uitgestelde abortus. Een poos kon ze wat in haar buik groeide verbergen, maar het kwam uit.

Haar ouders zagen, elk apart, alleen maar nadelen en vonden dat ze beter een abortus had kunnen laten doen. Maar daarvoor was het te laat. Dat wist ze zelf ook wel. Dit gebrek aan steun maakte dat ze zich schuldiger voelde. En in die stemming kreeg ze, op haar kamer, haar kind.

Toen ik hoorde dat ze een baby gekregen had, wilde ik het zien, maar ze woonde nogal ver weg. Op een keer zag ik haar in mijn buurt met een kinderwagen. Niet de Sanne van vroeger. Haar gezicht stond somber. Ik ging op haar af en zag een prachtig meisje. ,,Mooi kind'', zei ik en keek van de baby naar haar en terug: ,,Ze lijkt op jou.'' Sanne lachte. Leuk om haar weer aan die lach te herkennen. ,,Heb je tijd om even bij mij te komen?'', vroeg ik. Bij mij werd het kind, Lotte had ze het genoemd, wakker. Het eerste geluid negeerde de jonge moeder, maar bij het tweede pakte ze het op en gaf het haar borst; een leuk tafereeltje om te zien.

En toen vertelde ze over haar narigheid, de emoties die ze had beleefd, de verkrachting, althans de seks zonder liefde, de ongewenste zwangerschap, haar eenzame worsteling.

Al die moeilijkheden houden je lang bezig, die heb je niet zomaar verwerkt. En terwijl je daarmee bezig bent, blijkt je leven voor jou al keuzes gemaakt te hebben en is de baby op komst.

Ze voelde zich schuldig, boos, verdrietig, eenzaam en ongelukkig. Maar dat alles had ze ook gevoeld wanneer ze aan abortus dacht. Ze raakte door die sores niet goed voorbereid op dat ongewenste leven, maakte zich zorgen of ze wel voor haar kind kon zorgen.

Zorgen maakt ze zich om haar toekomst. Ze heeft dan wel een kind, maar voelt zich nog niet compleet. En terwijl zij met die zorgen bezig is, wordt haar kind groter en. . .lacht. Een lach verdween, een lach verscheen.

Zal dat kind een leven bij haar hebben? En zij bij haar kind? Dat hangt af van haar omgeving: of die haar en haar kind accepteren en of ze steun krijgt in plaats van commentaar. Of ze bij de problemen en het verdriet dat ze al heeft, niet ook nog eens een negatief zelfbeeld aangedragen krijgt.

mailIcon print |